afdeling strafrecht parketnummer: 23-001515-22 datum uitspraak: 19 november 2024 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 1 juni 2022 in de strafzaak onder de parketnummers 10-274388-21 en 10-013886-18 (TUL), 22-002385-19 (TUL), 22-002510-19 (TUL) tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1979, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 5 november 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman naar voren hebben gebracht. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof de strafmaatoverweging van de rechtbank aanvult met de onderstaande. Aanvullende strafmaatoverweging De raadsman heeft het hof in het kader van de strafmaat verzocht om aan de verdachte een geheel voorwaardelijke straf op te leggen. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder acht geslagen op het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 21 oktober
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.