GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team III (familie- en jeugdrecht) zaaknummer : 200.341.758/01 SKG zaak-/rolnummer rechtbank Noord-Holland : C/15/350374 / KG ZA 24-149 arrest van de meervoudige familiekamer van 16 juli 2024 inzake [de man] , wonend te [plaats A] , gemeente [gemeente] , appellant in de hoofdzaak, eiser in het incident, advocaat: mr. A. Vogelaar te Wormerveer, gemeente Zaanstad, tegen [de vrouw] , wonend te [plaats A] , gemeente [gemeente] , geïntimeerde in de hoofdzaak, verweerster in het incident, advocaat: mr. C.A.F. Visser te Wormerveer, gemeente Zaanstad. 1Het geding in hoger beroep Partijen worden hierna de man respectievelijk de vrouw genoemd. De man is bij dagvaarding van 24 mei 2024 in hoger beroep gekomen van het vonnis in kort geding van 8 mei 2024 van de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland (locatie Haarlem) (hierna: de voorzieningenrechter), onder bovenstaand zaak/rolnummer gewezen tussen de man als gedaagde in conventie, eiser in reconventie en de vrouw als eiseres in conventie, verweerster in reconventie. De dagvaarding in hoger beroep, met producties, bevat een incidentele vordering strekkende tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis op de voet van naar het hof begrijpt artikel 351 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) totdat in hoger beroep is beslist. De zaak is aangebracht op de rol van 4 juni 2024. Op deze datum heeft de man overeenkomstig voormeld exploot geconcludeerd en genoemde producties in het geding gebracht. De vrouw heeft daarop een memorie van antwoord in het incident genomen en geconcludeerd tot afwijzing van de incidentele vordering, kosten rechtens. Vervolgens is arrest gevraagd in het incident. 2Beoordeling in het incident 2.1 Partijen hebben een affectieve relatie gehad, waaruit een thans nog minderjarige zoon is geboren (hierna: de zoon). Partijen wonen samen in een sociale huurwoning (hierna: de woning). Voor zover van belang heeft de voorzieningenrechter bij het bestreden vonnis - kort gezegd - bepaald dat de vrouw voorlopig, bij uitsluiting van de man, gerechtigd is tot het gebruik van de woning en de zich daarin bevindende inboedel. De man is bevolen om de woning uiterlijk op 19 juli 2024 te verlaten en niet verder te betreden. Verder heeft de voorzieningenrechter bepaald dat de zoon van partijen voorlopig aan de vrouw wordt toevertrouwd. De voorzieningenrechter heeft het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard. 2.2 Kort gezegd heeft de man ter onderbouwing van zijn incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis het volgende aangevoerd. Het belang van de man bij het behoud van de huidige situatie totdat definitief op het rechtsmiddel is beslist, weegt zwaarder dan dat van de vrouw bij directe tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis, dat dient te worden vernietigd. Niet de vrouw, maar de man is uitsluitend gerechtigd tot het gebruik van de woning. De man heeft geen inkomen om elders een woning te verkrijgen en geen sociaal netwerk waar hij terecht kan. Hij zal een zwervend bestaan moeten leiden. Daartoe is hij echter gelet op zijn lichamelijke problemen niet in staat. De vrouw heeft wel mogelijkheden om (tijdelijk) elders te verblijven en een grotere kans om vervangende woonruimte te vinden. 2.3 De vrouw heeft gemotiveerd verweer gevoerd, op gronden waarop hierna, voor zover van belang, zal worden ingegaan. 2.4 Bij de beoordeling van de incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis, waarin over de uitvoerbaarheid bij voorraad ongemotiveerd is beslist, stelt het hof het volgende voorop (vgl. HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026). Uitgangspunt is dat een uitgesproken veroordeling, hangende een hogere voorziening, uitvoerbaar dient te zijn en ten uitvoer kan worden gelegd. Afwijking van dit uitgangspunt kan worden gerechtvaardigd door omstandigheden die meebrengen dat het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand zolang niet op het door hem ingestelde rechtsmiddel is beslist, zwaarder weegt dan het belang van degene die de veroordeling in de ten uitvoer te leggen uitspraak heeft verkregen, bij de uitvoerbaarheid bij voorraad daarvan. Bij de toepassing van deze maatstaf moet worden uitgegaan van de beslissingen in de ten uitvoer te leggen uitspraak en van de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen, en blijft de kans van slagen van het tegen die beslissing aangewende rechtsmiddel buiten beschouwing, met dien verstande dat de rechter in zijn oordeelsvorming kan betrekken of de ten uitvoer te leggen beslissing(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.