proces-verbaal ___________________________________________________________________ GERECHTSHOF AMSTERDAM ONDERNEMINGSKAMER zaaknummer: 200.340.939/01 OK Proces-verbaal van het verhandelde ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam van 23 mei 2024 Tegenwoordig zijn mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. A.C. Faber en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en drs. A.G. Thomassen RT REP en drs. G.A.J. Dubbeld, raden, in tegenwoordigheid van mr. B.J. Blok, griffier. Aan de orde is de behandeling van het verzoekschrift van
- de vennootschap naar buitenlands recht FRANCE RETAIL HOLDINGS S.À R.L., gevestigd te Luxemburg, Luxemburg,
- de vennootschap naar buitenlands recht CASINO GUICHARD-PERRACHON S.A., gevestigd te Saint-Étienne, Frankrijk, VERZOEKSTERS, advocaten: mr. J.L. van der Schrieck en mr. M.A. Wielinga Carvajal, beiden kantoorhoudende te Amsterdam, t e g e n de naamloze vennootschap CNOVA N.V., gevestigd te Amsterdam, VERWEERSTER, advocaat: mr. F.G.K. Overkleeft, kantoorhoudende te Amsterdam, e n t e g e n
- [A], wonende te [plaats] ,
- [B], wonende te [plaats] ,
- [C], wonende te [plaats] ,
- de vennootschap naar buitenlands recht ALMACENES EXITO S.A., gevestigd te Envigado, Colombia,
- DE GEZAMENLIJKE ANDERE, NIET BIJ NAAM BEKENDE HOUDERS VAN AANDELEN IN HET GEPLAATSTE KAPITAAL VAN CNOVA N.V., zonder bekende woon- of verblijfplaats in of buiten Nederland, BELANGHEBBENDEN, niet verschenen. Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid: verzoekster sub 1 als FRH; verzoekster sub 2 als Casino; FRH en Casino gezamenlijk als FRH c.s.; verweerster als Cnova. Ter terechtzitting zijn aanwezig: - Namens FRH c.s.: mr. Van der Schrieck en mr. Wielinga Carvajal voormeld; - [D] , in zijn hoedanigheid van bestuurder van Cnova, bijgestaan door mr. Overkleeft voormeld en door mr. S.A. Wissing en mr. G.M. Verburg. FRH c.s. hebben in deze procedure de Ondernemingskamer verzocht, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, a. ontheffing te verlenen van de verplichting tot het uitbrengen van een openbaar bod als bedoeld in artikel 5:70 Wft, voor zover de Ondernemingskamer het nodig acht onder de voorwaarde dat binnen een bepaalde periode een uitkoopprocedure wordt gestart; b. de termijn waarna voor haar de verplichting tot het uitbrengen van een openbaar bod ontstaat als bedoeld in artikel 5:72 lid 1 Wft nogmaals te verlengen met 30 dagen, of een andere periode die de Ondernemingskamer juist acht; c. kosten rechtens. Cnova heeft de Ondernemingskamer bericht dat zij geen bezwaar heeft tegen het hiervoor in sub a genoemde verzoek, nu Casino zich heeft gecommitteerd een uitkoopprocedure te starten. Cnova heeft zich daarbij gerefereerd aan het oordeel van de Ondernemingskamer over het hiervoor in sub b genoemde verzoek. Tot slot heeft Cnova zich op het standpunt gesteld dat een kostenveroordeling achterwege kan blijven, althans dat Cnova niet in de kosten dient te worden veroordeeld. De advocaten lichten de standpunten van de onderscheiden partijen toe, wat FRH c.s. betreft aan de hand van – aan de Ondernemingskamer en de wederpartijen overgelegde – aantekeningen en onder overlegging van een op voorhand aan de Ondernemingskamer en de wederpartijen gezonden nadere productie. Partijen en hun advocaten beantwoorden vragen van de Ondernemingskamer en verstrekken inlichtingen. De voorzitter deelt mede dat de Ondernemingskamer gelet op het spoedeisende karakter van de verzoeken mondeling uitspraak op het hiervoor in sub b genoemde verzoek zal doen en schorst de behandeling ter terechtzitting voor beraad. Na hervatting van de behandeling doet de Ondernemingskamer als volgt mondeling uitspraak. De Ondernemingskamer ziet aanleiding op gelijke gronden als opgenomen in de beschikking van 25 april 2024 in deze zaak (zaaknummer: 200.340.260/01 OK) nogmaals de termijn als bedoeld in artikel 5:72 lid 1 Wft te verlengen met dertig dagen, met ingang van 27 mei 2024, waarbij 27 mei 2024 de eerste dag van de verlengde termijn is. Op de overige verzoeken zal zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval binnen de aldus verlengde termijn worden beslist. Dit leidt tot de volgende beslissing. De Ondernemingskamer: verlengt de periode waarbinnen voor FRH de verplichting tot het uitbrengen van een openbaar bod op de aandelen in Cnova kan vervallen als bedoeld in artikel 5:72 lid 1 Wft, nogmaals met dertig dagen met ingang van 27 mei 2024; houdt de beslissing op de overige verzoeken aan; verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad. De voorzitter sluit de behandeling ter terechtzitting. Waarvan proces-verbaal,