proces-verbaal ___________________________________________________________________ GERECHTSHOF AMSTERDAM ONDERNEMINGSKAMER zaaknummer: 200.343.518/01 OK Proces-verbaal van het verhandelde ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam van 29 augustus 2024. Tegenwoordig zijn mr. C.C. Meijer, voorzitter, mr. M.A.M. Vaessen en mr. J.M. de Jongh, raadsheren, prof. drs. E. Eeftink RA en dr. M.J.R. Broekema RV, raden, en mr. F.C.W. Wijffels en mr. J.K.G. Meijer, griffiers. Aan de orde is de behandeling van het verzoekschrift van de stichting RAEGER STICHTING, gevestigd te Amsterdam, VERZOEKSTER, advocaten: mrs. R.C. de Mol en L.M. Stroo, kantoorhoudende te Den Haag, t e g e n de stichting RAEGER STICHTING, gevestigd te Amsterdam, VERWEERSTER, advocaat: mr. G.N.H. Kemperink, kantoorhoudende te Amsterdam, e n t e g e n 1 [A] , wonende te [...] , BELANGHEBBENDE, in persoon verschenen, e n t e g e n 2 [B] , 3. [C], 4. [D], 5. [E], 6. [F] , BELANGHEBBENDEN, advocaat: mr. M.C.T. Burgers, kantoorhoudende te Amsterdam, e n t e g e n 7DE CLIËNTENRAAD VAN DE RAEGER STICHTING, gevestigd te Amsterdam, BELANGHEBBENDE, advocaat: mr. P.R. Hendriks, kantoorhoudende te Amsterdam, Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid: de Raeger Stichting vertegenwoordigd door mrs. De Mol en Stroo als verzoekster; de Raeger Stichting vertegenwoordigd door mr. Kemperink als verweerster; de Raeger Stichting in algemene zin (zonder dat daarbij van belang is of deze al dan niet rechtsgeldig vertegenwoordigd wordt door ofwel belanghebbende sub 1, ofwel mevrouw [G] (interim-bestuurder, hierna: “[G]”) als de Stichting; belanghebbende sub 1 als [A] ; belanghebbende sub 2 tot en met 6 respectievelijk als [B] , [C] , [D] , [E] en [F] en gezamenlijk als de raad van toezicht; belanghebbende sub 7 als de cliëntenraad. Ter terechtzitting zijn aanwezig: [A] in hoedanigheid van (geschorst) bestuurder van de Stichting; [G] in hoedanigheid van interim-bestuurder van de Stichting; [H] in hoedanigheid van voorzitter van de cliëntenraad (hierna: “[H]”); [I] ; [D] in hoedanigheid van voorzitter van de raad van toezicht; [B] in hoedanigheid van vice-voorzitter van de raad van toezicht; [F] in hoedanigheid van lid van de raad van toezicht; [C] in hoedanigheid van lid van de raad van toezicht. Verzoekster heeft in deze procedure de Ondernemingskamer verzocht – kort samengevat – een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van de Stichting en bepaalde onmiddellijke voorzieningen te treffen. Verweerster, de raad van toezicht en de cliëntenraad hebben alle drie, in eigen verweerschriften, verzocht het verzoek van verzoekster af te wijzen. De advocaten lichten de standpunten van de onderscheiden partijen toe aan de hand van – aan de Ondernemingskamer en de wederpartijen overgelegde – aantekeningen en wat mrs. De Mol en Stroo betreft onder overlegging van op voorhand aan de Ondernemingskamer en de wederpartijen gezonden nadere producties. Partijen en hun advocaten beantwoorden vragen van de Ondernemingskamer en verstrekken inlichtingen. Partijen maken gebruik van de geboden gelegenheid om te repliceren onderscheidenlijk te dupliceren. De voorzitter schorst de behandeling ter terechtzitting. Na hervatting van de behandeling deelt de voorzitter mede dat, nu alle partijen op de mondelinge behandeling zijn verschenen of vertegenwoordigd, de Ondernemingskamer op de voet van artikel 29a lid 1 Rv mondeling uitspraak zal doen op het verzoek. Na hernieuwde schorsing en hervatting doet de voorzitter als volgt mondeling uitspraak: De cliëntenraad als belanghebbende Op 21 augustus 2024 heeft mr. Hendriks zich namens de cliëntenraad van de Stichting gesteld; hiertoe heeft hij opdracht gekregen van [H] . Op 28 augustus 2024 hebben [I] , [J] , [K] , [L] en [M] de Ondernemingskamer per e-mail laten weten dat zij de cliëntenraad van de Stichting vormen. Zij hebben zich niet laten vertegenwoordigen door een advocaat. Over de samenstelling van de cliëntenraad van de Stichting oordeelt de Ondernemingskamer, voor zover voor het bepalen van de belanghebbenden in deze procedure relevant, als volgt. De cliëntenraad bestaat sinds de terugtreding van [I] op 8 juli 2024 nog uit [H] , die sinds 2016 ook haar voorzitter is. Gesteld noch gebleken is dat de zittende cliëntenraad op de voet van art. 13 Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018 (hierna: “Wmcz 2018”) is ontbonden. Het betoog dat de bestuurder op de voet van artikel 3 lid 2 Wmcz 2018 de mogelijkheid had de cliëntenraad te vervangen wegens niet functioneren wordt niet gevolgd omdat dit berust op een onjuiste lezing van die bepaling. Daarom kunnen [I] , [J] , [K] , [L] en [M] niet als (leden van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.