GERECHTSHOF AMSTERDAM Afdeling civiel recht en belastingrecht Team III (familie- en jeugdrecht) zaaknummer: 200.337.466/01 zaaknummers rechtbank: C/13/735367 / FA RK 23-3994 beschikking van de meervoudige kamer van 4 juni 2024 in de zaak van [de moeder] , wonende te [plaats A] , verzoekster in hoger beroep, hierna te noemen: de moeder, advocaat: mr. M. Dorgelo te Amsterdam, en de Raad voor de Kinderbescherming, gevestigd te Den Haag, locatie [plaats A] , verweerder in hoger beroep, hierna te noemen: de raad. Het hof heeft daarnaast als belanghebbenden aangemerkt: - de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Regio [plaats A] , locatie [plaats A] (hierna te noemen: de GI), - [stiefvader] (hierna te noemen: de stiefvader), en - de minderjarige [minderjarige] (hierna te noemen: [minderjarige] ). 1Het verloop van de procedure bij de rechtbank Het hof verwijst voor het verloop van de procedure bij de rechtbank naar de beschikking van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) van 1 november 2023, uitgesproken onder het hiervoor genoemde zaaknummer (hierna: de bestreden beschikking). Bij de bestreden beschikking is op verzoek van de raad het ouderlijk gezag van de stiefvader over [minderjarige] beëindigd. 2De procedure in hoger beroep 2.1 De moeder is op 2 februari 2024 in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. 2.2 Het hof heeft daarnaast de volgende stukken ontvangen: - een bericht van de zijde van de moeder van 22 februari 2024 met bijlagen, - een bericht van de zijde van de moeder van 6 maart 2024, en - een bericht van de zijde van de GI van 12 maart 2024; - een bericht van de zijde van de moeder van 28 maart 2024 met bijlagen. 2.3 De zitting, waarbij slechts de ontvankelijkheid van het hoger beroep aan de orde was, heeft op 4 april 2024 plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig: - de moeder, bijgestaan door haar advocaat, - de stiefvader, en - de raad, vertegenwoordigd door V. Aelbers. De GI is, met bericht van afwezigheid, niet verschenen. 3De ontvankelijkheid in het hoger beroep Het verloop van de procedure voorafgaand aan de zitting 3.1 Op 2 februari 2024 om 00.03 uur is via Veilig mailen (Zivver) op het e-mailadres van het hof (team.administratie.familie.hof.amsterdam@rechtspraak.nl) een e-mail van de advocaat van de moeder, mr. Dorgelo, binnengekomen met de volgende inhoud: ‘Gelieve bijgevoegd appelschriftuur in behandeling te nemen.’ 3.2 De e-mail van mr. Dorgelo bevat twee bijlagen in de vorm van een pdf-bestand, waaronder het beroepschrift en het zogenoemde V1-formulier Nieuw verzoekschrift. 3.3 Het hof heeft partijen op 15 februari 2024 per e-mail medegedeeld dat mr. Dorgelo het beroepschrift op 2 februari 2024 om 00.03 uur via Zivver heeft ingediend en dat het hof voornemens is te beslissen zonder zitting, omdat de ontvankelijkheid voorligt. Daarnaast heeft het hof mr. Dorgelo verzocht kenbaar te maken of zij instemt met een schriftelijke afdoening of dat zij een ontvankelijkheidsbehandeling wenst. 3.4 Op 6 maart 2024 heeft het hof een e-mail ontvangen van mr. Dorgelo waarin zij aangeeft naar aanleiding van het bericht van het hof contact te hebben opgenomen met Zivver om na te gaan op welk tijdstip het hoger beroep is ingediend. Zij heeft echter geen ander bericht ontvangen dan dat het bericht om 00.03 uur bij het hof is aangekomen en het lukt haar dus niet om te bewijzen dat het beroepschrift eerder is ingediend. Zij ondervond die bewuste avond computerproblemen en vertraging in de afhandeling van commando’s, vandaar het tijdstip, aldus mr. Dorgelo. 3.5 De GI heeft bij bericht van 12 maart 2024 laten weten van mening te zijn dat (naar het hof begrijpt) de moeder niet-ontvankelijk is in haar hoger beroep. De standpunten ter zitting 3.6 Ter zitting heeft mr. Dorgelo – voor zover hier van belang – het volgende aangevoerd. Het beroepschrift is vóór 00.00 uur verzonden en mr. Dorgelo heeft geprobeerd daar bewijs voor te verzamelen, maar dat is niet gelukt. Zij kan niet bewijzen dat het beroepschrift voor 00.00 uur is ingediend en verkeert in bewijsnood. Subsidiair voert zij aan dat een verklaring van [minderjarige] de aanleiding is geweest om het gezag van de stiefvader te beëindigen en dat de moeder inmiddels nieuwe feiten en omstandigheden heeft aangevoerd die tot een ander oordeel leiden. Mr. Dorgelo verzoekt dan ook, mede gelet op het feit dat ook de raad aanwezig is ter zitting, om de zaak alsnog inhoudelijk te behandelen en de bestreden beschikking te vernietigen. 3.7 De raad heeft zich ter zitting gerefereerd aan het oordeel van het hof ten aanzien van het al dan niet verstrijken van de appeltermijn. Aangezien de raad geen rekening heeft gehouden met een inhoudelijke behandeling van de zaak omdat enkel een behandeling van de ontvankelijkheid van het verzoek was aangekondigd, is de raad niet ingegaan op het inhoudelijke standpunt van de advocaat van de moeder. De beoordeling 3.8 Artikel 806 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) regelt voor zaken van personen- en familierecht de beroepstermijn en de aanvang daarvan. Op grond van het eerste lid, aanhef en onder a, van dat artikel kan van een beschikking door degenen aan wie een afschrift is verstrekt hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de uitspraak. De bestreden beschikking dateert van 1 november
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.