afdeling strafrecht parketnummer: 23-003330-23 datum uitspraak: 4 juli 2024 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 21 december 2023 in de strafzaak onder parketnummer 15-250123-23 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991, adres: [adres 1]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 20 juni 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 24 september 2023 te Badhoevedorp, gemeente Haarlemmermeer [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer]: - een of meerdere malen tegen haar been en/of bil, althans het lichaam te schoppen en/of; - een of meerdere malen tegen haar gezicht, althans haar hoofd, te slaan; Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 24 september 2023 te Badhoevedorp, [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] meerdere malen tegen haar been en bil te schoppen en tegen haar hoofd te slaan. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezenverklaarde levert op: mishandeling. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straffen De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 150 uren subsidiair 75 dagen hechtenis, met aftrek van het voorarrest, en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand. De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis, met aftrek van het voorarrest, en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden. Daarnaast heeft zij gevorderd dat aan het voorwaardelijke strafdeel de bijzondere voorwaarden worden verbonden, zoals geadviseerd door de reclassering. De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en aan de verdachte een groter voorwaardelijk strafdeel op te leggen dan in eerste aanleg is opgelegd. Ten aanzien van de oplegging van de bijzondere voorwaarden heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de mishandeling van aangeefster, die ten tijde van het bewezenverklaarde zijn toenmalige partner en de moeder van zijn zoon was, door haar meerdere malen tegen haar been en bil te schoppen en door haar te slaan tegen haar hoofd. Aangeefster heeft hierbij pijn, onder meer aan haar stuitje, en aanzienlijk letsel opgelopen, waaronder vele hematomen en een gescheurd trommelvlies. Aldus heeft de verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van aangeefster en voor haar een angstige situatie in het leven geroepen. De mishandeling heeft bovendien plaatsgevonden in het bijzijn van hun destijds één-jarige zoon, hetgeen een traumatische ervaring voor hem moet zijn geweest. Het hof neemt dit de verdachte bijzonder kwalijk. Voorts rekent het hof het de verdachte aan dat hij geweld heeft gebruikt, terwijl hij zich als ervaren kickbokser en kickboks-docent juist had moeten kunnen beheersen en het hem vanuit die rol volstrekt duidelijk zou moeten zijn dat geweld in een dergelijke situatie nooit mag worden gebruikt. Dat de verdachte, zoals hij ter terechtzitting in hoger beroep heeft verklaard, ‘dankbaar’ is dat hij zich heeft weten in te houden door niet in het gezicht van aangeefster te schoppen en daarmee (nog) erger letsel te veroorzaken, doet het hof twijfelen aan het besef bij de verdachte van deze verantwoordelijkheid en hetgeen hij heeft aangericht. Het hof weegt verder in het nadeel van de verdachte mee dat hij ter terechtzitting in hoger beroep weinig blijk heeft gegeven inzicht te hebben in zijn eigen aandeel. De verdachte legt de schuld vooral buiten zichzelf door zijn handelen te verklaren door externe omstandigheden. Zo heeft hij meermaals benadrukt dat zijn gewelddadige gedrag is veroorzaakt door de toxische relatie die hij zou hebben gehad met aangeefster. Het voorgaande baart het hof zorgen, omdat de relatie met aangeefster naar zijn zeggen weer zou zijn hersteld en zij in verwachting is van hun tweede kind. Het hof heeft bij zijn oordeel over de op te leggen straf tevens het rapport van Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering betrokken, zoals opgemaakt op 30 mei
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.