beschikking ___________________________________________________________________ GERECHTSHOF AMSTERDAM VOORZITTER VAN DE ONDERNEMINGSKAMER zaaknummer: 200.310.170/01 OK beschikking van de voorzitter van de Ondernemingskamer van 24 juni 2024 inzake de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid JIW BEHEER B.V., gevestigd te Heerhugowaard, VERZOEKSTER, advocaat: mr. H.G.A.M. Spoormans, kantoorhoudende te Breda, t e g e n de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GVH RECYCLING B.V. (in liquidatie), gevestigd te Helmond, VERWEERSTER, e n t e g e n 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [A] B.V., gevestigd te [....] , 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [B] , gevestigd te [....] , 3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [C] , gevestigd te [....] , 4. [D], wonende te [....] , 5. [E], wonende te [....] , BELANGHEBBENDEN, advocaten: mr. Ph.W. Schreurs en mr. D.E. Mandigers, beiden kantoorhoudende te Eindhoven. Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid: verzoekster als JIW; verweerster als GVH; belanghebbenden gezamenlijk als [A] c.s. en ieder afzonderlijk als [A] , [B] , [C] , [D] en [E] . 1Het verloop van het geding 1.1 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen in de eerstefaseprocedure van deze zaak met zaaknummer 200.292.283 van 1 juli 2021, 2 juli 2021, 6 september 2021, 7 maart 2022 en 16 maart 2022 alsook naar de beschikkingen van 31 januari en 1 februari 2023 in de tweedefaseprocedure van deze zaak met zaaknummer 200.310.170. 1.2 Bij beschikking van 1 juli 2021 heeft de Ondernemingskamer – voor zover van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken bij GVH vanaf 1 januari 2018, alsmede bij wijze van onmiddellijke voorziening een bestuurder van GVH benoemd. 1.3 Bij beschikking van 2 juli 2021 heeft de Ondernemingskamer mr. drs. E.A. Marseille RA (hierna: de onderzoeker) als onderzoeker aangewezen en mr. P.R. Dekker (hierna: Dekker) als bestuurder zoals bedoeld in de beschikking van 1 juli 2021. 1.4 Bij beschikking van 6 september 2021 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 30.500, de verschuldigde omzetbelasting daarbij niet begrepen. 1.5 De onderzoeker heeft het verslag (met bijlagen) van het onderzoek, gedateerd op 3 maart 2022, naar de Ondernemingskamer gestuurd. De griffier heeft het verslag met bijlagen op 7 maart 2022 ter griffie van de Ondernemingskamer nedergelegd. 1.6 Bij beschikking van 7 maart 2022 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het onderzoeksverslag ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden. 1.7 Bij beschikking van 16 maart 2022 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat de vergoeding voor de onderzoeker € 26.258,40 bedraagt, de daarover verschuldigde omzetbelasting niet begrepen. 1.8 Bij de beschikking van 31 januari 2023 heeft de Ondernemingskamer verstaan dat uit het onderzoeksverslag blijkt van wanbeleid van GVH in de periode vanaf 1 januari 2018 tot 10 juni 2021 en dat [E] en [D] voor het wanbeleid verantwoordelijk zijn. Tevens heeft de Ondernemingskamer daarbij bij wijze van voorziening [E] en [D] ontslagen als bestuurders van GVH, GVH ontbonden en een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd tot vereffenaar van het vermogen van GVH en bepaald dat de aandelen in GVH, met uitzondering van één aandeel van ieder van de aandeelhouders ten titel van beheer worden overgedragen aan een nader door de Ondernemingskamer aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon. 1.9 Bij beschikking van 1 februari 2024 heeft de Ondernemingskamer mr. R. le Grand als vereffenaar aangewezen en mr. P.M. Gunning als beheerder van aandelen zoals bedoeld in de beschikking van 31 januari 2023. 1.10 Bij verzoekschrift van 7 juni 2024 heeft JIW de voorzitter van de Ondernemingskamer verzocht om JIW op grond van artikel 2:353 lid 3 BW te machtigen, in de door haar tegen [E] en [D] aanhangig gemaakte civiele procedure bij de Rechtbank Oost-Brabant onder zaaknummer C/01/402804/24/216 met inbegrip van voortzetting van die procedure in hoger beroep en in (verwijzing
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.