afdeling strafrecht parketnummer: 23-001385-23 datum uitspraak: 30 januari 2024 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 21 april 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-225284-22 tegen [verdachte01] , geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1998, adres: [adres01] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 16 januari 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte, zijn raadsvrouw en de advocaat van de benadeelde partij [benadeelde01] naar voren hebben gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: 1. primair hij, op of omstreeks 26 februari 2022 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [benadeelde02] opzettelijk van het leven te beroven, die [benadeelde02] meermalen, in elk geval eenmaal met kracht - op/tegen het hoofd heeft geslagen ten gevolge waarvan die [benadeelde02] met zijn hoofd tegen de grond ten val is gekomen, en/of (vervolgens) terwijl [benadeelde02] op de grond lag - ( meermalen) met geschoeide voet tegen het hoofd en/of het lichaam van [benadeelde02] heeft geschopt, en/of - tegen het hoofd en/of het (boven)lichaam van [benadeelde02] heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 1. subsidiair hij, op of omstreeks 26 februari 2022 te Amsterdam, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [benadeelde02] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [benadeelde02] meermalen, in elk geval eenmaal met kracht - op/tegen het hoofd heeft geslagen ten gevolge waarvan die [benadeelde02] met zijn hoofd tegen de grond ten val is gekomen, en/of (vervolgens) terwijl [benadeelde02] op de grond lag - ( meermalen) met geschoeide voet tegen het hoofd en/of het lichaam van [benadeelde02] heeft geschopt, en/of - tegen het hoofd en/of het (boven)lichaam van [benadeelde02] heeft geslagen terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 2. primair hij, op of omstreeks 26 februari 2022 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [benadeelde01] opzettelijk van het leven te beroven, die [benadeelde01] - meermalen, in elk geval eenmaal met kracht op/tegen het hoofd, in elk geval tegen het (boven)lichaam, heeft geslagen, en/of gestompt ten gevolge waarvan die [benadeelde01] met zijn hoofd tegen de grond ten val is gekomen, en/of - terwijl die [benadeelde01] op de grond lag meermalen op/tegen het hoofd, althans het (boven)lichaam, met geschoeide voet heeft geschopt/getrapt en/of - terwijl die [benadeelde01] op de grond lag die [benadeelde01] (meermalen) op/tegen het lichaam heeft geslagen/gestompt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 2. subsidiair hij, op of omstreeks 26 februari 2022 te Amsterdam, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [benadeelde01] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [benadeelde01] - meermalen, in elk geval eenmaal met kracht op/tegen het hoofd, in elk geval tegen het (boven)lichaam, heeft geslagen, en/of gestompt ten gevolge waarvan die [benadeelde01] met zijn hoofd tegen de grond ten val is gekomen, en/of - terwijl die [benadeelde01] op de grond lag meermalen op/tegen het hoofd, althans het (boven)lichaam, met geschoeide voet heeft geschopt/getrapt en/of - terwijl die [benadeelde01] op de grond lag die [benadeelde01] (meermalen) op/tegen het lichaam heeft geslagen/gestompt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 3. hij, op of omstreeks 26 februari 2022 te Amsterdam in elk geval in Nederland, openlijk, te weten aan de [adres02] , in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meerdere personen, te weten [benadeelde02] en/of [benadeelde01] door * die [benadeelde02] - meermalen in elk geval eenmaal met kracht op/tegen het hoofd te slaan (ten gevolge waarvan die [benadeelde02] met zijn hoofd tegen de grond ten val is gekomen), en/of - vervolgens terwijl [benadeelde02] op de grond lag meermaals met kracht en met geschoeide voet tegen het hoofd en (boven)lichaam van [benadeelde02] te schoppen en/of - vervolgens terwijl [benadeelde02] op de grond lag meermaals met kracht tegen het hoofd en (boven)lichaam van [benadeelde02] te slaan, en/of * die [benadeelde01] - meermalen, in elk geval eenmaal met kracht op/tegen het hoofd, in elk geval tegen het (boven)lichaam, te slaan en/of te stompen (ten gevolge waarvan die [benadeelde01] met zijn hoofd tegen de grond ten val is gekomen), en/of - terwijl die [benadeelde01] op de grond lag meermaals op/tegen het hoofd, althans het (boven)lichaam, met geschoeide voet te schoppen en/of - terwijl die [benadeelde01] op de grond lag meermaals op/tegen het hoofd, althans het (boven)lichaam te slaan/stompen, terwijl dit door hem gepleegde geweld enig lichamelijk letsel, te weten een blauw gezwollen rechteroog, een gezwollen, rode linkerwang, rode krassen aan de linkerkant van de nek en een gezwollen rechter oor en neus voor [benadeelde02] en een snijwond boven het rechteroog voor [benadeelde01] ten gevolge heeft gehad; Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank. Bewijsoverweging ten aanzien van de feiten 1 en 2 De verdachte is door de rechtbank in eerste aanleg veroordeeld voor het medeplegen van poging tot zware mishandeling van [benadeelde02] (feit 1 subsidiair) en [benadeelde01] (feit 2 subsidiair). De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gerekwireerd tot (eveneens) bewezenverklaring van het medeplegen van poging tot zware mishandeling. Het hof acht, anders dan de rechtbank en de advocaat-generaal, het aan de verdachte onder feit 1 en feit 2 primair ten laste gelegde medeplegen van poging doodslag op [benadeelde02] en [benadeelde01] wettig en overtuigend bewezen en overweegt daartoe als volgt. Uit de beschrijving van de camerabeelden en de verklaringen van de aangevers [benadeelde02] en [benadeelde01] blijkt dat de verdachte en de medeverdachte beiden (elkaar afwisselend en/of versterkend) fors geweld hebben gebruikt tijdens het incident. De verdachte en de medeverdachte hebben voluit en met kracht geslagen en hebben met kracht en snelheid tegen het hoofd van de aangevers geschopt, in één geval zelfs met een aanloop. Als gevolg van het toegepaste geweld zijn beide aangevers – op enig moment – tegen de grond ten val gekomen. Terwijl de aangevers uitgeschakeld en bewegingsloos op de grond lagen, zijn zij nog herhaaldelijk op het lichaam geslagen en meermalen (met geschoeide voet) tegen het hoofd geschopt. De omstandigheid dat beide aangevers op enig moment bewegingloos op de grond bleven liggen, heeft voor de verdachte en de medeverdachte blijkbaar geen aanleiding gevormd om hun geweldsexplosie jegens hen te staken. Het hof is van oordeel dat uit het verhandelde ter terechtzitting en op basis van de inhoud van het dossier – in het bijzonder de beschrijving van de camerabeelden en de verklaringen van de aangevers – het vaststaat dat de verdachte en de medeverdachte gezamenlijk uitvoering hebben gegeven aan – kort gezegd – het uitoefenen van geweld tegen de aangevers. Daarmee is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen beiden met betrekking tot het uitoefenen van ernstig geweld en dus van medeplegen. Daarnaast komt het hof op grond van het voorgaande tot het oordeel dat de verdachte en de medeverdachte voorwaardelijk opzet op de dood van de aangevers hebben gehad. Het meermalen met kracht schoppen tegen het hoofd van iemand die (bewegingsloos) op de grond ligt brengt, zo leren de algemene ervaringsregels, een aanmerkelijke kans op de dood met zich. Uit de aard van het geschetste handelen van de verdachte en de medeverdachte volgt, naar uiterlijke verschijningsvorm, dat zij deze aanmerkelijke kans ook bewust hebben aanvaard. De verdachte zal daarom als medepleger worden veroordeeld voor de onder de feiten 1 en 2 primair ten laste gelegde poging doodslag, alsmede voor het onder feit 3 tenlastegelegde plegen van openlijk geweld. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1. primair hij, op 26 februari 2022 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [benadeelde02] opzettelijk van het leven te beroven, [benadeelde02] meermalen, met kracht - tegen het hoofd heeft geslagen en vervolgens terwijl [benadeelde02] op de grond lag - meermalen met geschoeide voet tegen het hoofd en/of het lichaam van [benadeelde02] heeft geschopt, en - tegen het hoofd en/of het (boven)lichaam van [benadeelde02] heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 2. primair hij, op 26 februari 2022 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [benadeelde01] opzettelijk van het leven te beroven, [benadeelde01] - meermalen met kracht tegen het hoofd heeft geslagen ten gevolge waarvan [benadeelde01] tegen de grond ten val is gekomen, en - terwijl [benadeelde01] op de grond lag meermalen tegen het hoofd met geschoeide voet heeft geschopt en - terwijl [benadeelde01] op de grond lag [benadeelde01] meermalen tegen het lichaam heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 3. hij, op 26 februari 2022 te Amsterdam openlijk, te weten op de openbare weg in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [benadeelde02] en [benadeelde01] door * [benadeelde02] - meermalen met kracht tegen het hoofd te slaan en - terwijl [benadeelde02] op de grond lag meermaals met kracht en met geschoeide voet tegen het hoofd en lichaam van [benadeelde02] te schoppen en - terwijl [benadeelde02] op de grond lag met kracht tegen het hoofd en/of (boven)lichaam van [benadeelde02] te slaan, en * [benadeelde01] - meermalen met kracht tegen het hoofd te slaan ten gevolge waarvan [benadeelde01] met zijn hoofd tegen de grond ten val is gekomen, en - terwijl [benadeelde01] op de grond lag meermaals tegen het hoofd met geschoeide voet te schoppen en - terwijl [benadeelde01] op de grond lag meermaals tegen lichaam te slaan terwijl dit door hem gepleegde geweld enig lichamelijk letsel, te weten een blauw rechteroog, een gezwollen linkerwang, rode krassen aan de linkerkant van de nek en een gezwollen rechter oor en neus voor [benadeelde02] en een snijwond boven het rechteroog voor [benadeelde01] ten gevolge heeft gehad. Hetgeen onder 1 primair, 2 primair en 3 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 primair, 2 primair en 3 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het onder 1 primair, 2 primair en 3 bewezenverklaarde levert op: de eendaadse samenloop van telkens medeplegen van poging tot doodslag en openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, terwijl het door de schuldige gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1 primair, 2 primair en 3 bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straffen De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden met aftrek van voorarrest waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Daarbij zijn diverse bijzondere voorwaarden gesteld. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder de feiten 1 en 2 subsidiair en feit 3 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en dat daarbij dezelfde bijzondere voorwaarden worden gesteld als door de rechtbank in eerste aanleg zijn gesteld. De raadsvrouw heeft het hof – kort gezegd – verzocht om bij de strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en aan hem geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen maar te volstaan met het opleggen van een voorwaardelijke gevangenisstraf (met bijzondere voorwaarden) met daarnaast eventueel een taakstraf. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich samen met zijn mededader telkens schuldig gemaakt aan poging tot doodslag door de slachtoffers meermalen tegen het hoofd en lichaam te slaan en, terwijl zij op de grond lagen, meermalen tegen het hoofd te schoppen. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen personen. Als gevolg van de gewelddadigheden hebben de slachtoffers verschillende verwondingen opgelopen. De verdachte heeft met zijn handelen op grove wijze een onaanvaardbare inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers. Voor de samenleving geldt dat dit soort misdrijven, zeker als die op de openbare weg worden begaan, als zeer bedreigend worden ervaren en gevoelens van onrust en onveiligheid teweegbrengen. Gelet op de ernst van de bewezenverklaarde feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn gepleegd en gelet op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht, is naar het oordeel van het hof in beginsel het opleggen van een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van substantiële duur gerechtvaardigd. Het hof zal echter een voorwaardelijke gevangenisstraf en de maximale taakstraf opleggen om de volgende redenen. Uit het reclasseringsadvies van 27 maart 2023 komt naar voren dat de verdachte een zeer belast verleden heeft en is opgegroeid in een instabiele gezinssituatie. Hij heeft op jonge leeftijd zware verantwoordelijkheden moeten dragen en moeilijke keuzes moeten maken waardoor hij – onder andere – tijdens zijn vroege jeugd een tijd dakloos is geweest. In de afgelopen tijd heeft de verdachte echter hard gewerkt om zijn leven een positieve invulling te geven. Uit het verslag van [organisatie01] – dat ter terechtzitting in hoger beroep door de raadsvrouw is overgelegd – blijkt in dat kader dat de verdachte sinds september 2023 bij de zorgorganisatie [organisatie01] verblijft. Hij heeft daarvoor ambulante begeleiding gekregen en volgt nu een begeleid wonen traject. Vanaf het moment dat de verdachte is komen wonen bij [organisatie01] heeft hij een positieve houding, is hij goed in contact met coach, begeleiders en huisgenoten en toont hij zich gemotiveerd om aan zijn doelen te werken en nieuwe ontwikkelingen te maken. Een (onvoorwaardelijke) detentie zal er naar verwachting voor zorgen dat hij zijn woning en motivatie om aan zijn doelen te werken zal kwijtraken waardoor het risico op recidive weer een rol kan gaan spelen. Daarnaast heeft de Waag in een brief van 9 januari 2024 over de behandeling van de verdachte geschreven dat de verdachte sinds 19 oktober 2023 onder behandeling is bij de Waag, welke behandeling zich hoofdzakelijk richt op het voorkomen van nieuwe agressie incidenten. De verdachte stelt zich tijdens de gesprekken open en gemotiveerd op voor de behandeling. Actuele beschermende factoren zijn de steunende relatie van de verdachte, zijn eigen woning, zijn motivatie om te werken en zijn motivatie voor en openheid in de behandeling. Voorts blijkt uit een update over het reclasseringstoezicht – die door de reclassering per e-mail van 12 januari 2024 aan het hof is gestuurd – dat de verdachte zich op een positieve manier inzet tijdens zijn behandeling. Hij lijkt open over te komen en te willen werken aan zijn problematiek. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat hij werk heeft gevonden en op korte termijn – na het doorlopen van een training – naar verwachting vier dagen per week als [baan] aan het werk gaat. Tot slot houdt het hof in het kader van de strafoplegging in het voordeel van de verdachte rekening met het feit dat de verdachte er blijk van heeft gegeven het kwalijke van zijn handelen (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.