beschikking ___________________________________________________________________ GERECHTSHOF AMSTERDAM ONDERNEMINGSKAMER zaaknummer: 200.335.860/01 OK beschikking van de Ondernemingskamer van 4 oktober 2024 inzake
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [A] BEHEER B.V.,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [B] B.V., beide gevestigd te [....] , VERZOEKSTERS, advocaten: mr. M.P.H. Sanders en mr. R.M. de Rooij, beiden kantoorhoudende te Amsterdam, t e g e n
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [A] BEHEER B.V.,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [B] B.V., beide gevestigd te [....] , VERWEERSTERS, e n t e g e n
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [C] HOLDING B.V., gevestigd te [....] ,
- [C], wonende te [....] , BELANGHEBBENDEN, advocaten: mr. J.G.M. de Koning en mr. J.G. Uijttenhove-Kuitert, beiden kantoorhoudende te Amsterdam, e n t e g e n
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [D] HOLDING B.V., gevestigd te [....] ,
- [D], wonende te [....] , BELANGHEBBENDEN, advocaat: mr. G.C. Endedijk, kantoorhoudende te Amsterdam. Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid: verzoeksters/verweersters afzonderlijk als Beheer respectievelijk de Vennootschap en gezamenlijk als de Vennootschap c.s.; [C] Holding B.V. als [C] Holding; [C] als [C] ; [C] Holding en [C] gezamenlijk als [C] c.s.; [D] Holding B.V. als [D] Holding; [D] als [D] ; [D] Holding en [D] gezamenlijk als [D] c.s. 1Het verloop van het geding 1.1 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen in deze zaak van 2 en 6 mei 2024 en 2 september
- 1.2 Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van de Vennootschap c.s. over de periode vanaf 1 januari 2019 (zoals omschreven in rechtsoverweging 3.8 tot en met 3.10 van haar beschikking van 2 mei 2024), een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten en de aanwijzing van deze onderzoeker en de vaststelling van het onderzoeksbudget aangehouden. Voorts heeft de Ondernemingskamer bij die beschikkingen bij wijze van onmiddellijke voorziening met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van de procedure - voor zover nodig in afwijking van de statuten – mr. J.G. Molenaar benoemd tot bestuurder van Beheer, met beslissende stem, en bepaald dat deze bestuurder zelfstandig bevoegd is Beheer te vertegenwoordigen en dat zonder deze bestuurder Beheer niet vertegenwoordigd kan worden. Tot slot heeft zij mr. A.H.J. Saes als onderzoeker aangewezen. 1.3 De onderzoeker heeft bij e-mail van 23 september 2024 een plan van aanpak met een begroting van de onderzoekskosten en een onderzoeksprotocol aan de Ondernemingskamer gezonden. De secretaris van de Ondernemingskamer heeft deze diezelfde dag doorgezonden naar (de advocaten van) partijen en hen in de gelegenheid gesteld zich uiterlijk 30 september 2024 uit te laten over de begroting van de kosten. 1.4 Bij e-mail van 27 september 2024 heeft mr. Uijttenhove een week uitstel verzocht. Bij e-mail van 30 september 2024 heeft mr. Endedijk laten weten dat er zijnerzijds geen bezwaren zijn tegen de kostenbegroting, maar wel tegen het verzochte uitstel. De Ondernemingskamer heeft vervolgens uitstel verleend tot 2 oktober
- 1.5 Op 1 oktober 2024 heeft de Ondernemingskamer de reactie van mr. Uijttenhove ontvangen. Zij heeft medegedeeld dat er aan de zijde van [C] c.s. geen bezwaar bestaat tegen de kostenbegroting. Wel heeft zij een aantal kanttekeningen bij de reikwijdte van het onderzoek geplaatst en daarover geconcludeerd: “Cliënten begrijpen uit het Plan van Aanpak dat de scope gedurende het onderzoek nog kan worden bijgesteld. Daarvan uitgaande en met inachtneming van bovenstaande opmerkingen, zijn cliënten akkoord en kan wat cliënten betreft het Onderzoek aanvangen.” Zij heeft tot slot mr. Sanders en mr. De Rooij niet meer meegenomen in cc “omdat zij niet (langer) voor de vennootschap optreden.” 1.6 Mr. Endedijk heeft bij e-mail van diezelfde dag, waarin hij mr. Sanders en mr. De Rooij wel heeft gekopieerd, gereageerd en – kort gezegd – geschreven dat de opmerkingen van mr. Uijttenhove over de reikwijdte van het onderzoek buiten de orde en niet van belang zijn. 1.7 Bij e-mail van 2 oktober 2024 heeft mr. Sanders in antwoord op vragen van de Ondernemingskamer van 1 oktober 2024 laten weten dat mr. Molenaar geen aanleiding ziet om hem te vragen zich te onttrekken als advocaat van de Vennootschap c.s. en dat de Vennootschap c.s. instemt met de begroting van de kosten van het onderzoek. 2De gronden van de beslissing 2.1 De onderzoeker heeft het aantal uren dat het onderzoek in beslag zal nemen geraamd en opgave gedaan van haar uurtarief (€ 350,- exclusief btw). De onderzoeker begroot de kosten van het onderzoek op in totaal € 70.000 (exclusief btw). Dit bedrag is inclusief 30 uur ondersteuning (met een uurtarief van gemiddeld € 200 exclusief btw). 2.2 De begroting van de te besteden tijd en de daaraan verbonden kosten komt de Ondernemingskamer niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal derhalve het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vaststellen op € 70.000 (exclusief btw). 2.3 Ten overvloede overweegt de Ondernemingskamer dat de opmerkingen van mr. Uijttenhove geen verzoek aan de Ondernemingskamer of de rechter-commissaris betreffen en bovendien voor het vaststellen van het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten, hetgeen nu aan de orde is, irrelevant zijn. 3De beslissing De Ondernemingskamer: stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 70.000 (exclusief btw); verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. W.A.H. Melissen, voorzitter, mr. C.C. Meijer, mr. M.A.M. Vaessen, raadsheren, en mr. drs. G. Boon RA, drs. G.A.J. Dubbeld, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.C.W. Wijffels, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. W.A.H. Melissen op 4 oktober 2024.