afdeling strafrecht parketnummer: 23-000358-23 datum uitspraak: 10 december 2024 TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw) Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 24 januari 2023 in gevoegde strafzaken onder de parketnummers 15-073055-22 (hierna: zaak A) en 15-099158-22 (hierna: zaak B), alsmede 08-205886-19 (TUL) tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1978, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 november 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv.), naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht. Tenlasteleggingen Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte tenlastegelegd dat: Zaak A: 1.hij op of omstreeks 7 juni 2021 te IJmuiden, gemeente Velsen, in elk geval in Nederland, een ambtenaar, dhr. [verbalisant] (functie: Senior Generalist Gebiedsgebonden Politie, rang: brigadier, district: Kennemerland), gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening heeft mishandeld door (tijdens de aanhouding) verbalisant dhr. [verbalisant] tegen zijn armen, althans tegen het lichaam, te trappen/schoppen; 2.hij op of omstreeks 7 juni 2021 te IJmuiden, gemeente Velsen, in elk geval in Nederland, opzettelijk een ambtenaar, te weten dhr. [verbalisant] (functie: Senior Generalist Gebiedsgebonden Politie, rang: brigadier, district: Kennemerland), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn/haar tegenwoordigheid, door feitelijkheden, heeft beledigd, door (meermaals) te spugen in het gezicht, althans in/op/tegen het lichaam van voornoemde [verbalisant] en/of mondeling heeft beledigd, door hem/haar de woorden toe te voegen: "Kankerlijer", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking; 3.hij op of omstreeks 7 juni 2021 te IJmuiden, gemeente Velsen, in elk geval in Nederland, dhr. [verbalisant] (functie: Senior Generalist Gebiedsgebonden Politie, rang: Brigadier, district: Kennemerland) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [verbalisant] dreigend de woorden toe te voegen "Ik maak je af" en/of "ik steek je dood" en/of "Je weet niet wie ik ben en met wie je te maken heb. Ik ben een zigeuner en ik kom erachter waar je woont. Ik ga je opzoeken en maak je dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; Zaak B (gevoegd): 1.hij op of omstreeks 20 april 2022 te Velserbroek, gemeente Velsen, een (elektrische) fiets (merk Kalkhoff Mov), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof; 2.hij op of omstreeks 25 maart 2022 te Haarlem, althans in Nederland, een wapen van categorie I, onder 1° van de Wet wapens en munitie, te weten een stiletto heeft voorhanden gehad en/of gedragen en/of vervoerd. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de politierechter. Bewijsoverweging Ten aanzien van zaak B onder 1 tenlastegelegde De raadsvrouw heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de tenlastegelegde opzet- dan wel schuldheling. De raadsvrouw heeft daartoe – kort samengevat – aangevoerd dat niet bewezen kan worden dat de verdachte wist dat de elektrische fiets gestolen was en dat evenmin gesteld kan worden dat de verdachte redelijkerwijs moest vermoeden dat die fiets door misdrijf verkregen was. De raadsvrouw heeft daartoe gesteld dat uit jurisprudentie van de Hoge Raad blijkt dat indien de verdachte heeft verklaard dat hij een fiets heeft geleend, daaruit niet zonder meer kan worden afgeleid dat de verdachte voor het voorhanden krijgen tekort is geschoten in zijn onderzoeksplicht. De advocaat-generaal heeft aangevoerd dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan schuldheling van de elektrische fiets. De verdachte is volgens de advocaat-generaal – kort samengevat – tekortgeschoten in zijn onderzoeksplicht ook al had de verdachte naar eigen zeggen de fiets geleend. De omstandigheden waaronder de fiets is verkregen hebben een onderzoeksplicht doen ontstaan naar de herkomst van dat goed. Het hof overweegt als volgt. Het hof is van oordeel dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de ten laste gelegde opzetheling omdat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de fiets wist dat de fiets gestolen was. Evenals de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat de (impliciet subsidiair) tenlastegelegde schuldheling wel wettig en overtuigend is bewezen aangezien de verdachte in zijn onderzoeksplicht is tekortgeschoten en redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de fiets door misdrijf was verkregen. Het hof overweegt daartoe het volgende. Elektrische fietsen zijn kostbare goederen die veelvuldig worden gestolen. De verdachte heeft verklaard dat hij de fiets op straat van een onbekende heeft geleend en kan of wil niet benoemen wie die persoon is geweest. Hij heeft geen onderzoek verricht naar de herkomst van de elektrische fiets of naar de reden waarom hij zo’n kostbare fiets zomaar van een onbekende mocht lenen, terwijl dit onderzoek onder die omstandigheden van hem mocht worden verwacht. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in zaak A onder 1, 2 en 3 en in zaak B onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: Zaak A: 1.hij op 7 juni 2021 te IJmuiden, gemeente Velsen een ambtenaar, dhr. [verbalisant] (functie: Senior Generalist Gebiedsgebonden Politie, rang: brigadier, district: Kennemerland), gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening heeft mishandeld door (tijdens de aanhouding) verbalisant dhr. [verbalisant] tegen zijn arm te trappen 2.hij op 7 juni 2021 te IJmuiden, gemeente Velsen opzettelijk een ambtenaar, te weten dhr. [verbalisant] (functie: Senior Generalist Gebiedsgebonden Politie, rang: brigadier, district: Kennemerland), gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, door feitelijkheden, heeft beledigd, door meermaals te spugen in het gezicht van [verbalisant] en mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: "Kankerlijer”. 3.hij op 7 juni 2021 te IJmuiden, gemeente Velsen dhr. [verbalisant] (functie: Senior Generalist Gebiedsgebonden Politie, rang: Brigadier, district: Kennemerland) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door die [verbalisant] dreigend de woorden toe te voegen "Ik maak je af" en "ik steek je dood" en "Je weet niet wie ik ben en met wie je te maken heb. Ik ben een zigeuner en ik kom erachter waar je woont. Ik ga je opzoeken en maak je dood”. Zaak B (gevoegd): 1.hij op 20 april 2022 te Velserbroek, gemeente Velsen, een elektrische fiets (merk Kalkhoff Mov) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. 2.hij op 25 maart 2022 te Haarlem, een wapen van categorie I, onder 1° van de Wet wapens en munitie, te weten een stiletto, heeft voorhanden gehad en gedragen. Hetgeen in zaak A onder 1, 2 en 3 en in zaak B onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in zaak A onder 1, 2 en 3 en in zaak B onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het in de zaak met parketnummer A onder 1 bewezenverklaarde levert op: mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening. Het in zaak A onder 2 bewezenverklaarde levert op: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd. Het in zaak A onder 3 bewezenverklaarde levert op: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Het in zaak B onder 1 bewezenverklaarde levert op: schuldheling. Het in zaak B onder 2 bewezenverklaarde levert op: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het in zaak A onder 1, 2 en 3 en in zaak B onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straf De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden waarvan 1 maand voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en een proeftijd van 2 jaren. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden waarvan 1 voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Bespreking 359a Sv- strafmaat verweer ten aanzien van het in zaak A onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde De raadsvrouw heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat sprake is van een vormverzuim ex artikel 359a Sv, nu is gebleken dat bij het voorbereidend onderzoek vormen zijn verzuimd die niet meer kunnen worden hersteld, namelijk het toepassen van politiegeweld. Dit vormverzuim zou volgens de raadsvrouw moeten worden gecompenseerd in de vorm van strafvermindering. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte, nadat hij was aangehouden en hem transportboeien waren aangelegd, door verbalisant [verbalisant] rechtsachter in de politieauto werd geplaatst. De verdachte zat daar krap en is naar links geschoven, zodat hij meer beenruimte had. [verbalisant] wilde dat de verdachte terug zou schuiven en heeft hem vastgepakt en aan hem getrokken richting de rechterkant van de achterbank. Volgens de verdachte zou [verbalisant] hem eerst een klap hebben gegeven waarna hij [verbalisant] heeft gespuugd. De advocaat-generaal heeft – kort samengevat – aangevoerd dat sprake is van een vormverzuim door verbalisant [verbalisant] nu deze de verdachte een harde tik in het gezicht heeft gegeven nadat [verbalisant] was gespuugd door de verdachte, maar dat kan worden volstaan met de vaststelling dat sprake is geweest van een vormverzuim. Het hof begrijpt het verweer van de raadsvrouw als volgt, gelet op de sanctie die zij aan het gestelde vormverzuim verbindt, dat het zich uitsluitend richt tegen de disproportionaliteit van het geven van een tik met de rechtervuist tegen het gezicht van de verdachte nadat de verdachte was gespuugd, en daarmee ziet op de straftoemeting, en niet is gericht op de bewezenverklaring, met name van het bestanddeel “gedurende of ter zake de rechtmatige uitoefening van de bediening”, van de tenlastegelegde feiten 1, en
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.