GERECHTSHOF AMSTERDAM kenmerk 23/637 23 mei 2024 uitspraak van de meervoudige douanekamer op het hoger beroep van [X] B.V., gevestigd te [Z] , belanghebbende (gemachtigde: mr. J.A. Biermasz) tegen de uitspraak van 26 mei 2023 in de zaak met kenmerk HAA 20/5188 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen belanghebbende en de inspecteur van de Douane, de inspecteur. 1Ontstaan en loop van het geding 1.1. De inspecteur heeft met dagtekening 29 mei 2019 aan belanghebbende een uitnodiging tot betaling (hierna: de utb) uitgereikt voor een bedrag van € 30.981,87 (€ 29.630,54 aan douanerechten en € 1.351,33 aan rente op achterstallen). 1.2. Bij uitspraak op bezwaar van 3 september 2020 heeft de inspecteur het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. 1.3. Op het tegen de uitspraak op bezwaar ingestelde beroep heeft de rechtbank als volgt beslist, waarbij belanghebbende wordt aangeduid als “eiseres” en de inspecteur als “verweerder”: “De rechtbank: - verklaart het beroep ongegrond; - veroordeelt verweerder tot vergoeding aan eiseres van de aan de bezwaarfase toerekenbare immateriële schade vastgesteld op een bedrag van € 695,65; - veroordeelt de Staat (de minister voor Rechtsbescherming) tot vergoeding aan eiseres van de aan de beroepsfase toerekenbare immateriële schade vastgesteld op een bedrag van € 1.304,35; - veroordeelt verweerder en de Staat (de minister voor Rechtsbescherming) in de proceskosten van eiseres, ieder tot een bedrag van € 418,50, en - draagt verweerder en de Staat (de minister voor Rechtsbescherming) op het betaalde griffierecht aan eiseres te vergoeden, ieder tot een bedrag van € 177.” 1.4. Belanghebbende heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank en dit nader gemotiveerd bij brief van 26 oktober 2023. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. 1.5. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 april 2024. Tijdens deze zitting is ook het hoger beroep van [A] B.V. met het nummer 23/636 behandeld. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden. 2Feiten 2.1. De rechtbank heeft de volgende feiten vastgesteld: “1. Eiseres is Europa’s grootste specialist in onderdelen en accessoires voor de [soort] industrie. Het bedrijf heeft ruim 500.000 online beschikbare producten, 10 distributiecentra en 24 verkoopkantoren verspreid over Europa. 2. Op 11 december 2018 is door de douane een controle ingesteld bij eiseres. De controle zag op aangiften voor het brengen in het vrije verkeer in de periode van augustus 2016 tot en met april 2018 en was gericht op de juistheid van de indeling van de aangegeven goederen en de daarmee samenhangende juistheid en volledigheid van de afdracht van invoerrechten. Van de controle is door de douane op 9 april 2019 een rapport opgemaakt met nummer [#] . 3. De controle had betrekking op zeven aangiften en heeft uiteindelijk geleid tot correctie van zes aangiften, die eiseres volgens verweerder heeft gedaan via directe vertegenwoordiger [B] B.V. 4. De uit de controle voortvloeiende correcties hadden betrekking op monitors, (achteruitrij)camera’s, camerasystemen en sets van deze producten. De goederen zijn geproduceerd in China en van een logo van eiseres voorzien. De bij de goederen behorende aansluitkabels zijn voorzien van speciaal voor eiseres ontworpen aansluitingen. Elk product kent een eigen specifiek nummer. 5. De camerasystemen worden gebruikt in motorvoertuigen. Het doel en gebruik van het camerasysteem is om de bestuurder/bediener van de machine/het motorvoertuig in staat te stellen om de veiligheidssituatie rondom het voertuig te observeren en te controleren.Het camerasysteem bestaat uit: aansluitkabels, bevestigingsmateriaal, een montagesteun, een kleuren TFT-LCD monitor (ontworpen voor achteruitsystemen voor de automotive industrie, met een beeldschermdiagonaal van ongeveer 17,5 cm/7 inches en een beeldschermverhouding van 16:9) en een externe televisiecamera (met een voeding van 12 V DC/200 mA). Soms is het camerasysteem ook voorzien van een afstandsbediening. Het camerasysteem is uitgerust met aansluitingen voor het versturen (outputaansluiting in de televisiecamera) en ontvangen (inputaansluiting in de monitor) van de videosignalen van de camera naar de monitor. De monitor geeft de beelden realtime weer. 6. De camerasystemen zijn door eiseres in de aangiften ingedeeld onder Taric-code 8525 8019 90 met een tarief van 4,1%. De douane heeft de indeling gecorrigeerd naar Taric-code 8528 5900 90 (tot 1 januari 2017 Taric-code 8528 5970 90) met een tarief van 14%. 7. Met dagtekening 16 april 2019 heeft de douane per brief aan eiseres aangekondigd dat de douane, naar aanleiding van de uitkomst van de controle, voornemens is een utb uit te reiken. Eiseres heeft op dit voornemen gereageerd, maar haar reactie heeft niet geleid tot een herziening van het standpunt over de indeling van de douane.” 2.2. Nu de hiervoor vermelde feiten door partijen op zichzelf niet zijn bestreden, zal ook het Hof daarvan uitgaan. 3Geschil in hoger beroep In hoger beroep is in geschil of de utb terecht is uitgereikt. Meer specifiek is in geschil of de camerasystemen moeten worden ingedeeld onder post 8528 als “monitor” (goederencode 8528 5900), zoals de inspecteur bepleit, dan wel onder post 8525 als “televisiecamera” (goederencode 8525 8019), zoals belanghebbende voorstaat. 4Juridisch kader 4.1. Aantekening 4 op afdeling XVI (Hoofdstuk 84 – 85) luidt: “Indien een machine of een combinatie van machines uit individuele elementen bestaat (ook indien afzonderlijk opgesteld of onderling verbonden door elektrische of andere leidingen, overbrengingsmechanismen of andere voorzieningen), bestemd om gezamenlijk een welbepaalde functie te verrichten, zoals bedoeld bij een der posten van hoofdstuk 84 of 85, wordt het geheel ingedeeld onder de post die in verband met die functie van toepassing is.” 4.2. Post 8525 luidt, voor zover van belang, als volgt (tekst 2017): 8525 Zendtoestellen voor radio-omroep of televisie, ook indien met ingebouwd ontvangtoestel of toestel voor het opnemen of het weergeven van geluid; televisiecamera's, digitale fototoestellen en videocamera-opnametoestellen: (…) 8525 80 – televisiecamera's, digitale fototoestellen en videocamera-opnametoestellen: – – televisiecamera's: 8525 80 11 – – – bevattende ten minste drie beeldopnamebuizen 8525 80 19 – – – andere (…) 4.3. Post 8528 luidt, voor zover van belang, als volgt (tekst 2017): “8528 Monitors en projectietoestellen, niet uitgerust met ontvangtoestel voor televisie; ontvangtoestellen voor televisie, ook indien met ingebouwd ontvangtoestel voor radio-omroep of toestel voor het opnemen of weergeven van geluid of van beelden: – monitors werkend met een kathodestraalbuis: (…) – andere monitors: 8528 52 – – geschikt om direct te worden aangesloten op en ontworpen zijn om te worden gebruikt met een automatische gegevensverwerkende machine van post 8471: (…) 8528 59 00 – – andere 4.4. Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2016/1761 van 28 september 2016 luidt als volgt: 4.5. Verordening (EG) nr. 476/2009 van 5 juni 2009 luidt als volgt: 4.6. Uitvoeringsverordening (EU) nr. 336/2014 van 28 maart 2014 luidt als volgt: 5Het oordeel van de rechtbank De rechtbank heeft ten aanzien van het geschil – voor zover in hoger beroep van belang – als volgt overwogen en beslist: “20. Tijdens de behandeling ter zitting heeft eiseres haar beroepsgronden ter zake de schending van het verdedigingsbeginsel en/of het motiveringsbeginsel en ter zake van de indeling van de monitors ingetrokken. 21. Voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de postonderverdelingen, de aantekeningen op de afdelingen en op de hoofdstukken en de algemene indelingsregels. Het is vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie, dat in het belang van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle, het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in het algemeen moet worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen, zoals deze in de tekst van de GN-posten en in de aantekeningen op de afdelingen en de hoofdstukken zijn omschreven. Hierbij vormen de GS- en de GN-toelichtingen nuttige aanwijzingen voor de tariefindeling, ook al zijn deze toelichtingen slechts uitleggingen en rechtens niet bindend (zie onder meer Hof van Justitie 26 april 2017, C-51/16, Stryker EMEA Supply Chain Services BV, ECLI:EU:C:2017:298, r.o. 39 en 45). De inhoud van GS- en GN- toelichtingen moet in overeenstemming zijn met de GN-bepalingen en mag de strekking daarvan niet wijzigen. Toelichtingen moeten, indien zij in strijd blijken met de tekst van de GN-posten en de aantekeningen bij de afdelingen of hoofdstukken, terzijde worden geschoven (zie onder meer Hof van Justitie 26 november 2015, C-44/15 Duval GmbH & Co, KG., ECLI:EU:C:2015:783, r.o. 24). 22. Voorts kan voor de indeling onder de juiste post de bestemming van het product een objectief indelingscriterium zijn, wanneer die bestemming inherent is aan het product. De inherentie moet kunnen worden beoordeeld aan de hand van de objectieve kenmerken en eigenschappen van het product (zie Hof van Justitie 17 maart 2005, C-467/03 (Ikegami Electronics Europe GmbH), r.o. 23). 23. Tussen partijen is niet in geschil dat het camerasysteem (camera, monitor, bekabeling en bevestigingsmateriaal) als set wordt aangeboden en dat deze set alleen in zijn geheel functioneert. De camerasystemen worden gebruikt in motorvoertuigen. Het doel en gebruik van het camerasysteem is om de bestuurder van het motorvoertuig in staat te stellen om de veiligheidssituatie rondom het voertuig te observeren en te controleren. Het camerasysteem is uitgerust met aansluitingen voor het versturen en ontvangen van beelden van de camera naar de monitor. De monitor geeft de beelden realtime weer. Het systeem neemt geen beelden op en legt geen beelden vast. 24. Op basis van de objectieve kenmerken en eigenschappen van het camerasysteem kan de door eiseres voorgestane indeling van het camerasysteem in GS-post 8525 niet worden gevolgd. De door eiseres gekozen weg waarbij op grond van indelingsregel 1 Aantekening 4 op Afdeling XIV wordt toegepast is niet juist en lijkt uit te gaan van een verkeerde lezing van deze aantekening. Eiseres stelt dat het systeem bestemd is om gezamenlijk één welbepaalde functie te verrichten, te weten het gebruik als hulpmiddel voor bestuurders van (zware) voertuigen om tijdens het achteruitrijden te zien wat er zich achter het voertuig afspeelt. Eiseres lijkt daarbij voorbij te gaan aan het feit dat in aantekening 4 als voorwaarde aan de welbepaalde functie is gesteld “zoals bedoeld bij een der posten van hoofdstuk 84 of 85” en dat de door haar genoemde welbepaalde functie niet in deze hoofdstukken voorkomt. 25. De subsidiaire stelling van eiseres, dat - als de rechtbank van oordeel mocht zijn dat ‘het tijdens het achteruitrijden zien van wat er zich achter het voertuig afspeelt’ niet als welbepaalde functie in de zin van aantekening 4 kan worden aangemerkt – het dan gaat om de camerafunctie en dat het camerasysteem en de monitor dan onder GN-post 8525 moeten worden ingedeeld, faalt eveneens. Vast staat immers dat de beelden van het camerasysteem realtime worden weergegeven en niet worden opgenomen of vastgelegd. 26. Naar het oordeel van de rechtbank dient de door verweerder vastgestelde indeling worden gevolgd. Het camerasysteem is aan te merken als een product, samengesteld uit verschillende componenten, aangeboden in een set voor de verkoop in het klein in de zin van indelingsregel 3 b). Nu echter geen van de afzonderlijke componenten van het camerasysteem aan de set zijn wezenlijke karakter verlenen, is indeling aan de hand van indelingsregel 3
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.