afdeling strafrecht parketnummer: 23-001207-23 datum uitspraak: 16 juli 2024 TEGENSPRAAK (artikel 279 Sv) Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 4 april 2023 in de strafzaak onder de parketnummers 13-324982-22 en 13-314509-20 (TUL) tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1995, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 2 juli 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht. Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde De rechtbank heeft de verdachte vrijgesproken van het onder 2 ten laste gelegde feit. De verdachte heeft onbeperkt hoger beroep tegen het vonnis ingesteld. Dit betekent dat het hoger beroep mede is gericht tegen de beslissing tot vrijspraak. Gelet op artikel 404, vijfde lid, Sv staat voor de verdachte tegen een dergelijke beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich, voor zover inhoudelijk nog aan de orde, met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, behalve ten aanzien van de strafoplegging en de beslissing op de vordering tenuitvoerlegging. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd. Oplegging van straffen De rechtbank heeft de verdachte voor de in eerste aanleg onder 1 bewezenverklaarde diefstal veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 1 maand voorwaardelijk met algemene en bijzondere voorwaarden en een proeftijd van 2 jaren. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor de onder 1 tenlastegelegde eenvoudige diefstal zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek van voorarrest. De raadsvrouw heeft bepleit aan de verdachte een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest en daarnaast een taakstraf op te leggen. Zij heeft daarbij aangevoerd dat de verdachte op dit moment bezig is met het uitvoeren van een taakstraf en niet opnieuw gedetineerd wil raken. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal. Hij heeft van politieambtenaren, die bezig waren met de pseudokoop van een wapen, een aanzienlijk geldbedrag gestolen. De verdachte, niet wetende dat hij met politieambtenaren te maken had, zat met hen in een auto en kreeg op enig moment het voor de pseudokoop bestemde geldbedrag in handen om dit te tellen. Toen een van de politieambtenaren het geld weer wilde terugpakken, trok de verdachte aan het geld en rende hij weg. Door zo te handelen heeft hij inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van anderen en zich kennelijk alleen bekommerd om zijn eigen financiële gewin. Het hof heeft bij het bepalen van de straf gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Daarbij komt een vrijheidsbenemende straf als opgelegd door de rechtbank in beeld. Het hof heeft ook acht geslagen op het strafblad van de verdachte van 17 juni
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.