GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummers: 200.294.528/01 en 200.295.361/01 zaak-/rolnummer rechtbank: C/15/286848 / HA ZA 19-241 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 28 mei 2024 in de zaak met zaaknummer 200.294.528/01: 1de vennootschap onder firma FIRMA [appellant 1 ] EN ZONEN, gevestigd te [vestigingsplaats 1] , gemeente [Stad 1] , 2. [appellant 2], 3. [appellant 3], beide wonende te [vestigingsplaats 1] , gemeente [Stad 1] , appellanten, advocaat: mr. L. Koning te Haarlem, tegen: [geïntimeerde] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats 2] , gemeente [Stad 1] , geïntimeerde, advocaat: mr. H. van Lingen te Alkmaar, in de zaak met zaaknummer 200.295.361/01: 1de commanditaire vennootschap [appellant 4] , zaakdoende te [Stad 2] , 2. [appellant 5] , wonende te [Stad 2] , appellanten, advocaat: mr. N. Bouwman te Staphorst, tegen [geïntimeerde] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats 2] , gemeente [Stad 1] , geïntimeerde, advocaat: mr. H. van Lingen te Alkmaar. Partijen worden hierna [appellant 1 ] , [appellant 2] , [appellant 3] , [geïntimeerde] , [appellanten 2] en [appellant 5] genoemd. Appellanten in de eerstgenoemde zaak worden samen [appellanten 1 c.s.] genoemd en appellanten in de tweede zaak [appellanten 2] c.s. 1De zaak in het kort Aan tulpenbollen van [geïntimeerde] is schade ontstaan. Deze werden door [appellant 1 ] als contractteler van [geïntimeerde] geteeld op percelen in [Stad 2] . De bespuitingen van de percelen met gewasbeschermings- en onkruidbestrijdingsmiddelen werden in opdracht van [appellant 1 ] uitgevoerd door [appellanten 2] . Het schadebeeld wijst op schade als gevolg van uitgevoerde bespuitingen. De vraag is echter of bij het uitvoeren van de bespuitingen een fout is gemaakt op grond waarvan [geïntimeerde] [appellanten 1 c.s.] en [appellanten 2] c.s. aansprakelijk kan houden voor de ontstane schade. Het hof komt tot het oordeel dat op grond van de gegevens die nu voorhanden zijn moet worden aangenomen dat [appellanten 2] bij de bespuitingen een fout heeft gemaakt. [appellanten 1 c.s.] en [appellanten 2] c.s. worden toegelaten om daartegen tegenbewijs te leveren. 2Het verloop van de procedure in hoger beroep In de zaak met zaaknummer 200.294.528/01 [appellanten 1 c.s.] zijn bij dagvaarding van 10 mei 2021 in hoger beroep gekomen van het eindvonnis van de rechtbank Noord-Holland van 17 februari 2021 en de daaraan voorafgaande tussenvonnissen, onder het hierboven genoemde zaak-/rolnummer gewezen tussen hen als gedaagden en [geïntimeerde] als eiseres. Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend: - memorie van grieven, met producties; - memorie van antwoord, met producties. [appellanten 1 c.s.] hebben geconcludeerd dat het hof de bestreden vonnissen zal vernietigen en alsnog de vorderingen van [geïntimeerde] zal afwijzen, met veroordeling - uitvoerbaar bij voorraad - van [geïntimeerde] tot terugbetaling van het bedrag dat [appellanten 1 c.s.] op grond van het eindvonnis hebben betaald en tot betaling van de proceskosten met nakosten, alles vermeerderd met wettelijke rente. In de zaak met zaaknummer 200.295.361/01 [appellanten 2] c.s. zijn bij dagvaarding van 11 mei 2021 in hoger beroep gekomen van het eindvonnis van de rechtbank Noord-Holland van 17 februari 2021 en de daaraan voorafgaande tussenvonnissen, onder het hierboven genoemde zaak-/rolnummer gewezen tussen hen als gedaagden en [geïntimeerde] als eiseres. Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend: - memorie van grieven, met producties; - memorie van antwoord, met producties. [appellanten 2] c.s. hebben geconcludeerd dat het hof de bestreden vonnissen zal vernietigen en alsnog de vorderingen van [geïntimeerde] zal afwijzen, met veroordeling - uitvoerbaar bij voorraad - van [geïntimeerde] in de proceskosten met nakosten en vermeerderd met wettelijke rente. In beide zaken Bij arrest van 14 september 2021 is bepaald dat de onderhavige zaken gevoegd zullen worden behandeld. [geïntimeerde] heeft in beide zaken geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden bestreden eindvonnis, met veroordeling - uitvoerbaar bij voorraad - van [appellanten 1 c.s.] en [appellanten 2] c.s. in de proceskosten. Partijen hebben de zaak tijdens een zitting op 12 december 2022 mondeling laten toelichten door hun hiervoor genoemde advocaten, [appellanten 1 c.s.] mede door mr. R.H. Kroes, advocaat te Haarlem. De advocaten hebben spreekaantekeningen overgelegd. [appellanten 1 c.s.] en [geïntimeerde] hebben nog producties in het geding gebracht. Ten slotte is arrest gevraagd. [appellanten 1 c.s.] en [appellanten 2] c.s. hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden. 3Feiten De rechtbank heeft in het bestreden tussenvonnis van 11 december 2019 onder 2.1, tot en met 2.12 feiten opgesomd die tussen partijen vaststaan. Deze feiten zijn in hoger beroep niet in geschil, zodat het hof daarvan als vaststaand zal uitgaan. Het gaat in deze zaak om het volgende. 3.1. [geïntimeerde] exploiteert een bloembollenbedrijf dat zich bezig houdt met het telen van tulpenbollen en broeien van tulpen. 3.2. [appellant 1 ] exploiteert een agrarische onderneming en teelt groenten en bloembollen. [appellant 2] en [appellant 3] zijn vennoten van [appellant 1 ] . 3.3. [appellanten 2] exploiteert een akkerbouwbedrijf en verricht in dat kader teeltwerkzaamheden. [appellant 5] is beherend vennoot van [appellanten 2] . 3.4. [geïntimeerde] en [appellant 1 ] hebben op 28 december 2017 een contractteeltovereenkomst (hierna: de teeltovereenkomst) gesloten. [appellant 1 ] heeft op grond daarvan percelen landbouwgrond in [Stad 2] (hierna: de percelen) ter beschikking gesteld voor de teelt van tulpen van [geïntimeerde] . 3.5. [appellant 1 ] heeft de bespuiting van de percelen met gewasbeschermings- en onkruidbestrijdingsmiddelen laten uitvoeren door [appellanten 2] . De uitgevoerde spuitwerkzaamheden zijn vermeld in een zogenaamd spuitboekje. 3.6. [appellanten 2] heeft onder andere op 12 januari 2018 en 7 en 12 april 2018 de percelen bespoten. Op 17 april 2018 constateerde [geïntimeerde] een verdachte stand van het gewas bij een deel van de tulpen. 3.7. Op 23 april 2018 hebben partijen samen met hun adviseurs [Persoon 3] en [Persoon 4] de percelen bezocht. Geconstateerd is dat een deel van de tulpen gewasschade vertoonde. 3.8. Op 25 april 2018 zijn grond- en gewasmonsters genomen. De monsters zijn onderzocht, maar de testresultaten gaven geen uitsluitsel over de oorzaak van de schade. 3.9. Op 1 mei 2018 is [appellant 1 ] door [geïntimeerde] aansprakelijk gesteld voor de gevolgen van de spuitschade aan de tulpenbollen. 3.10. Op 14 mei en 20 juni 2018 hebben correspondenten van het Scheidsgerecht voor de bloembollenhandel (hierna: het scheidsgerecht) de percelen bezichtigd. Op 8 oktober 2018 zijn door het scheidsgerecht monsters genomen van de gerooide tulpen, afkomstig van de percelen. Door het scheidsgerecht zijn processen-verbaal opgemaakt van de bezoeken en bevindingen. 3.11. [BV 2] B.V. heeft in opdracht van [appellanten 1 c.s.] op 21 september 2018 en 15 oktober 2018 rapportages uitgebracht over de oorzaak van de gewasschade. 4De procedure bij de rechtbank 4.1. [geïntimeerde] heeft [appellanten 1 c.s.] en [appellanten 2] c.s. gedagvaard voor de rechtbank en gevorderd dat zij – samengevat weergegeven – hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van € 150.536,47 aan schadevergoeding. [geïntimeerde] stelt dat zij voor een totaal bedrag van € 208.471,27 aan schade heeft geleden als gevolg van verkeerd uitgevoerde spuitwerkzaamheden op de percelen. Een deel van de bloembollen is beschadigd en al het plantgoed is verloren gegaan. Daarnaast betekende het verlies van bloembollen dat minder stelen (bloemen) geproduceerd konen worden in de broeierij, waardoor winst is gederfd. Voor de ontstane schade houdt [geïntimeerde] [appellanten 1 c.s.] en [appellanten 2] c.s. aansprakelijk vanwege een tekortkoming in de nakoming van de teeltovereenkomst, dan wel uit onrechtmatige daad. [geïntimeerde] heeft naar aanleiding van de ontstane schade het tweede deel van de met [appellant 1 ] overeengekomen teeltvergoeding opgeschort en beroept zich ter hoogte van dat bedrag (€ 57.934,80) op verrekening. Na aftrek van dit bedrag van de totale schade, resteert nog het genoemde schadebedrag van € 150.536,47, te vermeerderen met buitengerechtelijke kosten (€ 2.280,36), wettelijke rente en proceskosten. 4.2. De rechtbank heeft [Persoon 1] van [BV 1] te [Plaats] (hierna ook: [Persoon 1] ) als deskundige benoemd om - kort gezegd - de oorzaak van de ontstane schade vast te stellen. 4.3. De rechtbank is de deskundige gevolgd in zijn conclusie dat de schade is veroorzaakt door de bespuiting van de percelen door [appellanten 2] . Verder is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat [appellanten 1 c.s.] en [appellanten 2] ten opzichte van [geïntimeerde] aansprakelijk zijn voor de ontstane schade. De vorderingen van [geïntimeerde] zijn toegewezen zoals die zijn gevorderd. [appellanten 1 c.s.] en [appellanten 2] c.s. zijn veroordeeld in de proceskosten van de procedure in eerste aanleg, de kosten van het deskundigenonderzoek daaronder begrepen. 5De beoordeling in hoger beroep 5.1. Tegen de beslissingen van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde motivering hebben [appellanten 1 c.s.] in hoger beroep tien grieven aangevoerd en [appellanten 2] c.s. zeven grieven. Onafhankelijkheid deskundige [Persoon 1] 5.2. Met grief 1 voeren [appellanten 1 c.s.] en [appellanten 2] c.s. aan dat de door de rechtbank benoemde deskundige [Persoon 1] niet als een onafhankelijke en onpartijdige deskundige kan worden aangemerkt. [Persoon 1] werkte volgens hen voorafgaand aan het deskundigenbericht al samen met Tulpenadvies B.V., de teeltadviseur van [geïntimeerde] . Zij verwijzen naar paragraaf 6.2 van de Leidraad deskundigen in civiele zaken van de Rechtspraak, op grond waarvan zij menen dat [Persoon 1] niet als deskundige in deze zaak kon optreden dan wel gehouden was de opdracht neer te leggen. Dat is niet gebeurd, zodat volgens [appellanten 1 c.s.] en [appellanten 2] c.s. het deskundigenbericht niet gebruikt mag worden in deze procedure. 5.3. Op grond van hetgeen partijen hebben aangevoerd, kan worden vastgesteld dat [Persoon 1] samen met [Persoon 2] van Tulpenadvies B.V. artikelen heeft gepubliceerd in het Vakblad voor de Bloemisterij. Dat [Persoon 1] uit hoofde van deze activiteiten [Persoon 2] van Tulpenadvies B.V. kent die de teeltadviseur is van [geïntimeerde] , betekent naar het oordeel van het hof nog niet dat [Persoon 1] de partijen in deze procedure professioneel of zakelijk kende en tegenover hen niet vrij stond zoals is bedoeld in de Leidraad deskundigen in civiele zaken. Dit werd niet anders doordat [Persoon 1] - naar [appellanten 1 c.s.] en [appellanten 2] c.s. stellen - gedurende de uitvoering van het deskundigenonderzoek erachter kwam dat Tulpenadvies B.V. in de persoon van [Persoon 2] teeltadvies gaf aan [geïntimeerde] . Dat [Persoon 1] de adviseur van een van de partijen kende, bracht niet mee dat hij zich in dit geval diende terug te trekken als deskundige in de procedure. Ook heeft [Persoon 1] door samen met [Persoon 2] publicaties te verzorgen in het Vakblad niet de schijn gewekt dat hij in deze zaak partijdig zou zijn. De omstandigheden die [appellanten 1 c.s.] en [appellanten 2] c.s. hebben aangevoerd, zijn onvoldoende om, objectief beschouwd, twijfel te kunnen rechtvaardigen aan de onpartijdigheid van de deskundige. De eerste grief in beide zaken is vergeefs voorgesteld. Oorzaak van de schade aan de tulpen/tulpenbollen 5.4. De grieven 2 tot en met 7 van [appellanten 1 c.s.] en grief 2 van [appellanten 2] c.s. hebben betrekking op de inhoud van het deskundigenbericht, met name de conclusies die de deskundige heeft getrokken en die door de rechtbank zijn gevolgd. Deze grieven zullen hierna zoveel als mogelijk gezamenlijk worden behandeld. 5.5. Uitgangspunt voor de beoordeling van deze grieven is dat niet ter discussie staat dat schade is ontstaan aan de bloembollen. Volgens [appellanten 1 c.s.] en [appellanten 2] c.s. is dat onmiskenbaar het geval. Hoe het gewas in de loop van het seizoen erbij stond en hoe de bloembollen na het rooien eruit zagen, is evenmin in geschil. Partijen hebben de schadelocaties bezichtigd en het schadebeeld is uitvoerig gedocumenteerd en gefotografeerd. De deskundige heeft in het deskundigenbericht de verschillende vragen beantwoord die hem door de rechtbank zijn gesteld. Hem is niet gevraagd een eigen beschrijving van het schadebeeld te geven. Op p. 3 van het deskundigenbericht heeft de deskundige volstaan met een verwijzing naar overgelegde stukken waarin het schadebeeld is beschreven en de foto’s waarop de stand van het gewas en de schade zichtbaar is. Dat de deskundige in zijn rapportage geen eigen beschrijving van het schadebeeld heeft gegeven, maakt in dit geval niet dat zijn conclusies niet kunnen worden gevolgd. Op dit punt faalt grief 2 van [appellanten 1 c.s.] en [appellanten 2] c.s. 5.6. Op basis van hetgeen partijen over en weer onder verwijzing naar stukken hebben aangevoerd, zichtbaar is op de overgelegde foto’s en is besproken tijdens de mondelinge behandeling, gaat het hof uit van het volgende: [appellanten 2] heeft op 12 januari 2018 en op 7 en 12 april 2018 drie locaties in een bepaalde volgorde bespoten. Op de eerste twee bespoten percelen werden tulpenbollen van [geïntimeerde] geteeld en op de derde locatie tulpenbollen van [appellant 1 ] zelf. In januari 2018 heeft [appellanten 2] de bespuiting verdeeld over drie tanks. Na de bespuiting van het eerste perceel is de tank opnieuw gevuld en is begonnen met de bespuiting van het tweede perceel. In april 2018 zijn de percelen met één tank bespoten. Aan de tulpen/tulpenbollen van het eerste perceel is ernstige schade ontstaan. Bij het tweede perceel is alleen aan het begin schade, daarna neemt de schade snel af en op de derde locatie is geen of nauwelijks schade. Het schadebeeld op de percelen bestond uit onvoldoende gestrekte (gegroeide) tulpen die in hun ontwikkeling waren gestagneerd en krimpsporen vertoonden. Het gewas was bleek, dat is minder groen dan gebruikelijk. De bollen waren misvormd, gekrompen en rimpelig en er zaten voze bollen tussen. Op de foto’s zijn zichtbaar de regels (bloembedden) en spuitpaden (de paden waar de wielen van de spuitmachine overheen rijden). Op de foto’s is te zien dat op enkele plekken het schadebeeld ontbreekt. Eén van de regels van perceel 1 wijkt af van de rest. In deze regel zijn de tulpen wel uitgegroeid en in deze regel staat onkruid. Verder zijn op de foto’s van het eerste perceel drie driehoeken in de beplanting zichtbaar waar het gewas er beter (groener) bijstaat dan de rest. 5.7. [geïntimeerde] geeft de volgende verklaring voor het feit dat in één regel en op de plaats van de genoemde driehoeken geen schade is ontstaan. Volgens haar zijn deze gedeelten van het perceel niet door [appellanten 2] bespoten. Ten aanzien van die ene regel geeft [geïntimeerde] de volgende verklaring. Een spuitpad loopt in het midden van 22 regels. Een spuitarm van de spuitmachine is zo breed als 11 regels. Door over een spuitpad te rijden kunnen dus 22 regels worden bespoten: aan beide zijden 11 regels. Op de plaats waar een regel is gemist bij de bespuitingen, lopen drie spuitpaden. De spuiter kan maar twee van de drie paden gebruiken, zodat de spuitmachine aan één kant een grotere afstand heeft tot de regels. Daardoor is aan één kant van de spuitmachine één van de 22 regels gemist bij het bespuiten. Op perceel 1 is ook een deel waar maar 21 regels zijn. Dat heeft volgens [geïntimeerde] ertoe geleid dat een regel (deels) twee keer is bespoten. Dat verklaart volgens [geïntimeerde] dat in die specifieke regel de schade ernstiger was dan in andere bespoten regels. Dat bepaalde driehoeken in het perceel zijn gemist bij de bespuitingen, is volgens [geïntimeerde] het gevolg van de vorm van het perceel. De regels lopen niet haaks op de kop van het perceel. Als de spuiter bij het einde van het perceel komt, wordt de spuitarm uitgeschakeld en daardoor wordt een deel van de regels gemist bij het spuiten. Vervolgens wordt langs de kop gespoten, maar wordt op kruisende gedeelten een aantal driehoekjes gemist. Naast de afwezigheid van schade aan de tulpen wijst de aanwezigheid van onkruid in de gemiste delen van het perceel erop dat deze delen van het perceel niet zijn bespoten, aldus [geïntimeerde] . 5.8. [appellanten 1 c.s.] en [appellanten 2] c.s. hebben deze uiteenzetting van [geïntimeerde] in zoverre bestreden dat zij betwisten dat een regel dubbel is bespoten. De spuitarmen zijn volgens hen ingedeeld in secties die los van elkaar in en uit te schakelen zijn, voorzien van GPS. Daarmee wordt overlap voorkomen, althans geminimaliseerd (conclusie van antwoord onder 20). [appellanten 2] heeft ter zitting in eerste aanleg wel de stelling van [geïntimeerde] bevestigd dat de spuit niet tot op een halve meter nauwkeurig bijstelt.[appellanten 1 c.s.] en [appellanten 2] c.s. zijn niet gemotiveerd ingegaan op de hiervoor weergegeven uiteenzetting van [geïntimeerde] dat naast de drie spuitpaden een regel niet is bespoten en zich in de beplanting de genoemde driehoeken bevonden waarvan moet worden aangenomen dat die onbespoten zijn gebleven, zodat het hof van de juistheid van dat uitgangspunt zal uitgaan. 5.9. Samengevat weergegeven leidt het voorgaande tot de volgende conclusies. Het gaat om percelen die vlak bij elkaar liggen, onder invloed waren van dezelfde weersomstandigheden en die waren beplant met dezelfde soort bollen. Uitgaande van de volgorde waarin de percelen zijn bespoten, heeft het eerste perceel schade, de tweede alleen aan het begin, waarna de schade in de volgorde waarin is gespoten snel minder wordt, terwijl de derde locatie geen of nauwelijks schade heeft. In een strook en bij driehoeken waar niet is gespoten, zijn de bloembollen onbeschadigd gebleven. Dit schadebeeld betekent dat ervan moet worden uitgegaan dat een causaal verband aanwezig is tussen de door [appellanten 2] in opdracht van [appellant 1 ] uitgevoerde spuitwerkzaamheden en de ontstane schade. Dat is ook de conclusie van de deskundige: het hier gaat om spuitschade, dat is schade als gevolg van een bespuiting: “Volgens mij is hier sprake van een spuitschade. Dat blijkt voor mij uit de omschrijving van het schadebeeld en de wijze waarop het voorkomt op de percelen die in deze zaak besproken worden. Zie producties Benthem 2, 3, 5 en Knuwer producties 6, 7, 9, 10, 11,12, 13, 14 en 21.” 5.10. De vraag die partijen verdeeld houdt, is of [appellanten 1 c.s.] en [appellanten 2] c.s. ten opzichte van [geïntimeerde] aansprakelijk zijn voor de spuitschade. Zij betwisten dat. Het gebruik van chemische middelen brengt volgens hen altijd een risico met zich. Dat risico ligt bij [geïntimeerde] als contractgever. [geïntimeerde] zal moeten aantonen wat de oorzaak is van de ontstane schade. Volgens [appellanten 1 c.s.] en [appellanten 2] c.s. is niet komen vast te staan dat bij de bespuitingen een fout is gemaakt, terwijl er wel alternatieve oorzaken zijn voor de schade. Volgens [appellanten 1 c.s.] en [appellanten 2] c.s. kan de schade zijn ontstaan door inspoeling in combinatie met de slechte weersomstandigheden. Meer in het bijzonder wijzen zij op het middel Dual Gold als mogelijke veroorzaker van de schade. Onder inspoeling wordt in dit verband verstaan het verschijnsel dat bij (hevige) regenval een gespoten middel in de bodem terecht kan komen en schade veroorzaakt aan de bolspruit of de wortels van de bol. 5.11. In verband met de beantwoording van de vraag wat de oorzaak is van de ontstane schade, met name of deze het gevolg is van een fout aan de zijde van [appellanten 2] , heeft de rechtbank het deskundigenonderzoek bevolen. Uit het deskundigenbericht blijkt dat de deskundige op grond van zijn (ingewonnen) kennis en ervaring heeft onderzocht of het schadebeeld past bij de middelen die volgens het spuitboekje zijn gebruikt en/of de aangetroffen residuen in de genomen monsters. Het is volgens de deskundige niet mogelijk gebleken, bijvoorbeeld door technisch onderzoek, om eenduidig vast te stellen welke stof of stoffen in een bespuiting of bespuitingen de schade hebben veroorzaakt. Veel middelen zijn volgens hem al heel snel na toepassing niet meer in het gewas met een residu-analyse aan te tonen. De schade kan dus volgens hem ook door een niet gemeten stof veroorzaakt zijn. De deskundige heeft verschillende mogelijke oorzaken voor het ontstaan van de schade opgesomd, maar hij kon naar zijn zeggen helaas achteraf niet met zekerheid een eenduidige oorzaak vaststellen. Navraag bij de producenten van de gebruikte middelen leerde dat deze niet afzonderlijk de schade konden veroorzaken. Ook het gebruikte middel Dual Gold kan zelfs bij zware overdoseringen volgens de deskundige de schade niet hebben veroorzaakt. De effecten van de combinatie van de gebruikte middelen in hoge concentraties zijn echter volgens de deskundige nergens onderzocht of ervaren. 5.12. Samenvattend weergegeven is de deskundige tot de conclusie gekomen dat de oorzaak van de spuitschade niet meer met zekerheid is vast te stellen. Alles afwegende houdt hij rekening met vier volgens hem zeer aannemelijk scenario’s: 1. Bij de bespuiting van 12 januari 2018 zijn ongewenst resten/residuen van herbicide(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.