← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2024:2247

Afdeling strafrecht Parketnummer: 23-001536-20 Datum uitspraak: 5 juli 2024 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Amsterdam van 3 juli 2020 in de strafzaak onder parketnummer 81-206135-19 tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1975 te [geboorteplaats] , adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 5 juli 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman naar voren hebben gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd: dat hij op of omstreeks 11 december 2018 in de gemeente Amsterdam, in elk geval in Nederland, al dan niet opzettelijk, als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, te weten één of meerdere rookbommen (RGB-2-Blue, RGB-2-Green, RGB-2-Red en /of RGB-2-White categorie T1), en/of één of meerdere rookgranaten (Reczeny granat DYMNA RDG-2-DB, categorie P1) heeft opgeslagen, heeft vervaardigd, voorhanden heeft gehad en/of aan een ander ter beschikking heeft gesteld. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter. Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn vervolging. Zij heeft daartoe aangevoerd dat tijdens de regiezitting op 16 november 2021 door haar is toegezegd dat zij de raadsman de gelegenheid zou geven tot inzage in het dossier [dossier], maar dat dat om onbekende reden nog niet is gebeurd. Daardoor is de betreffende opdracht niet binnen redelijke termijn uitgevoerd. De raadsman heeft zich op hetzelfde standpunt gesteld als de advocaat-generaal. Gelet op de specifieke omstandigheden van het geval – te weten het tijdsverloop, de aard van de zaak en met name in aanmerking genomen dat de advocaat-generaal zelf de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie heeft gevorderd – zal het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaren in de vervolging van de verdachte. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. 3 september 2019 onder CJIB nummer [nummer] . Verklaart het openbaar ministerie ter zake van het tenlastegelegde niet-ontvankelijk in de vervolging. Dit arrest is gewezen door de economische kamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.D. van Heffen, mr. A.P.M. van Rijn en mr. R.P. den Otter, in tegenwoordigheid van mr. G.G. Gielen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 5 juli 2024. Mr. R.P. den Otter is verhinderd dit arrest te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.