afdeling strafrecht parketnummer: 23-002712-23 datum uitspraak: 3 mei 2024 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 4 oktober 2023 in gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-150933-23 en 13-118837-23 en 13-167780-23, alsmede 13-122491-21 (TUL) tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1972, thans gedetineerd in [detentieadres]. Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep De verdachte is door rechtbank Amsterdam vrijgesproken van hetgeen aan hem in de zaak met parketnummer 13-150933-23 onder 3 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 april 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor hetgeen ten laste is gelegd in de zaak met parketnummer 13-150933-23 onder 1 en 2 en in de zaken met parketnummers 13-118837-23 en 13-167780-23 zal worden veroordeeld, en dat voor deze feiten een ISD-maatregel zal worden opgelegd voor de duur van twee jaren met een tussentijdse toets na maximaal zes maanden. Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen en de vordering tot tenuitvoerlegging heeft hij bevestiging van het vonnis gevorderd. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof: een bewijsmiddel toevoegt; de bewijsoverweging schrapt; de motivering van de op te leggen maatregel aanvult, en gebruikmaakt van zijn bevoegdheid te adviseren over de tenuitvoerlegging daarvan. Aanvullend bewijsmiddel Het hof vult het door de rechtbank gebezigde bewijs aan met het volgende bewijsmiddel: 1. De bekennende verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 19 april 2024. Deze houdt in voor zover van belang en zakelijk weergegeven: Ik heb zojuist de camerabeelden van de diefstal van de lokfiets op 20 maart 2023 gezien, en ik herken mezelf als de persoon op de beelden die de fiets wegneemt. Op de stills herkende ik mezelf niet, maar op de bewegende beelden wel. Ik beken dus ook deze diefstal. De verdachte heeft de in hoger beroep aan de orde zijnde ten laste gelegde feiten (deels ter terechtzitting in eerste aanleg, deels ter terechtzitting in hoger beroep) bekend en door of namens hem is geen vrijspraak bepleit. Gelet op artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering zal daarom worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen op grond waarvan het hof tot een bewezenverklaring is gekomen. Dit betreffen de door de rechtbank (per feit) gebezigde bewijsmiddelen en ten aanzien van het feit onder parketnummer 13-118837-23 tevens de hierboven weergegeven bekennende verklaring van de verdachte. Aanvullende motivering oplegging en advies tenuitvoerlegging ISD Ter terechtzitting in hoger beroep is door en namens de verdachte aangevoerd dat hij – kort gezegd – gemotiveerd is om buiten het kader van de ISD-maatregel aan zijn problematiek te werken. Daartoe is onder meer aangevoerd dat de verdachte zich goed inspant in detentie, dat hij zelf een zelfstandige woning en een baan in regio [regio] heeft gevonden voor na zijn detentie, dat hij contact heeft met [instelling 1] en [instelling 2] en dat hij deelneemt en deel zal blijven nemen aan verschillende contactgroepen ter ondersteuning en begeleiding. De verdachte vreest een averechts effect van oplegging van de ISD-maatregel, nu hij meent uit te zullen stromen in (een begeleid wonen-setting of daklozenopvang
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.