← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2024:3754

afdeling strafrecht parketnummer: 23-002889-23 datum uitspraak: 13 juni 2024 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 24 oktober 2023 in de strafzaak onder parketnummer 15-325054-22 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985, adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 30 mei

  1. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 10 juni 2022 te Beverwijk tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [benadeelde partij] heeft mishandeld door: - ( met kracht) tegen de schouder van die [benadeelde partij] te duwen en/of; - ( met kracht) op de borst van die [benadeelde partij] te drukken en/of; - die [benadeelde partij] (met kracht) bij zijn keel en/of zijn kraag te pakken waardoor die [benadeelde partij] minder goed kon ademhalen en/of gekrabd werd. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering. Vordering van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. Vrijspraak Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich aan het tenlastegelegde heeft schuldig gemaakt, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken. Nu dit in lijn is met de vordering van de advocaat-generaal en het standpunt van de verdediging, zal het hof dit oordeel niet nader motiveren. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in eerste instantie in het strafproces gevoegd door middel van een schadeopgaveformulier van 7 januari 2022 (het hof begrijpt: 2023). De daarin opgevoerde schade bestond uit een bedrag van € 827,00 ter compensatie van materiële schade en een bedrag van € 350,00 aan immateriële schade. Bij brief van 13 januari 2023 heeft het Openbaar Ministerie de benadeelde partij verzocht om de materiële schade nader te onderbouwen. Hierop heeft de benadeelde partij een nieuw schadeopgaveformulier ingediend met het opschrift “herstelvordering” en als dagtekening 14 maart
  2. Daarin is opnieuw om vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 350,00 gevraagd, maar het verzoek om compensatie van materiële schade is daarin komen te vervallen. De politierechter heeft dit kennelijk over het hoofd gezien en de verdachte veroordeeld tot betaling van € 350,00 voor immateriële schade én € 235,00 voor materiële schade. Nu naar burgerlijk recht niet een hoger bedrag kan worden toegewezen dan gevorderd, kan het hof in hoger beroep slechts oordelen over het verzoek tot vergoeding van immateriële schade, welk in eerste aanleg geheel is toegewezen. De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding. Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R. Kuiper, mr. J.J.I. de Jong en mr. M.L.M. van der Voet, in tegenwoordigheid van mr. S.L.D. Vriend, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 13 juni
  3. ========================================================================= […]

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.