afdeling strafrecht parketnummer: 23-001316-23 datum uitspraak: 30 mei 2024 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 21 april 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-089187-23 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1997, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 30 april 2024 en 30 mei 2024, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: primair: hij op of omstreeks 1 april 2023 te Amsterdam, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [benadeelde] (werkzaam als Buitengewoon Opsporingsambtenaar bij de gemeente Vervoerbedrijf Amsterdam) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen een kopstoot tegen diens (linker-)kaak, althans hoofd heeft gegeven, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair:hij op of omstreeks 1 april 2023 te Amsterdam, althans in Nederland, [benadeelde] (werkzaam als Buitengewoon Opsporingsambtenaar bij de gemeente Vervoerbedrijf Amsterdam) heeft mishandeld door een kopstoot tegen diens (linker-)kaak, althans hoofd te geven. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof zich niet kan verenigen met het vonnis in eerste aanleg. Vrijspraak Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte primair is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 1 april 2023 te Amsterdam [benadeelde] (werkzaam als Buitengewoon Opsporingsambtenaar bij de gemeente Vervoerbedrijf Amsterdam) heeft mishandeld door een kopstoot tegen diens linkerkaak te geven. Hetgeen subsidiair meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het subsidiair bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het subsidiair bewezenverklaarde levert op: mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het subsidiair bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straf De politierechter heeft de verdachte integraal vrijgesproken. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het subsidiair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 150 uur subsidiair 75 dagen hechtenis. De raadsvrouw van de verdachte heeft verzocht om bij het opleggen van een straf rekening te houden met de wens van de verdachte om per 30 april 2026 te kunnen naturaliseren. Daartoe heeft zij aangevoerd dat een geldboete vanaf € 900,00 of een taakstraf voor de duur van 36 uur of meer een probleem kunnen vormen voor de naturalisatie van de verdachte. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft een kopstoot gegeven aan een buitengewoon opsporingsambtenaar in functie. Aldus heeft de verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van deze ambtenaar en hem pijn en een vervelende ervaring bezorgd, terwijl hij gewoon zijn werk deed. Het handelen van de verdachte getuigt bovendien van een gebrek aan respect voor personen die belast zijn met openbaar gezag. Het hof heeft gelet op de straf die in soortgelijke gevallen pleegt te worden opgelegd en die zijn weerslag heeft gevonden in de Oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Voor een mishandeling door middel van een kopstoot geldt als uitgangspunt een taakstraf voor de duur van 150 uur. De omstandigheid dat de mishandeling is begaan tegen een buitengewoon opsporingsambtenaar is strafverzwarend. In de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en met het oog op het voorkomen van recidive ziet het hof aanleiding om een gedeelte van de taakstraf voorwaardelijk op te leggen. Echter, omdat het geweld is begaan tegen een ambtenaar in functie, doet een straf zoals verzocht door de raadsvrouw van de verdachte geen recht aan de ernst van het gepleegde feit. Naar het oordeel van het hof is een taakstraf van minder dan 36 uur dan ook niet aan de orde. Het hof acht, alles afwegende, een deels voorwaardelijke taakstraf van na te melden duur passend en geboden. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 525,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.