GERECHTSHOF AMSTERDAM Afdeling civiel recht en belastingrecht Team III (familie- en jeugdrecht) zaaknummer: 200.331.465/01 zaaknummer rechtbank: 10461979 BM VERZ 23-1025 MVH beschikking van de meervoudige kamer van 23 januari 2024 in de zaak van [rechthebbende] , wonende te [plaats A] , verzoeker in hoger beroep, hierna te noemen: de rechthebbende, advocaat: mr. R.T. Poort te Beverwijk, en BIS Diensten B.V., gevestigd te Amsterdam, verweerster in hoger beroep, hierna te noemen: de bewindvoerder. Als belanghebbenden in deze zaak zijn aangemerkt: - [de zoon] (hierna te noemen: de zoon); - [de dochter] (hierna te noemen: de dochter). 1Het verloop van de procedure bij de rechtbank Het hof verwijst voor het verloop van de procedure bij de rechtbank naar de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem (hierna: de kantonrechter), van 6 juni 2023, uitgesproken onder het hiervoor genoemde zaaknummer (hierna: de bestreden beschikking). 2De procedure in hoger beroep 2.1 De rechthebbende is op 24 augustus 2023 in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. 2.2 Het hof heeft daarnaast de volgende stukken ontvangen: - een bericht van de zijde van de rechthebbende van 11 september 2023, met bijlagen, - een bericht van de zijde van de rechthebbende van 22 september 2023, en - een e-mail van de dochter van 5 december
- 2.3 De mondelinge behandeling heeft op 6 december 2023 plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig: - de rechthebbende, bijgestaan door zijn advocaat, en - de bewindvoerder, vertegenwoordigd door [bewindvoerder] . De zoon was via een videoverbinding bij de zitting aanwezig. 3De feiten De rechthebbende is geboren [in]
- Hij is de vader van [de zoon] en [de dochter] . 4De omvang van het geschil 4.1 Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter, op verzoek van de rechthebbende, de goederen die de rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren onder bewind gesteld als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand, met benoeming van BIS Diensten B.V. tot bewindvoerder. 4.2 De rechthebbende verzoekt, met vernietiging van de bestreden beschikking, primair het beschermingsbewind op te heffen. Subsidiair verzoekt de rechthebbende een beslissing te nemen die in goede justitie de juiste wordt geacht. 4.3 De bewindvoerder heeft mondeling verweer gevoerd en verzoekt het hof de bestreden beschikking te bekrachtigen. 5De motivering van de beslissing Het wettelijk kader 5.1 De rechthebbende verzoekt om opheffing van het bewind per heden (en dus niet om afwijzing van het inleidende verzoek, dat hij destijds zelf heeft gedaan). Op grond van artikel 1:449 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de rechter het bewind opheffen, indien de noodzaak daartoe niet meer bestaat of voortzetting van het bewind niet zinvol is gebleken, op verzoek van de bewindvoerder of van degene die gerechtigd is de onderbewindstelling te verzoeken als bedoeld in artikel 1:432 lid 1 en 2 BW, dan wel ambtshalve. De standpunten 5.2 De rechthebbende stelt dat geen gronden meer bestaan die een onderbewindstelling rechtvaardigen. Doordat medicatie goed is aangeslagen en de rechthebbende medicatietrouw is, is zijn situatie gestabiliseerd. Daarnaast is geen sprake van een grote schuldenlast: die bedraagt op dit moment ongeveer € 2.800,-. De rechthebbende is bezig met het aflossen van zijn schulden. De onderbewindstelling is niet proportioneel ten opzichte van de schuld. Daarnaast is het bewind niet noodzakelijk, omdat de rechthebbende zich wil laten ondersteunen door een budgetcoach. Een budgetcoach zou kosteloos zijn, terwijl de rechthebbende maandelijks moet betalen voor het bewind, waardoor hij minder geld overhoudt voor het aflossen van schulden. 5.3 De bewindvoerder vindt het bewind nog wel noodzakelijk. Op dit moment lopen er regelingen voor de afbetaling van de schuld. Er is geen sprake van een problematische schuldensituatie, maar wanneer de rechthebbende een terugval krijgt en er geen bewind is, kan dat voor problemen zorgen. Bewind is nodig totdat de schulden afgelost zijn, aldus de bewindvoerder. 5.4 De zoon en dochter zijn van mening dat het op dit moment verstandig is dat de rechthebbende hulp krijgt bij zijn financiën. De zoon stelt daarbij dat wanneer de schuld is afgelost, het bewind kan eindigen, zodat de rechthebbende met een schone lei kan beginnen. De beoordeling van het hof 5.5 Op 6 juni 2023 is het bewind ingesteld als gevolg van de lichamelijke en geestelijke toestand van de rechthebbende. Hij heeft zelf het verzoek tot onderbewindstelling gedaan. Hij had in die periode zulke ernstige psychische problemen dat een opname noodzakelijk was. De rechthebbende heeft een bipolaire stoornis en heeft tijdens een manische periode schulden gemaakt. Op dit moment gaat het goed met de rechthebbende. Hij is echter nog een relatief korte periode stabiel, terwijl de problematiek in de tijd daarvoor ernstig was. Er is een langere periode van stabiliteit nodig voordat kan worden vastgesteld dat het bewind niet meer noodzakelijk is vanwege zijn psychische toestand. Op de zitting is gebleken dat de rechthebbende graag wil weten waar hij aan toe is en hoe lang het bewind naar verwachting zal duren. De bewindvoerder heeft medegedeeld dat wanneer de schulden afgelost zijn, er gekeken kan worden naar een uitstroomtraject. De bewindvoerder verwacht dat de schulden binnen een half jaar zijn afgelost, als er geen nieuwe schulden worden gemaakt of tot nog toe onbekende schulden blijken te bestaan. Die periode van een half jaar biedt naar het oordeel van het hof de mogelijkheid om te bezien of de rechthebbende langere tijd stabiel blijft en of de noodzaak van het bewind daardoor niet meer bestaat. Op dit moment bestaat die noodzaak echter nog wel en is het daarom te vroeg om het bewind op te heffen. Het hof zal de beschikking waarvan beroep bekrachtigen. 6De beslissing Het hof: bekrachtigt de beschikking waarvan beroep; wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mr. A. van Haeringen, mr. A.V.T. de Bie en mr. P.J.W.M. Sliepenbeek, in tegenwoordigheid van mr. N.D.J. Esders als griffier, en is op 23 januari 2024 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter.