afdeling strafrecht parketnummer eerste aanleg : 13-288161-21 parketnummer hoger beroep : 23-000260-24 TEGENSPRAAK (gemachtigde raadslieden) Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 16 december 2024 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 1 februari 2024 in de zaak tegen de verdachte: naam: [verdachte] voornamen: [verdachte] geboren: op [geboortedag] 2003 te [geboorteplaats] adres: [adres]. Kwalificatie van het bewezenverklaarde Het onder 1 bewezenverklaarde levert op: diefstal en het onder 2 bewezenverklaarde levert op: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen gepleegd op 24 oktober 2021 te Amsterdam. Toepasselijke wettelijke voorschriften de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57, 63, 310 en 350 van het Wetboek van Strafrecht. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis. Bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf, groot 20 (twintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] ter zake van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 4.727,52 (vierduizend zevenhonderdzevenentwintig euro en tweeënvijftig cent), bestaande uit € 3.727,52 (drieduizend zevenhonderdzevenentwintig euro en tweeënvijftig cent) materiële schade en € 1.000,00 (duizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening. Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde], ter zake van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 4.727,52 (vierduizend zevenhonderdzevenentwintig euro en tweeënvijftig cent), bestaande uit € 3.727,52 (drieduizend zevenhonderdzevenentwintig euro en tweeënvijftig cent) materiële schade en € 1.000,00 (duizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 50 (vijftig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt. Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 24 oktober 2021. Gewezen door mr. A.M.P. Geelhoed, in bijzijn van mr. S.K. van Eck, griffier. mr. A.M.P. Geelhoed
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.