afdeling strafrecht parketnummer: 23-002686-23 datum uitspraak: 25 april 2024 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 6 oktober 2023 in de strafzaak onder parketnummer 15-333281-22 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2003, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 11 april 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij, op of omstreeks 24 september 2022 te Purmerend, althans in Nederland, openlijk, te weten,Nijlstraat, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon en/of een goed te weten [slachtoffer] door die [slachtoffer]: - van zijn fiets af te trekken en/of - in een nekgreep en/of wurggreep te houden en/of vast te grijpen bij zijn nek en/of - één of meerdere malen te schoppen en/of slaan in het gezicht althans tegen het lichaam. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt met betrekking tot het bewijs dan de politierechter. Vordering van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen. Vrijspraak Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep blijkt dat de verdachte aanwezig was bij de ten laste gelegde openbare geweldpleging. Niet is gebleken dat de verdachte een voldoende significante bijdrage heeft geleverd aan die geweldpleging. Anders dan de advocaat-generaal acht het hof de verklaring van getuige [getuige] onvoldoende specifiek om daaruit een dergelijke bijdrage van de verdachte te kunnen afleiden. Daarom is naar het oordeel van het hof niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L.M. van der Voet, mr. N. van der Wijngaart en mr. M. Jeltes, in tegenwoordigheid van mr. R. Bleumers, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 25 april 2024.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.