GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer : 200.310.587/01 zaaknummer rechtbank Amsterdam : 9123901 CV EXPL 21-5088 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 13 februari 2024 inzake LION FLEUREX B.V., rechtsopvolgster onder bijzondere titel van de vennootschap naar buitenlands recht Flore Services S.a.r.l., gevestigd te Sassenheim, appellante, advocaat: mr. I.N.A. Denninger te Haarlem, tegen GASA GROUP HOLLAND B.V., gevestigd te Aalsmeer, geïntimeerde, advocaat: mr. P.J.B. van Deurzen te den Haag. 1Het geding in hoger beroep Appellante wordt hierna Lion Fleurex genoemd en geïntimeerde Gasa Group. Flore Services S.a.r.l. (hierna Flore) is bij dagvaarding van 1 april 2022 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam hierna: de kantonrechter, van 3 januari 2022, onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen Flore als eiseres in conventie tevens verweerster in reconventie en Gasa Group als gedaagde in conventie tevens eiseres in reconventie. Op 28 september 2022 heeft een mondelinge behandeling na aanbrengen plaatsgehad. Na afloop van de mondelinge behandeling is de zaak verwezen naar de rol voor voort-procederen. Flore en Gasa hebben daarna respectievelijk de volgende stukken ingediend: - memorie van grieven, tevens wijziging van eis, met producties; - memorie van antwoord, met producties. Bij exploot van 14 april 2023 hebben Flore en Lion Fleurex een akte van cessie van 2 juni 2022 aan Gasa Group doen betekenen, waarin zij verklaren dat Flore de in die akte bedoelde vordering aan Lion Fleurex overdraagt, met aanzegging dat vanwege de overdracht de procedure op de rol van 25 april 2023 zal worden geschorst en terstond door Lion Fleurex zal worden hervat. Bij antwoord-akte van 23 mei 2023 heeft Gasa Group zich tegen de overneming van het geding door Lion Fleurex verzet. Ter zitting van 15 november 2023 heeft Gasa Group haar verzet laten varen. Vervolgens hebben partijen hun standpunten doen toelichten, Lion Fleurex door mr. Derringer voornoemd en Gasa Group door mr. Van Deurzen voornoemd, ieder aan de hand van pleitnotities die zijn overgelegd. Ten slotte is arrest gevraagd. Lion Fleurex heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis - het hof begrijpt: voor zover in conventie gewezen - vernietigt en uitvoerbaar bij voorraad de in hoger beroep gewijzigde vorderingen toewijst, met veroordeling van Gasa Group tot betaling, binnen veertien dagen na het arrest, van de kosten in beide instanties met nakosten. Gasa Groep heeft geconcludeerd tot bekrachtiging van het vonnis met, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van Lion Fleurex in de kosten van beide instanties. Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs aangeboden. 2Feiten 2.1. De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis onder 1, 1.1 tot en met 1.13, de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. Deze feiten zijn in hoger beroep niet in geschil en dienen derhalve ook het hof als uitgangspunt. Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist zijn komen vast te staan, komen de feiten neer op het volgende. 2.2. Tussen Flore als agent en Gasa Groep als principaal heeft vanaf 5 november 2014 tot 27 september 2022 een agentuurovereenkomst bestaan. Ter uitvoering daarvan heeft Flore bemiddeld bij de totstandkoming van orders (ten behoeve van winkels waaronder ook eigen winkels en (grote) supermarktketens) in Frankrijk voor de levering door Gasa van planten en snijbloemen. Voor deze bemiddeling diende Gasa Groep aan Flore een provisie te betalen van 4,25% over de door Flore gerealiseerde verkoopomzet, vermeerderd met een vergoeding van maximaal 9,75% over de verkoopomzet voor door Flore geleverde nazorg bij de afnemers/klanten en van € 37,50 per trolley voor transportdiensten. 2.3. Gasa Groep bood haar producten aan op een webshop waarop langs elektronische weg bestellingen bij haar konden worden geplaatst. 2.4. Op 28 november 2019 heeft Gasa een nieuw boekhoudsysteem (Navision) in gebruik genomen en een nieuwe webshop gelanceerd, waarin dit nieuwe systeem geïntegreerd was. 2.5. Bij e-mail van 1 december 2019 heeft Flore bij Gasa geklaagd over foutmeldingen bij het plaatsen van orders in de nieuwe webshop. Bij e-mail van 2 december 2019 heeft zij aan Gasa bericht: “In de maand december moet mijn omzet ‘gasa’ uitkomen tussen de 500 en 800000€ De merchandisers in frankrijk doen hun werk om bestellingen op te halen en hebben hiervoor een salarisstrook met een belangrijk gedeelte bonus over omzet. De afgelopen jaren was de deadline 1 decembre om alle ‘’voor’ bestellingen geregistreerd te hebben in het bestelsysteem Op 22 september van dit jaar lag de kerstfolder zowel qua assortiment als prijslijst klaar; op 19 november kregen we de folder beschikbaar voor de klanten!! Op 2 december kunnen we niet bestellen (…) Voor deze week vertrek ligt er voor ongeveer 100000€ kerstbestellingen te wachten voor vertrek: niemand weet wat de mogelijkheden zijn om de bestellingen te realiseren in frankrijk De klanten hebben planten nodig voor vooral de zondagen die ze open zijn; De merchandisers worden in hun portemonnee geraakt en mijn budget voor deze agentactiviteit, waar de maand december erg belangrijk is raakt volkomen uit evenwicht Niemand geeft me antwoord en iedereen stuurt me naar jou door Wat is de planning? 2.6. In de weken daarna heeft Flore nog herhaalde malen per e-mail bij Gasa geklaagd over problemen met de nieuwe webshop. 2.7. Bij brief van 16 januari 2020 heeft Flore aanspraak gemaakt op schadevergoeding in verband met de problemen met de nieuwe webshop en deze begroot op - om te beginnen - € 47.787 aan omzetderving over de maand december 2019. 2.8. Bij e-mail van 23 januari 2020 heeft Gasa aansprakelijkheid voor schade als gevolg van de invoering van de nieuwe webshop afgewezen. 2.9. Bij interne e-mail van 28 januari 2020 heeft Gasa het bericht rondgestuurd dat de invoering van het nieuwe boekhoudsysteem (het hof begrijpt: de nieuwe webshop in combinatie met Navision) de nodige problemen had opgeleverd en dat zij doende was de laatste kinderziektes eruit te halen. 2.10. Bij brief van de toenmalige advocaat van Flore van 24 februari 2020 is Gasa aansprakelijk gesteld voor de schade van Flore als gevolg van de nieuwe webshop en uitgenodigd om in onderhandeling te treden over vergoeding van de schade onder aanzegging van rechtsmaatregelen. Gasa is daar niet op ingegaan. 2.11. De considerans van de akte van cessie van 2 juni 2022 houdt in als omschrijving van de overgedragen vordering: “A. Flore Services heeft een (betwiste) vordering op (…) Gasa Group Holland B.V. (…) ter zake schadevergoeding en verschuldigde provisie uit hoofde van een agentuurovereenkomst, althans een beloning als bedoeld in artikel 7:435 BW (hierna te noemen de ‘Vordering’). (…) B. Bij vonnis van 3 januari 2022 heeft de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam de Vordering afgewezen. Bij dagvaarding van 1 april 2022 heeft Flore Services hoger beroep ingesteld tegen voornoemd vonnis, welke procedure thans aanhangig is bij het gerechtshof Amsterdam, zaaknummer 200.310.587/01, hierna te noemen de ‘Procedure’; (…)” 2.12. Op 14 september 2023 is Flore in staat van faillissement verklaard. 3Beoordeling 3.1 Gasa heeft ter zitting in hoger beroep haar verzet tegen overneming van het geding door Lion Fleurex weliswaar laten varen, maar heeft gepersisteerd bij haar standpunt dat onduidelijk is wat door Flore aan Lion Fleurex is overgedragen, met conclusie dat niets is overgedragen. Het hof deelt dat standpunt en die conclusie niet. De vordering is in voldoende mate door de akte bepaald (artikel 3:94 jo. artikel 3:84 lid 2 BW). Verder is wat is overgedragen een kwestie van uitleg van de cessieakte, waarbij het erom gaat wat partijen bij de akte hebben bedoeld over te dragen, zoals redelijkerwijs uit hun verklaringen en gedragingen over en weer kan worden opgemaakt. In de akte van cessie hebben zij daartoe verwezen naar de agentuurrelatie tussen Flore en Gasa en naar de vordering waarop in het bestreden vonnis is beslist en naar de vordering in dit hoger beroep. Niet valt in te zien wat daarmee anders kan zijn bedoeld dan de overdracht van de vordering ter finale afwikkeling van de agentuurrelatie tussen Flore en Gasa. In het licht van artikel 130 jo. 353 lid 1 Rv dient daaronder redelijkerwijs ook een - weliswaar na de akte van cessie maar - tijdig ingediende eiswijziging te worden verstaan. Het hof zal daarom recht doen op de door Flore ingestelde vordering zoals door haar gewijzigd in hoger beroep. Gesteld noch is gebleken dat Gasa door die uitleg in een rechtens beschermd belang is geschaad. 3.2. Daarmee liggen ter beoordeling door het hof voor aan vorderingen, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad. (I) Primair: te verklaren voor recht dat Gasa aan Lion Fleurex verschuldigd is de provisie in verband met alle door (of ten behoeve van) klanten van Flore geplaatste orders - of deze nu zijn uitgevoerd of geannuleerd of niet - sinds 28 november 2019 tot en met de dag van dagvaarding en dat Gasa deze provisie aan haar dient te betalen, vermeerderd met de wettelijke handelsrente ingaande telkens 30 dagen na iedere maand waarop de order betrekking heeft tot de dag der algehele voldoening; Subsidiair: te verklaren voor recht dat Gasa aan Lion Fleurex verschuldigd is een beloning als bedoeld in artikel 7:435 BW ten aanzien van de geplaatste orders die Gasa vanaf 28 november 2019 geheel of gedeeltelijk heeft geweigerd of geannuleerd, en Gasa te veroordelen die beloning aan haar te betalen, vermeerderd met de wettelijke handelsrente ingaande telkens 30 dagen na iedere maand waarop de order betrekking heeft tot de dag der algehele voldoening (II) Gasa te bevelen een volledige en gespecificeerde opgave te doen als bedoeld in artikel 7:433 BW op zodanige wijze dat Lion Fleurex haar rechten op provisie/beloning/schadevergoeding kan controleren en begroten, alsmede Gasa te veroordelen tot verstrekking van alle beschikbare gegevens over de sinds 28 november 2019 geplaatste orders die - om systeemtechnische of andere redenen - door Gasa niet (of niet volledig) zijn geaccepteerd en/of uitgevoerd (waaronder o.a. de ‘denied’ orders) en daarbij toe te lichten wat de reden was van de niet (volledige) uitvoering; (III) te verklaren voor recht dat Gasa toerekenbaar tekort is geschoten doordat Flore en haar klanten niet of niet goed orders hebben kunnen plaatsen sinds 28 november 2019, en Gasa te veroordelen tot vergoeding aan Lion Fleurex van de daardoor door Flore geleden schade, te begroten door het hof, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW per datum van de inleidende dagvaarding tot de dag der algehele voldoening; (IV) Gasa te veroordelen tot betaling aan Lion Fleurex van boetes van in totaal € 102.500, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW per datum van de memorie van grieven tot de dag van algehele voldoening; (V) Gasa te veroordelen tot vergoeding aan Lion Fleurex van het bedrag aan buitengerechtelijke kosten dat - gelet op hetgeen overigens wordt toegewezen - voortvloeit uit het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten; (VI) Gasa te veroordelen in de kosten van beide instanties, te vermeerderen met de nakosten, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na het arrest. 3.3. Aan de vorderingen I tot en met III is - hier kort samengevat - ten grondslag gelegd dat de door Flore gerealiseerde omzet - en daarmee haar provisie - vanaf 28 november 2019 aanzienlijk is gedaald en dat die omzetdaling het gevolg is van een overhaaste invoering door Gasa van de nieuwe webshop, omdat de oude niet werd ondersteund door Navision, zodat Gasa voor die omzetdaling jegens (thans) Lion Fleurex aansprakelijk is. 3.4. De kantonrechter heeft de bij de inleidende dagvaarding op diezelfde grondslag ingestelde vorderingen afgewezen op de grond dat onvoldoende is onderbouwd dat de omzetdaling van Flore is terug te voeren op de invoering van de nieuwe webshop. Daarbij is in het midden gelaten of Gasa van de invoering van de nieuwe webshop een verwijt treft. De grieven van Lion Fleurex keren zich tegen de afwijzing van de vorderingen door de kantonrechter. Zij lenen zich voor een gezamenlijke behandeling aan de hand van de vorderingen. vorderingen I en II 3.5. De vorderingen onder I strekken - primair en subsidiair in samenhang bezien - tot betaling alsnog van provisie over - althans een beloning als bedoeld in artikel 7:435 lid BW ten aanzien van - vanaf 28 november 2019 geplaatste orders die niet (volledig) zijn uitgevoerd, zulks ten titel van nakoming alsnog c.q. schadevergoeding wegens niet-nakoming door Gasa. 3.6. Ingevolge artikel 7:431 lid 1 aanhef en onder a BW heeft de handelsagent recht op provisie voor de overeenkomsten die tijdens de duur van de agentuurovereenkomst door zijn tussenkomst tot stand zijn gekomen. Artikel 7:432 lid 1 BW bepaalt dat indien - zoals kennelijk hier het geval - de rol van de agent zich heeft beperkt tot bemiddeling bij de totstandkoming van de overeenkomst, de order die hij aan zijn principaal heeft doen toekomen voor wat betreft het recht op provisie krachtens artikel 7:426 BW geacht wordt te zijn aanvaard, tenzij de principaal de handelsagent binnen de daartoe bepaalde termijn, althans die van een maand, meedeelt dat hij de order weigert of een voorbehoud maakt. Artikel 7:426 lid 1 BW houdt in dat de tussenpersoon recht heeft op loon, zodra door zijn bemiddeling de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de derde tot stand is gekomen. Artikel 7:426 lid 2 BW bepaalt dat, indien - zoals hier het geval - het recht op loon afhankelijk is gesteld van de uitvoering van de bemiddelde overeenkomst en deze overeenkomst niet wordt uitgevoerd, de opdrachtgever het loon ook verschuldigd is, tenzij de niet-uitvoering niet aan hem kan worden toegerekend; die bepaling is van dwingend recht (artikel 7:445 BW). Op grond van artikel 7:433 lid 1 BW, bezien in verband met artikel 3.8 van de agentuurovereenkomst, was Gasa verplicht om maandelijks aan Flore opgave te doen van de over die maand(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.