GERECHTSHOF AMSTERDAM Afdeling civiel recht en belastingrecht Team III (familie- en jeugdrecht) zaaknummer: 200.331.920/01 zaakrechtbank: 10144230 MB VERZ 22-701 NVDM beschikking van de meervoudige kamer van 2 april 2024 in de zaak van [betrokkene] , wonende te [plaats A ] , verzoeker in hoger beroep, hierna te noemen: betrokkene, advocaat: mr. A.T. Bakker te Driebergen-Rijsenburg. Als belanghebbenden in deze zaak zijn voorts aangemerkt: - [de broer] (hierna te noemen: de broer); - Fidinda CBM B.V., gevestigd te Gorinchem (hierna te noemen: Fidinda). Als informant is aangemerkt: - [neef] (hierna te noemen: (neef) [neef] ). 1Het verloop van het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem (hierna: de kantonrechter) van 7 juni 2023, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Betrokkene is op 6 september 2023 in hoger beroep gekomen van voormelde beschikking. 2.2 Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen: - een bericht van de zijde van betrokkene van 14 september 2023, met een bijlage; - een brief van betrokkene van 27 oktober 2023; - een e-mailbericht van Fidinda van 12 februari 2024, met een bijlage. 2.3 De mondelinge behandeling heeft op 15 februari 2024 plaatsgevonden, gelijktijdig met de behandeling van het hoger beroep ten aanzien van het bewind over betrokkene (zaaknummer 200.332.089/01). Hierbij waren aanwezig: - betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; - [bewindvoerder 1] , en [bewindvoerder 2] , de bewindvoerder, namens Fidinda; - neef [neef] . De broer is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen. 3De feiten 3.1 Betrokkene is geboren [in] 1962 te [plaats B ] , Suriname. 3.2 Bij beschikking van de kantonrechter van 17 april 2015 is een bewind ingesteld over de (toekomstige) goederen van betrokkene wegens verkwisting of het hebben van problematische schulden. Bij beschikking van de kantonrechter van 19 februari 2020 is de grond van het uitgesproken bewind gewijzigd in een bewind op grond van de geestelijke of lichamelijke toestand van betrokkene. 3.3 Bij beschikking van 7 juni 2023 heeft de kantonrechter het verzoek van betrokkene afgewezen om Fidinda te ontslaan als bewindvoerder, en [neef] tot bewindvoerder te benoemen. Betrokkene is ook van deze uitspraak in hoger beroep gegaan (zaaknummer 200.332.089/01). Het hof zal vandaag ook in die zaak uitspraak doen. 4De omvang van het geschil 4.1 Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter op verzoek van Fidinda een mentorschap ingesteld ten behoeve van betrokkene met de benoeming van Fidinda als mentor. 4.2 Betrokkene verzoekt primair de bestreden beschikking te vernietigen en alsnog het inleidend verzoek tot mentorschap af te wijzen. Subsidiair verzoekt betrokkene zijn neef [neef] als mentor te benoemen. 4.3 Fidinda heeft het hof verzocht het hoger beroep van betrokkene af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen. 5De motivering van de beslissing Algemeen 5.1 Op grond van artikel 1:450 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter ten behoeve van een meerderjarige een mentorschap instellen, indien de meerderjarige als gevolg van zijn geestelijke of lichamelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is of bemoeilijkt wordt zijn belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen. In dit geval moet het hof beoordelen of op juiste gronden een mentorschap is ingesteld en – als het hof van oordeel is dat dit het geval is – beoordelen wie de mentor dient te zijn. Standpunten belanghebbenden 5.2 Betrokkene stelt dat geen gronden voor mentorschap (hebben) bestaan. Er is bij hem geen sprake van een zodanige geestelijke of lichamelijke toestand dat hij niet in staat zou zijn om zijn belangen van niet-vermogensrechtelijke aard behoorlijk waar te nemen. Voor zover er zorgen zouden zijn over het feit of betrokkene wel voldoende hulp en zorg krijgt in zijn dagelijks leven, worden deze weggenomen doordat zijn familie hem op alle gebieden helpt. Er is dus geen noodzaak voor mentorschap, en het is ook niet wenselijk. Een mentorschap zal alleen maar onnodige kosten met zich meebrengen. Zou het hof van oordeel zijn dat het wel noodzakelijk is om een mentorschap in te stellen, dan wil betrokkene dat zijn neef [neef] tot mentor wordt benoemd. Betrokkene heeft geen vertrouwen in Fidinda, en Fidinda moet dan ook niet als mentor worden benoemd. [neef] helpt betrokkene ook al, en heeft daarom ook ervaring op dit gebied. 5.3 Neef [neef] onderschrijft het standpunt en de verzoeken van betrokkene, en heeft ter zitting in hoger beroep naar voren gebracht dat betrokkene zich goed kan redden met hulp van zijn hechte Surinaamse familie. Daar behoort [neef] zelf ook toe. Een mentorschap is ook volgens [neef] (dus) niet nodig. Zou het hof daar anders over oordelen, dan is [neef] bereid om als mentor te fungeren. 5.4 Fidinda heeft ter zitting in hoger beroep naar voren gebracht dat een mentorschap noodzakelijk is voor betrokkene. Sinds de zware mishandeling van betrokkene tijdens een overval in februari 2021 is zijn toch al broze gezondheid – mede door zijn diabetes - sterk achteruitgegaan. Er moeten in de toekomst nog veel beslissingen genomen worden voor betrokkene op het gebied van zorg en huisvesting, welke beslissingen hij zelf niet kan nemen en waarvan hij de gevolgen niet kan overzien. Ook zijn familie kan hem daarbij niet voldoende helpen, zo is recentelijk nog gebleken. Om die reden acht Fidinda het noodzakelijk dat er een professionele mentor wordt benoemd. Oordeel van het hof 5.5 Betrokkene is op 12 februari 2021 slachtoffer geworden van een overval en zware mishandeling. Deze vond plaats op zijn werkplek, de fietsenstalling van het NS-station te [plaats A ] . Daar werd hij de volgende dag aangetroffen door een collega. Uit het medisch verslag van dr. Veneman, internist-intensivist, van 19 juni 2022 blijkt dat het hierdoor ontstane letsel zeer ernstig, en zelfs levensbedreigend was. In zijn verklaring geeft dr. Veneman aan dat betrokkene door de mishandeling van een zelfstandig functionerend persoon is veranderd in iemand die volledig afhankelijk is geworden van derden. Betrokkene heeft een reeks van ernstige lichamelijke problemen, waaronder uitvalsverschijnselen van de rechter lichaamshelft, visusstoornissen, en geheugen- en concentratieproblemen. De afhankelijkheid van betrokkene geldt onder meer voor het voeren van zijn administratie, (andere) regeltaken, doktersbezoeken, diabetesregulatie et cetera. Volgens dr. Veneman is dagelijkse thuiszorg noodzakelijk voor hulp in de huishouding en persoonlijke verzorging. Betrokkene is sinds de mishandeling niet meer in staat om te werken. Het is volgens de verklaring van dr. Veneman twijfelachtig of betrokkene met hulp zelfstandig kan blijven wonen. De kans bestaat dat dit niet meer haalbaar is. Ook volgens de ambulant begeleider van betrokkene, [X] , zal betrokkene ondersteuning nodig (blijven) hebben bij het maken van grote beslissingen in zijn leven. Hij is afhankelijk van andere mensen om zaken voor hem te regelen en zijn belangen te behartigen. Een mentor speelt hierbij een belangrijke rol, want die kan zorgen voor kwaliteit en continuïteit. 5.6 Het hof begrijpt de wens van betrokkene om zelfstandig, al dan niet met hulp van zijn familie, zijn belangen van niet-vermogensrechtelijke aard waar te nemen. Het hof is echter van oordeel dat hij daar, gegeven zijn hiervoor geschetste (medische) situatie, niet duurzaam toe in staat is. De directe aanleiding voor het aanvragen van een mentorschap was een in 2022 verwaarloosde blaasontsteking van betrokkene. Daardoor kon hij niet meer lopen en staan van de pijn, en moest hij tijdelijk in een zorginstelling opgenomen worden. Betrokkene had zijn broer gebeld, maar die was niet in staat om te helpen. Daardoor duurde het (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.