← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2024:306

afdeling strafrecht parketnummer: 23-002793-21 datum uitspraak: 22 december 2023 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 6 oktober 2021 in de strafzaak onder parketnummer 15-158514-21 tegen [verdachte01] , geboren te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] ) op [geboortedatum01] 1984, adres: [adres01] . Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep De verdachte is door politierechter in de rechtbank Noord-Holland vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 1 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 8 december 2023 en overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, met dien verstande dat het hof het in het vonnis onder II opgenomen bewijsmiddel (het op naam van verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 8 september 2021) vervangt door zijn bekennende verklaring, afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 6 oktober 2021, inhoudende, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: Ik ken de verbalisant waarmee ik dat telefoongesprek voerde heel goed en hij zei tegen mij dat ik [slachtoffer] onderweg heb lastiggevallen. Ik heb tijdens dat gesprek gezegd dat ik niet achter haar aan gegaan ben met de auto, maar haar onderweg ben tegengekomen. Ik heb ‘afmaken’ gezegd omdat [slachtoffer] mij kapot maakt. Ik was emotioneel vol tijdens het telefoongesprek met de verbalisanten, omdat ze mij zoveel hebben gemarteld. BESLISSING Het hof: Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 1 tenlastegelegde. Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. W.S. Ludwig, mr. D.A.C. Koster en mr. P.C. Verloop, in tegenwoordigheid van mr. Z. el Wali, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 22 december 2023. De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. ========================================================================= […]

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.