← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2024:3359

beschikking ___________________________________________________________________ GERECHTSHOF AMSTERDAM ONDERNEMINGSKAMER zaaknummer: 200.313.015/04 OK en 200.313.019/04 OK beschikking van de voorzitter van de Ondernemingskamer van 2 december 2024 in de zaak met zaaknummer 200.313.015/04 OK van

  1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VANESTATE B.V., gevestigd te Nijmegen, VERZOEKSTER, advocaat: mr. J. Schröder, kantoorhoudende te Nijmegen, en
  2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DOLBECO B.V., gevestigd te Bodegraven, VERZOEKSTER, advocaat: mr. M.J. Clement, kantoorhoudende te Amsterdam, t e g e n
  3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid i3 HOLDING B.V., gevestigd te Vught, VERWEERSTER, Advocaten: mrs. R. le Grand en T.F.B. Jansen, kantoorhoudende te Rotterdam
  4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid i3 NEDERLAND B.V., gevestigd te 's-Hertogenbosch, VERWEERSTER, advocaten: thans mrs. T.M. Munnik en M.H.S. Verhoeven, kantoorhoudende te Rotterdam, voorheen mrs. Le Grand en Jansen, voornoemd, e n t e g e n 1PETRIAS BEHEER VUGHT B.V., gevestigd te Vught,
  5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TRICOMSTATE HOLDING B.V., gevestigd te Vught,
  6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MIJKOIN B.V., gevestigd te Vught,
  7. [A], wonende te [plaats] ,
  8. de stichting STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR MIJKOIN B.V., gevestigd te Vught,
  9. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BOBEAS B.V., gevestigd te Vught,
  10. [B], wonende te [plaats] , BELANGHEBBENDEN, advocaten: mr. J. Oerlemans en mr. D.I.J. Snijders, kantoorhoudende te 's-Hertogenbosch, en in de zaak met zaaknummer 200.313.019/04 OK van
  11. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid i3 HOLDING B.V., gevestigd te Vught, VERZOEKSTER, advocaten: mrs. Le Grand en Jansen voornoemd,
  12. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid i3 NEDERLAND B.V., gevestigd te 's-Hertogenbosch, VERZOEKSTER, advocaten: thans mrs. Munnik en Verhoeven voornoemd, voorheen mrs. Le Grand en Jansen voornoemd, t e g e n
  13. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid i3 HOLDING B.V., gevestigd te Vught, VERWEERSTER, advocaten: mrs. Le Grand en Jansen voornoemd,
  14. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid i3 NEDERLAND B.V., gevestigd te 's-Hertogenbosch, VERWEERSTER, advocaten: thans mrs. Munnik en Verhoeven voornoemd, voorheen mrs. Le Grand en Jansen voornoemd, e n t e g e n 1PETRIAS BEHEER VUGHT B.V., gevestigd te Vught,
  15. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TRICOMSTATE HOLDING B.V., gevestigd te Vught,
  16. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MIJKOIN B.V., gevestigd te Vught,
  17. [A] , wonende te [plaats] ,
  18. de stichting STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR MIJKOIN B.V., gevestigd te Vught,
  19. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BOBEAS B.V., gevestigd te Vught,
  20. [B], wonende te [plaats] , BELANGHEBBENDEN, advocaten: mrs. Oerlemans en Snijders voornoemd, e n t e g e n
  21. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VANESTATE B.V., gevestigd te Nijmegen, BELANGHEBBENDE, advocaat: mr. J. Schröder voornoemd, e n t e g e n
  22. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DOLBECO B.V., gevestigd te Bodegraven, BELANGHEBBENDE, advocaat: mr. M.J. Clement, kantoorhoudende te Amsterdam, Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid: Vanestate B.V. en Dolbeco B.V. afzonderlijk als Vanestate en Dolbeco; i3 Holding B.V. en i3 Nederland B.V. als i3 Holding en i3 Nederland; Petrias Beheer Nederland B.V. als Petrias; [A] als [A] ; Petrias en [A] gezamenlijk en in mannelijk enkelvoud: Petrias c.s.; Bobeas B.V. als Bobeas; [B] , (indirecte) bestuurder van Bobeas, als [B] ; Bobeas en [B] gezamenlijk en in mannelijk enkelvoud: Bobeas c.s.; Mijkoin B.V. als Mijkoin; Stichting Administratiekantoor Mijkoin B.V. als STAK Mijkoin; Tricomstate Holding B.V. als Tricomstate. 1Het verloop van het geding in beide zaken 1.1 Voor het verloop van het geding wordt verwezen naar de beschikkingen van de Ondernemingskamer van 12 mei 2021, 20 mei 2021, 15 juli 2021, 13 mei 2022, 22 juni 2022, 6 april 2023, 16 februari 2024 en 11 april
  23. 1.2 Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer voor zover nu van belang een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van i3 Holding en i3 Nederland over de periode vanaf 1 januari 2014, bepaalde onmiddellijke voorzieningen getroffen en mr. J.H. Stek benoemd ten einde het onderzoek te verrichten. 1.3 Het onderzoeksverslag met bijlagen is op 13 mei 2022 ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegd. Bij beschikking van 13 mei 2022 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het onderzoeksverslag aldaar ter inzage ligt voor belanghebbenden. 1.4 In haar beschikking van 6 april 2023 heeft de Ondernemingskamer verstaan dat uit het onderzoeksverslag blijkt van wanbeleid van i3 Holding en i3 Nederland en dat Petrias en [A] daarvoor verantwoordelijk zijn en verschillende eindvoorzieningen getroffen. Bij beschikking van 16 februari 2024 heeft zij nadere onmiddellijke voorzieningen getroffen. 1.5 Bij verzoekschrift van 16 oktober 2024 heeft Vanestate verzocht haar te machtigen (onbeperkt) mededelingen te mogen doen uit voornoemd onderzoeksverslag in het kader van een op korte termijn te starten civiele (schadevergoedings)procedure tegen Petrias c.s., Bobeas c.s., Mijkoin en Tricomstate (hierna: het verzoek). 1.6 Bij e-mail van 21 oktober 2024 zijn partijen in de gelegenheid gesteld uiterlijk 28 oktober 2024 te reageren op het verzoek. 1.7 Bij e-mail van 25 oktober 2024 heeft mr. Jansen laten weten dat i3 Holding geen bezwaar heeft tegen het verzoek. 1.8 Per brief van 28 oktober 2024 heeft mr. Oerlemans namens Petrias c.s., Bobeas, Mijkoin, STAK Mijkoin en Tricomstate (hierna tezamen: Mijkoin c.s.) laten weten geen bezwaar tegen het verzoek van Vanestate te hebben, mits aan Mijkoin c.s. eenzelfde machtiging wordt verleend (hierna: het voorwaardelijk tegenverzoek). 1.9 Bij e-mail van 28 oktober 2024 zijn partijen in de gelegenheid gesteld uiterlijk 30 oktober 2024 te reageren op het voorwaardelijk tegenverzoek. 1.10 Bij e-mail van 30 oktober 2024 heeft mr. Jansen laten weten dat i3 Holding zich voor wat betreft het voorwaardelijk tegenverzoek aan het oordeel van de voorzitter van de Ondernemingskamer refereert. 1.11 Bij e-mail van 1 november 2024 zijn alle partijen bericht dat de beslissing wordt aangehouden tot ook i3 Nederland zich over het verzoek en het voorwaardelijk tegenverzoek heeft kunnen uitlaten. 1.12 Bij e-mail van 13 november 2024 hebben mr. Verhoeven en mr. Munnik zich gesteld namens i3 Nederland. Mr. Munnik heeft bij diezelfde e-mail laten weten dat i3 Nederland het verzoek heeft ontvangen en over de inhoud van het voorwaardelijk tegenverzoek heeft gehoord. i3 Nederland refereert zich voor beide verzoeken aan het oordeel van de voorzitter van de Ondernemingskamer, mits haar lezing van het voorwaardelijk tegenverzoek juist is. 1.13 Bij e-mail van 13 november 2024 is het voorwaardelijk tegenverzoek met i3 Nederland gedeeld en is mr. Munnik gevraagd te laten weten of i3 Nederland na het lezen daarvan bij haar referte blijft. 1.14 Bij e-mail van 14 november 2024 heeft i3 Nederland kenbaar gemaakt dat zij zich voor wat betreft beide verzoeken aan het oordeel van de voorzitter van de Ondernemingskamer refereert. 2De gronden van de beslissing in beide zaken 2.1 Op grond van artikel 2:353 lid 3 BW is het aan anderen dan de rechtspersoon verboden mededelingen aan derden te doen uit het onderzoeksverslag, voor zover dat niet voor iedereen ter inzage ligt, tenzij zij daartoe door de voorzitter van de Ondernemingskamer zijn gemachtigd. Tot het onderzoeksverslag behoren ook de daartoe behorende bijlagen, voor zover deze ter inzage zijn gelegd. In deze zaak heeft de Ondernemingskamer op 13 mei 2022 bepaald dat het onderzoeksverslag ter inzage ligt voor belanghebbenden, op dat moment waren dat naast de verzoeksters Vanestate en Dolbeco, Petrias c.s., Bobeas, Mijkoin en Tricomstate. 2.2 Bij de beoordeling van de gevraagde machtigingen staan het belang van openheid en het belang van vertrouwelijkheid tegenover elkaar. Enerzijds behoort tot de doeleinden van het enquêterecht het verkrijgen van opening van zaken en de vaststelling bij wie de verantwoordelijkheid berust voor mogelijk blijkend wanbeleid. Anderzijds geldt het in artikel 2:353 lid 3 BW neergelegde en strafrechtelijk beschermde uitgangspunt dat het rapport voor zover het niet voor een ieder ter inzage ligt, vertrouwelijk is. Deze vertrouwelijkheid dient de belangen van de rechtspersoon, die zelf dan ook niet aan die vertrouwelijkheid is gebonden. 2.3 Overeenkomstig de met voormelde doeleinden nagestreefde openheid verkrijgt onder meer de verzoeker van de desbetreffende enquête op de voet van artikel 2:353 lid 2 BW een exemplaar van het onderzoeksverslag, zij het onder de verplichting de bedoelde vertrouwelijkheid te respecteren (artikel 2:353 lid 3 BW). In verreweg de meeste gevallen bepaalt de Ondernemingskamer bij de deponering dat het verslag slechts ter inzage ligt voor belanghebbenden. Dit samenstel brengt mee dat de verzoeker enerzijds door middel van de enquête toegang krijgt tot – ook – vertrouwelijke informatie, die hij zonder de enquêteprocedure in het algemeen niet zou hebben gehad, maar anderzijds dat de aldus verkregen openheid – in de meeste gevallen – beperkt is. 2.4 Rechtstreeks in het verlengde van voormelde doeleinden van het enquêterecht ligt de mogelijkheid om de rechtspersoon en diegenen die verantwoordelijk zijn voor eventueel wanbeleid in rechte aan te spreken tot vergoeding van schade. Het ligt voor de hand dat het in het kader van een enquêteprocedure uitgebrachte verslag van het onderzoek naar het beleid van de betrokken rechtspersoon doorgaans – ook al is de rechter aan de resultaten van het onderzoek niet gebonden – van nut zal zijn in zo’n op schadevergoeding gerichte procedure. Het zou strijdig met voormelde doeleinden zijn, indien de beperking van de openheid – zoals gezegd: in verreweg de meeste gevallen – zo ver gaat dat degene op wiens verzoek de openheid is verkregen het verslag vervolgens niet kan presenteren in die procedure (ECLI:NL:GHAMS:2013:4745) Verzoek Vanestate 2.5 Het belang van Vanestate bij het verkrijgen van de machtiging om mededelingen uit het onderzoeksverslag te mogen doen is dat zij hiermee haar standpunt(en) wil onderbouwen in een bij de rechtbank ’s-Hertogenbosch aanhangig te maken civiele schadevergoedingsprocedure tegen Petrias c.s., Bobeas c.s., Tricomstate en Mijkoin. Mijkoin c.s. heeft geen bezwaar tegen het verzoek onder voorwaarde dat haar voorwaardelijk tegenverzoek wordt toegewezen. I3 Holding heeft geen bezwaar tegen het verzoek. I3 heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de voorzitter van de Ondernemingskamer. 2.6 De voorzitter is van oordeel dat het verzoek van Vanestate als na te noemen kan worden toegewezen. I3 Holding en i3 Nederland hebben geen bezwaren aangevoerd tegen toewijzing van het verzoek en het verzoek strekt ertoe dat de resultaten van het onderzoek zullen kunnen worden meegewogen in een ter zake van het onderzochte feitencomplex aanhangig te maken schadevergoedingsprocedure. Bij die stand van zaken moet het belang van Vanestate om mededelingen uit het onderzoeksverslag te kunnen doen in het kader van die procedure in dit geval zwaarder wegen dan het belang van i3 Holding en i3 Nederland bij vertrouwelijkheid van het verslag. Voorwaardelijk tegenverzoek Mijkoin c.s. 2.7 Het belang van Mijkoin c.s. bij het (onbeperkt) mogen doen van mededelingen uit het onderzoeksverslag in de door Vanestate aanhangig te maken procedure is, aldus Mijkoin c.s., gelegen in het kunnen voeren van verweer en het voorkomen van rechtsongelijkheid. i3 Nederland en i3 Holding hebben zich voor wat betreft het voorwaardelijk tegenverzoek gerefereerd aan het oordeel van de voorzitter van de Ondernemingskamer. Vanestate heeft zich niet over het voorwaardelijk tegenverzoek uitgelaten, net als overigens Dolbeco. 2.8 Ten aanzien van Petrias c.s., Bobeas, Mijkoin en Tricomstate kan ook dit verzoek worden toegewezen. Nu i3 Holding en i3 Nederland geen bezwaren hebben aangevoerd tegen toewijzing van het verzoek, geldt ook hier dat het belang van Mijkoin en Tricomstate om mededelingen uit het onderzoeksverslag te kunnen doen ter onderbouwing van een eventueel verweer in de door Vanestate aanhangig te maken schadevergodingprocedure in dit geval zwaarder moet wegen dan het belang van i3 Holding en i3 Nederland bij vertrouwelijkheid van het verslag. Ten aanzien van STAK Mijkoin geldt dat alleen de partijen voor wie het onderzoeksverslag ter inzage ligt een machtigingsverzoek ex artikel 2:353 lid 3 BW kunnen doen. Nu STAK Mijkoin niet als zodanig is aangemerkt (zie de beschikking van de Ondernemingskamer van 13 mei 2022) en zij ook nimmer een verzoek heeft gedaan om als zodanig aangemerkt te worden, zal het verzoek voor zover het STAK Mijkoin reeds daarom worden afgewezen. 2.9 De hierna te noemen machtiging zal met het oog op het belang van vertrouwelijkheid uitdrukkelijk beperkt zijn tot het doen van mededelingen uit het onderzoeksverslag voor zover dat redelijkerwijs nodig is ter toelichting op en/of ondersteuning van bewijs van hun stellingen en/of verweren in het kader van de door Vanestate tegen Petrias c.s., Bobeas c.s., Mijkoin en Tricomstate te starten civiele schadevergoedingsprocedure. 3De beslissing in beide zaken De voorzitter van de Ondernemingskamer: machtigt Vanestate B.V., Mijkon B.V., Petrias Beheer Vught B.V., [A] , Bobeas B.V. en Tricomstate Holding B.V. mededelingen te doen uit het verslag inclusief bijlagen van het onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van i3 Holding B.V. en i3 Nederland B.V., zoals neergelegd ter griffie van de Ondernemingskamer op 13 mei 2022, voor zover redelijkerwijs nodig is ter toelichting op en/of ondersteuning van bewijs van hun stellingen en/of verweren in het kader van de door Vanestate B.V. tegen Petrias Beheer Vught B.V., [A] , Bobeas B.V., [B] , Mijkoin B.V. en Tricomstate Holding B.V. te starten civiele schadevergoedingsprocedure; wijst het meer of ander verzochte af; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. F.C.W. Wijffels, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2024.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.