beschikking ___________________________________________________________________ GERECHTSHOF AMSTERDAM ONDERNEMINGSKAMER zaaknummer : 200.338.052/01 OK beschikking van de Ondernemingskamer van 13 juni 2024 inzake DE CLIËNTENRAAD LOCATIE ORANJEHOECK VAN STICHTING LAURENS, gevestigd te Rotterdam, VERZOEKER, advocaat: mr. J.H. Fellinger, kantoorhoudende te Amsterdam, t e g e n de stichting STICHTING LAURENS, gevestigd te Rotterdam, VERWEERSTER, advocaat: mr. T. van Malssen, kantoorhoudende te Arnhem. Verzoeker wordt hierna aangeduid als de CR-O. Verweerster wordt aangeduid als Stichting Laurens. 1Het verloop van het geding 1.1 De CR-O is bij op 23 februari 2024 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen beroepschrift in beroep gekomen van de uitspraak van de Landelijke Commissie van Vertrouwenslieden (hierna de LCvV) van 21 december 2023, gewezen tussen Stichting Laurens en de CR-O. In haar uitspraak heeft de LCvV het verzoek van Stichting Laurens toegewezen om vervangende toestemming te verlenen voor het vaststellen van een uniforme medezeggenschapsregeling van Stichting Laurens voor locatie Oranjehoeck. 1.2 De CR-O heeft verzocht de uitspraak van de LCvV te vernietigen en alsnog het verzoek van Stichting Laurens af te wijzen, met veroordeling van Stichting Laurens in de kosten van het geding, uitvoerbaar bij voorraad. 1.3 Stichting Laurens heeft bij op 4 april 2024 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek en daarbij verzocht, naar de Ondernemingskamer begrijpt, te bepalen dat de door Stichting Laurens uit hoofde van artikel 6 lid 5 van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018 (hierna: Wmcz 2018) te dragen (proces-)kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen, althans deze te matigen tot het bedrag dat de raadsman van Stichting Laurens voor deze procedure aan Stichting Laurens in rekening brengt. 1.4 Bij 'akte houdende producties tevens vermindering van eis' van 24 april 2024 heeft de CR-O de gevraagde proceskostenveroordeling en uitvoerbaar bij voorraadverklaring laten vallen en twee nadere producties in het geding gebracht. 1.5 Bij 'akte reactie eisvermindering tevens (voorwaardelijk) zelfstandig tegenverzoek' van 25 april 2024 heeft Stichting Laurens verzocht (primair) te bepalen dat de kosten van de CR-O voor dit geding niet voor vergoeding in aanmerking komen, althans (subsidiair) te bepalen dat deze kosten slechts tot een bedrag van € 4.444,21 inclusief btw, althans een door de Ondernemingskamer te bepalen bedrag, ten laste komen van Laurens. 1.6 Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 2 mei 2024. Bij die gelegenheid hebben de advocaten de standpunten van de onderscheiden partijen toegelicht, mr. Fellinger aan de hand van - aan de Ondernemingskamer en de wederpartij overgelegde - aantekeningen. Partijen en hun advocaten hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord en inlichtingen verstrekt. Wat betreft het verzoek van Stichting Laurens aan de Ondernemingskamer om te bepalen welke kosten uit hoofde van artikel 6 lid 5 Wmcz 2018 voor vergoeding door Stichting Laurens in aanmerking komen, zijn beide partijen bij monde van hun advocaten ter zitting uitdrukkelijk akkoord gegaan deze kwestie bij wege van prorogatie direct in deze procedure aan de Ondernemingskamer voor te leggen, teneinde daarop te beslissen. Mr. Fellinger heeft te kennen gegeven zich voldoende over de materie te hebben kunnen uitlaten en geen behoefte te hebben aan de hem geboden mogelijkheid voor een nadere schriftelijke ronde. 2De vaststaande feiten 2.1 Stichting Laurens is een zorginstelling die in de regio Rotterdam thuiszorg, revalidatiezorg, verpleeghuiszorg en palliatieve zorg aanbiedt. Zij werkt vanuit verschillende zorglocaties (thans in totaal 30). Een van die locaties is Oranjehoeck in Bergschenhoek, een locatie gericht op mensen met dementie. Vrijwel alle locaties hebben een lokale cliëntenraad; daarnaast is er een centrale cliëntenraad (hierna: CCR). 2.2 Op 16 juni 2021 heeft Stichting Laurens een uniforme medezeggenschapsregeling voor de gehele organisatie (hierna: de Medezeggenschapsregeling) ter instemming voorgelegd aan de cliëntenraden. Twee cliëntenraden, waaronder de CR-O, hebben hun instemming onthouden. 2.3 Bij uitspraak van 17 maart 2022 heeft de LCvV het verzoek van Stichting Laurens om vervangende instemming jegens (ook) de CR-O afgewezen. Zij oordeelde (kortweg) dat de weigering tot instemming van (ook) de CR-O niet onredelijk is en dat rechtstreeks tussen instelling en cliëntenraden verdere inhoudelijke discussie over de Medezeggenschapsregeling had moeten plaatshebben. 2.4 Na de uitspraak van de LCvV heeft Stichting Laurens het overleg met de CR-O en de CCR voortgezet. In een brief van 25 juli 2022 zijn tussen Stichting Laurens en de CR-O gemaakte afspraken vastgelegd over aanpassingen in het voorwoord en de artikelen 5 en 12 van de Medezeggenschapsregeling, het vastleggen van werkwijzen in een huishoudelijk reglement, een rooster van aftreden van de cliëntenraden en aanpassingen in de praktische werkwijze van de CCR. De brief is voor akkoord door de CR-O medeondertekend. 2.5 Een brief van 25 juli 2022 met als strekking dat Stichting Laurens, de CR-O en de CCR jegens elkaar excuus maken voor de gang van zaken in het verleden is door Stichting Laurens en de CR-O wel, maar de CCR niet ondertekend. Dat was voor de CR-O reden om niet in te stemmen met de Medezeggenschapsregeling. 2.6 Stichting Laurens heeft daarop geconstateerd dat er sprake is van een impasse en voorstellen voor een uitweg gedaan, door een verkenner te benoemen. De CR-O heeft bij e-mail van 18 september 2022 laten weten het voorstel te verwerpen, geen vertrouwen in het dagelijks bestuur (“DB”) van de CCR te hebben en vast te houden aan een medezeggenschapsregeling voor uitsluitend de CR-O. De CR-O ziet niet in hoe aan de CR-O toegekende rechten gedwongen aan de CCR overgedragen kunnen worden maar schrijft ook dat “wij bij een (…) anders samengesteld DB zeker zullen overwegen om alsnog tot de door u beoogde regeling te komen”. 2.7 Medio oktober 2022 suggereert de CR-O het intussen herhaalde voorstel van Stichting Laurens tot bemiddeling te parkeren, in verband met een voorzitterswijziging bij de CCR. 2.8 Bij brief van 18 november 2022 heeft Stichting Laurens een naar aanleiding van het overleg met de CR-O (en de andere lokale cliëntenraad die niet had ingestemd) gewijzigde versie van de Medezeggenschapsregeling aan de cliëntenraden toegestuurd en hun instemming met de voorgenomen aanpassingen gevraagd. Op twee na hebben alle cliëntenraden die instemming verleend. 2.9 Op 5 december 2022 liet de CR-O onder meer weten “niet bereid te zijn tot overdracht van enige aan ons bij wet (Wmcz 2018) toegekende instemmings- en andere rechten aan een CCR, die opereert zonder een door ons geaccepteerd Huishoudelijk Reglement en Rooster van aftreden” en niet eerder dan eind februari/begin maart 2023 op de instemmingsaanvraag te kunnen reageren. 2.10 Bij uitspraak van 7 maart 2023 (zaaknummer 2023-001) heeft de LCvV Stichting Laurens vervangende toestemming verleend voor het vaststellen van de Medezeggenschapsregeling met betrekking tot de andere lokale cliëntenraad die zijn instemming had onthouden. 2.11 In de CCR-vergadering van 12 april 2023 is een huishoudelijk reglement CCR vastgesteld. 2.12 Bij e-mail van 25 april 2023 heeft de CR-O definitief laten weten niet in te stemmen met de Medezeggenschapsregeling. Daartoe werd aangevoerd dat in het huishoudelijk reglement voor de CCR punten die voor de CR-O essentieel zijn niet zijn overgenomen, waaronder de benoemingstermijn en de mogelijke aanstelling van een “onafhankelijke” voorzitter. De CR-O is “unaniem tot de conclusie gekomen dat wij er niet op kunnen vertrouwen dat de CCR (en haar zelfbenoemde DB) de in artikel 3 van de Wmcz 2018 genoemde behartiging van de belangen van onze cliënten adequaat en in voldoende mate invulling zal geven.” 2.13 In de CCR-vergadering van 5 juli 2023 is een rooster van aftreden van de CCR vastgesteld. 2.14 Op 21 december 2023 heeft de LCvV, op het daartoe strekkend verzoek van Stichting Laurens van 26 september 2023, vervangende toestemming verleend voor het vaststellen van de Medezeggenschapsregeling voor locatie Oranjehoeck. Het LCvV constateerde onder meer dat de voornaamste reden voor de CR-O om niet in te stemmen is dat de CR-O geen bevoegdheden wil overdragen aan de CCR; de CR-O had bevestigd dat ”het haar niet zozeer om de inhoud van de Medezeggenschapsregeling te doen is, als wel om een gebrek aan vertrouwen in vooral het dagelijks bestuur van de CCR”. De LCvV kenschetst het geschil daarom als een dat gaat over gebrek aan vertrouwen, constateert dat van inhoudelijke bezwaren tegen de regeling niet is gebleken en dat er geen locatiegebonden redenen zijn die de uniforme Medezeggenschapsregeling (die na veel inspraak en instemming tot stand is gekomen) in de weg staan. Zij vindt de opstelling van de CR-O onder meer onredelijk waar de CR-O volhardt in een aantal voorgestelde wijzigingen ten aanzien van het huishoudelijk reglement van de CCR, die door de CCR niet ingewilligd worden, hetgeen mogelijk moet zijn gezien diens beleidsvrijheid. Zij acht de keuze van de CR-O om niet zelf deel te nemen in de CCR een gemiste kans en merkt op dat de CR-O voorbij gaat aan het gegeven dat medezeggenschap in een instelling als Stichting Laurens ook aan anderen is gegeven en een collectieve verantwoordelijkheid is. Dat locatie Oranjehoeck al sinds lang geen medezeggenschapsregeling heeft komt mede door de houding van de CR-O, die niet open staat voor compromissen. Die opstelling vindt de LCvV niet redelijk. 2.15 In de bestuursvergadering van 9 januari 2024 heeft Stichting Laurens de Medezeggenschapsregeling vastgesteld. Het inmiddels aan de CR-O gedane verzoek om instemming met het Kwaliteitsplan 2024, dat de gehele organisatie betreft, heeft Stichting Laurens daarop ingetrokken. 2.16 Bij e-mail van 13 februari 2024 heeft mr. Fellinger namens de CR-O laten weten dat het besluit tot intrekking van de instemmingsaanvraag Kwaliteitsplan 2024 nietig is. Per mail van 14 februari 2024 heeft Stichting Laurens dat standpunt gemotiveerd bestreden. 3De gronden van de beslissing 3.1 De CR-O heeft aan zijn beroep ten grondslag gelegd dat de Medezeggenschapsregeling in strijd is met de Wmcz 2018. Volgens de CR-O volgt uit artikel 5.1 (leden 1 tot en met 5) van de Medezeggenschapsregeling (in samenhang met de onderwerpenverdeling van 5.1 lid 9, die verwijst naar Bijlage 1) dat alleen wanneer een advies- of instemmingsaanvraag betrekking heeft op uitsluitend één locatie, de decentrale cliëntenraad bevoegd is. Zo worden vrijwel alle belangen naar het centrale niveau getild. Dat is strijdig met het uitgangspunt van de Wmcz 2018, die beoogt de medezeggenschap zo dicht mogelijk bij cliënten te leggen. Ook het faciliteren van een benoeming van leden van de cliëntenraden voor 2 x 4 jaar leidt tot het afpakken van zeggenschap op decentraal niveau. Stichting Laurens stelt zich daarnaast boven de cliëntenraad door zichzelf in strijd met de Wmcz 2018 in artikel 2.2 lid 4 en artikel 4.1 lid 4 Medezeggenschapsregeling een benoemingsrecht toe te eigenen met betrekking tot de leden van de (lokale en centrale) cliëntenraad. De Medezeggenschapsregeling kent verder een onderverdeling in onderwerpen die locatie-, dagbesteding- dan wel domeinoverstijgend zijn. Die terminologie kent de wet niet. 3.2 Stichting Laurens heeft verweer gevoerd. Primair luidt haar betoog dat geen van de in het beroepschrift gewraakte artikelen uit de Medezeggenschapsregeling in de instemmingsprocedure en de procedure bij het LCvV een rol heeft gespeeld. Dat had wel gemoeten: Stichting Laurens kan in haar besluitvorming immers geen rekening houden met haar onbekende bezwaren. Alleen al daarom moet het beroep worden afgewezen. De Medezeggenschapsregeling voldoet overigens aan de Wmcz 2018, zoals de LCvV ook bevestigde in zaak met nummer 2023-001 (zie rov. 2.10). De Wmcz 2018 schrijft alleen voor dat lokale cliëntenraden tenminste bevoegd zijn met betrekking tot aangelegenheden die specifiek de cliënten op de betreffende locatie raken; dat is het geval in de onderhavige regeling. De verdere bevoegdheidsverdeling tussen cliëntenraden onderling is aan het veld overgelaten, zoals ook volgt uit verschillende (als productie overgelegde) model medezeggenschapsregelingen. Aldus Stichting Laurens. 3.3 De Ondernemingskamer zal het (verdere) verweer van Stichting Laurens voor zover nodig hierna beoordelen. 3.4 De opvatting van Stichting Laurens dat het beroep van de CR-O alleen al moet worden verworpen omdat in deze procedure uitsluitend nieuwe, niet eerder geformuleerde, bezwaren naar voren worden gebracht, deelt de Ondernemingskamer niet. Weliswaar is het juist dat de CR-O tot aan deze beroepsprocedure niet, althans niet met zoveel woorden, kritiek heeft geleverd op de concrete bewoordingen van de thans door haar gewraakte artikelen in de Medezeggenschapsregeling, maar de strekking van haar beroep komt in de kern overeen met de opvatting die zij ook voorafgaand aan de beroepsprocedure naar voren heeft gebracht. Die opvatting is dat de CR-O een afzonderlijke medezeggenschapsregeling voor locatie Oranjehoeck wenst en het onjuist vindt om medezeggenschapsbevoegdheden af te staan aan de CCR, omdat dat een verschraling van zijn rechten impliceert; dat is de diepere reden voor het (op zichzelf erkende) gebrek aan vertrouwen van de CR-O in de CCR. De Ondernemingskamer is van oordeel dat het in de rede ligt dat de CR-O in de onderhavige beroepsprocedure (waarin juridische bijstand, anders dan in alle voorgaande stadia, verplicht
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.