GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer : 200.324.737/01 zaaknummer rechtbank Amsterdam : 8281296 CV EXPL 20-1414 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 17 december 2024 in de zaak van [appellant] , wonend te [woonplaats] , appellant, advocaat: mr. S.K. Tuithof te Haarlem, tegen 1 [geïntimeerde 1] , wonend te [woonplaats] , 2. VERENIGING VAN EIGENAARS [geïntimeerde 2], gevestigd te [woonplaats] , geïntimeerden, advocaat: mr. J.H. van Woudenberg te Amsterdam. Partijen worden hierna [appellant] en [geïntimeerden] (afzonderlijk: [geïntimeerde 1] en de VVE) genoemd. 1De zaak in het kort [appellant] is eigenaar van een appartement dat zich onder het appartement van [geïntimeerde 1] bevindt. [appellant] heeft een tussenplafond in zijn appartement verwijderd, waardoor een monumentale plafondschildering zichtbaar is geworden. [geïntimeerde 1] stelt dat de geluidsisolatie als gevolg van het verwijderen van het tussenplafond is verminderd en dat [appellant] het tussenplafond niet zonder toestemming van de VVE had mogen verwijderen. De kantonrechter heeft [appellant] veroordeeld tot terugplaatsing van het tussenplafond. [appellant] komt daartegen op in hoger beroep. Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst daarnaast de vordering van [geïntimeerden] tot oplegging van een dwangsom toe. 2Het geding in hoger beroep [appellant] is bij dagvaarding van 15 maart 2023 in hoger beroep gekomen van een (eind)vonnis van 23 december 2022 van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam (hierna: de kantonrechter), onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen enerzijds [appellant] als eiser in conventie, tevens verweerder in reconventie en anderzijds [geïntimeerde 1] als gedaagde in conventie tevens eiser in reconventie en de VVE als gevoegde partij (hierna: het bestreden vonnis). Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend: - memorie van grieven, met een productie; - memorie van antwoord. Partijen hebben de zaak tijdens de mondelinge behandeling van 25 juli 2024 laten toelichten door hun voornoemde advocaten. De behandeling van de zaak is vervolgens enige tijd aangehouden in verband met schikkingsonderhandelingen. Partijen hebben geen overeenstemming bereikt. Ten slotte is arrest gevraagd. [appellant] heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en - uitvoerbaar bij voorraad - alsnog de vorderingen van [appellant] zal toewijzen en de vorderingen van [geïntimeerden] zal afwijzen, met veroordeling van [geïntimeerden] tot terugbetaling aan [appellant] van hetgeen hij heeft betaald ter uitvoering van het vonnis, met wettelijke rente. Een en ander met veroordeling van [geïntimeerden] in de proceskosten in beide instanties met nakosten en rente. [geïntimeerden] hebben geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis. Daarnaast hebben zij bij wijze van eisvermeerdering gevorderd - uitvoerbaar bij voorraad - een dwangsom te verbinden aan de veroordeling van [appellant] om het gestuukte plafond in zijn appartement op zijn kosten te herstellen in de toestand zoals die bestond voordat dit plafond door [appellant] in juli-augustus 2018 is verwijderd, althans aan zijn veroordeling om een (andere) oplossing te realiseren voor de vanuit zijn kantoor veroorzaakte geluidsoverlast. Een en ander met veroordeling van [appellant] in de proceskosten in hoger beroep met nakosten en rente. Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden. 3Feiten De kantonrechter heeft in 1.1 tot en met 1.13 van het in deze zaak gewezen tussenvonnis van 30 oktober 2020 de feiten vastgesteld die hij tot uitgangspunt heeft genomen. In hoger beroep is niet in geschil dat de feiten juist zijn weergegeven, zodat ook het hof van deze feiten uitgaat. Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten komen de feiten neer op het volgende. 3.1. [appellant] is sinds 2018 eigenaar van het appartementsrecht aan de [straat] 74 te [woonplaats] . Het betreft bedrijfsruimte op de begane grond van het achterhuis met berging in het souterrain. In de bedrijfsruimte werden pilateslessen gegeven. [appellant] heeft het appartement gekocht van [geïntimeerde 1] . 3.2. [geïntimeerde 1] is eigenaar van het appartementsrecht aan de [straat] 74 C te [woonplaats] . Het betreft de woning op de eerste en tweede verdieping van het achterhuis met berging in het souterrain en dakterras op de eerste verdieping. Het appartement bevindt zich (deels) boven het appartement van [appellant] . 3.3. De VVE heeft zeven leden, onder wie [appellant] en [geïntimeerde 1] . 3.4. Op de splitsing van het gebouw [straat] 72-74 te [woonplaats] zijn de bepalingen van het modelreglement van 22 februari 1973 (hierna: het Modelreglement) van toepassing verklaard, met uitzondering van die welke zijn opgenomen in de annex. 3.5. In artikel 2 van het Modelreglement is bepaald wat onder de gemeenschappelijke gedeelten wordt gerekend. In de tussen partijen geldende splitsingsakte is dit artikel vervangen door de volgende bepaling: “Tot de gemeenschappelijke gedeelten behoren: 1. De fundamenten. 2. De standleidingen (riool en de aanvoerleidingen van gas, water en electra tot in de appartementen). 3. De gemeenschappelijke ruimten. 4. De dragende muren, de voor- en achtergevels (inclusief het schilderwerk hiervan), de balklagen en de daken met inbegrip van goten, hemelwaterafvoer en schoorstenen. (Centrale verwarming installaties, vloeren, plafonds, terrassen, balcons en de buitenkozijnen behoren derhalve niet tot de gemeenschappelijke gedeelten.) (…)” 3.6. Artikel 7 van het Modelreglement luidt als volgt: “De eigenaars of gebruikers mogen zonder toestemming van de vergadering geen verandering in het gebouw aanbrengen, waardoor de hechtheid ervan in gevaar zou worden gebracht of waardoor het architectonisch uiterlijk of de constructie ervan gewijzigd zou worden.” Aan dit artikel is in de geldende splitsingsakte toegevoegd: “of waardoor de geluidsisolatie tussen de appartementen zou worden verminderd.” 3.7. [appellant] heeft in 2018 een tussenplafond in zijn appartement verwijderd, waardoor een monumentale plafondschildering zichtbaar is geworden. 3.8. [geïntimeerde 1] heeft na het verwijderen van het tussenplafond geklaagd over geluidsoverlast. 3.9. [appellant] heeft met [geïntimeerde 1] gesproken over mogelijkheden om tot een oplossing te komen. 3.10. [Persoon 1] , bouwkundige HTL, verbonden aan Hensing Bouwkunde (hierna: [Persoon 1] ), heeft op 28 november 2018 aan [appellant] onder meer bericht: “ De mate van geluidswering met het vrijhangende plafond (de oorspronkelijke toestand) is niet meer vast te stellen. Het plafond is immers volledig verwijderd. (…) de vloer kan niet zo maar worden opgehoogd, omdat de (monumentale) entreedeur (van het appartement op de 2e verd) erg laag is en het ophogen van de vloer onder het toilet en de boekenkast beperkingen geven. (…) Ik heb wat rondgebeld en geïnformeerd naar (professionele-) ervaringen met dergelijke situaties. Daar komen wisselende ervaringen en adviezen uit (die qua regelgeving niet volledig ‘hard’ te maken zijn) waarvan ik hierbij een soort samenvatting zal geven; (…) Resumé en de oplossingsrichting; Een oplossing direct OP de monumentale houten vloerdelen ligt het meest voor de hand. (…) Om er voor te zorgen dat er een brandwerende laag komt, denk ik aan het aanbrengen van een laag cement/gipsvezelplaat van 20 mm, veelvuldig vast te schroeven op de bestaande (monumentale-) vloerdelen. Op deze laag een 40 mm dikke (gegoten) anhydrietvloer (voor de egalisatie) met een ingestort wapeningsnet. (…) Op dit pakket kan de vloerafwerking worden aangebracht, zoals parket o.i.d. (…) Totaal betekent dit een verhoging van de vloer met zo’n 6 cm. (…) Bij de entree, de toilet en de boekenkast dienen oplossingen te worden gecreëerd, zoals een opstapje o.i.d.. Dit euvel is niet te voorkomen en bij rijksmonumenten te accepteren. Bij dit (praktische) advies moet ik nadrukkelijk kenbaar maken dat dit niet onderbouwd is middels een berekening o.i.d. Berekeningen maken kosten relatief veel geld. Te denken aan € 1500 á € 2000. Geluidsmetingen laten verrichten kosten ook nog eens zo’n bedrag. Garanties zijn overigens niet te geven.” 3.11. Ir. [Persoon 2] , adviseur bij Cauberg Huygen B.V. (hierna: [Persoon 2] ), heeft in opdracht van [geïntimeerde 1] een theoretisch akoestisch onderzoek uitgevoerd met betrekking tot de geluidsisolatie van de vloerconstructie tussen de woning van [geïntimeerde 1] en de bedrijfsruimte van [appellant] . In de notitie van [Persoon 2] van 14 mei 2020 staat onder meer het volgende: “Het doel van het onderzoek is het theoretisch uiteenzetten van het verschil in luchtgeluidisolatie van de woningscheidende verdiepingsvloer in de situatie voordat het verlaagde plafond is verwijderd en in de situatie nadat het verlaagde plafond is verwijderd. (…) Uit het theoretisch onderzoek worden de volgende conclusies getrokken: - Het verwijderen van het verlaagde plafond heeft naar verwachting tot een verslechtering geleid van de luchtgeluidisolatie van circa 5 dB tot 6dB. De beleving van een geluidisolatieverschil van circa 5 dB tot 6 dB is goed hoorbaar voor het menselijk oor. - Het is niet aannemelijk dat het type en de uitvoering van het, reeds verwijderde, verlaagde plafond geleid heeft tot het optreden van massa-veerresonanties.” 4Eerste aanleg 4.1. [appellant] heeft in eerste aanleg, in conventie, gevorderd voor recht te verklaren: a. dat hij niet in strijd heeft gehandeld met de splitsingsakte door de tussenlaag weg te halen; b. indien en voor zover wordt geoordeeld dat wel sprake is van een schending van de splitsingsakte, dat het feit dat het oorspronkelijke plafond een dusdanig oude en monumentale plafondschildering bevat, de restauratie van dit originele plafond en het behoud ervan rechtvaardigt; c. dat de verminderde geluidsisolatie (voor zover deze zou zijn ontstaan) door het weghalen van de tussenlaag, geen grondslag biedt voor het terugplaatsen van de tussenlaag, daar er ruim voldoende alternatieven zijn om de kwaliteit van de geluidsisolatie (terug) te brengen naar het niveau waarop het zich naar de mening van [geïntimeerde 1] bevond toen de tussenlaag nog aanwezig was; d. dat het [appellant] is toegestaan om de buizen (van [geïntimeerde 1] die door het appartement van [appellant] lopen) te doen verwijderen op kosten van [geïntimeerde 1] , een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van, kort gezegd, € 1.000,00 per dag met een maximum van € 100.000,00. Ten slotte heeft [appellant] gevorderd [geïntimeerde 1] te veroordelen in de proceskosten. 4.2. [appellant] heeft aan zijn vorderingen, samengevat, het volgende ten grondslag gelegd. Hij heeft door het weghalen van het tussenplafond niet in strijd gehandeld met de splitsingsakte en/of de regels van de VVE omdat het tussenplafond geen woningscheidende laag was maar een tussenlaag. Verder betwist [appellant] dat de geluidsisolatie tussen de beide appartementen is verminderd door het weghalen van de tussenlaag, mede in verband met de staat waarin de tussenlaag verkeerde. [appellant] heeft verder gewezen op het beleidskader Monumenten van de gemeente [woonplaats] en geconcludeerd dat het uitgangspunt is dat bestaande plafonds worden gehandhaafd en hersteld en dat bij een monumentaal interieur een verlaagd plafond niet is toegestaan. 4.3. [geïntimeerden] hebben verweer gevoerd en in reconventie gevorderd [appellant] te veroordelen: primair om het gestuukte plafond in zijn appartement op zijn kosten te herstellen in de toestand zoals die bestond voordat dit plafond door [appellant] in juli-augustus 2018 is verwijderd, zodanig dat [geïntimeerde 1] geen geluidsoverlast en geluidshinder meer ondervindt in zijn woning vanuit het kantoor van [appellant] ; Subsidiair om op zijn kosten een oplossing te realiseren voor de vanuit zijn kantoor veroorzaakte geluidsoverlast en geluidshinder voor [geïntimeerde 1] , zodanig dat [geïntimeerde 1] in zijn woning geen geluidsoverlast en geen geluidshinder meer ondervindt vanuit het kantoor van [appellant] , alles met veroordeling van [appellant] in de volledige proceskosten op grond van artikel 1019h Rv, zowel in conventie als in reconventie. 4.4. [geïntimeerden] hebben aan hun vorderingen, samengevat, het volgende ten grondslag gelegd. [appellant] heeft de splitsingsakte overtreden door zonder toestemming van de vergadering van eigenaars een verandering in het gebouw aan te brengen waardoor de geluidsisolatie tussen de appartementen van [geïntimeerde 1] en [appellant] is verminderd. [geïntimeerde 1] ondervindt hierdoor geluidshinder van [appellant] . [geïntimeerde 1] voert aan dat hij wil meewerken aan een oplossing, maar in het geval het aanbrengen van een anhydrietvloer de geluidsoverlast niet wegneemt, dient het plafond alsnog te worden teruggeplaatst. 4.5. De kantonrechter heeft bij tussenvonnis een deskundigenbericht gelast over de vraag of de verwijdering van het plafond tot een afname van de geluidsisolatie tussen de appartementen van [geïntimeerde 1] en [appellant] heeft geleid. De door de kantonrechter benoemde deskundige is in het door hem uitgebrachte rapport tot de conclusie gekomen dat aannemelijk is dat de verwijdering van het tussenplafond tot een vermindering van de luchtgeluidisolatie van ongeveer 10 dB heeft geleid. 4.6. Bij het bestreden eindvonnis heeft de kantonrechter vervolgens de vorderingen van [appellant] afgewezen. De kantonrechter heeft geoordeeld dat [appellant] het tussenplafond op grond van artikel 7 van het Modelreglement niet zonder toestemming van de VVE heeft mogen verwijderen omdat dit, zoals blijkt uit het deskundigenonderzoek, tot afname van de luchtgeluidisolatie heeft geleid. Op grond van het voorgaande is de door [appellant] als eerste gevorderde verklaring voor recht (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.