← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2024:2502

afdeling strafrecht parketnummer: 23-002194-19 datum uitspraak: 7 februari 2024 VERSTEK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 29 mei 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-659109-17 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1970, adres opgegeven bij appelakte: [adres 1], postadres: [adres 2]. Onderzoek ter terechtzitting Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 7 februari

  1. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep. Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep De verdachte is in eerste aanleg gedagvaard om op 15 mei 2018 te verschijnen ter terechtzitting van de meervoudige kamer in de Rechtbank Amsterdam. De inleidende dagvaarding is op 12 april 2018 uitgereikt aan de griffie. Op 7 mei 2018 heeft de officier van justitie een emailbericht aan de verdachte gestuurd waarin hij heeft medegedeeld dat de dagvaarding voor de zitting is uitgebracht en waarvan hij een kopie van de dagvaarding heeft meegezonden. Op dezelfde dag heeft de verdachte een emailbericht teruggestuurd aan het Openbaar Ministerie. In dat bericht is met zoveel woorden vermeld dat de verdachte op de hoogte was van de zitting bij de rechtbank en hij niet zou verschijnen. De verdachte is op de terechtzitting van 15 mei 2018 niet verschenen. De uitspraak volgde op 29 mei
  2. Uit artikel 408, eerste lid, aanhef en onder c, van het Wetboek van Strafvordering volgt dat het hoger beroep binnen veertien dagen na de uitspraak moet worden ingediend indien de dag van de terechtzitting of van de nadere terechtzitting de verdachte tevoren bekend was. Dit betekent in dit geval dat de verdachte uiterlijk op 12 juni 2018 hoger beroep had moeten instellen. De verdachte heeft echter pas op 4 juni 2019 en dus te laat hoger beroep ingesteld. Uit het dossier blijkt niet van bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen omstandigheden op grond waarvan de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar is. Gelet op het bovenstaande dient de verdachte niet-ontvankelijk te worden verklaard in het hoger beroep. BESLISSING Het hof: Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.E. Kwak, mr. R.P. den Otter en mr. W.S. Ludwig, in tegenwoordigheid van mr. I. Peetoom, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 7 februari
  3. mr. Kwak en mr. Ludwig zijn verhinderd dit arrest mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.