afdeling strafrecht parketnummer: 23-001039-22 datum uitspraak: 5 december 2024 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 14 april 2022 in de strafzaak onder parketnummer 13-132626-19 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1957, adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 21 november 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht. Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep De verdachte is door de politierechter in de rechtbank Amsterdam vrijgesproken van hetgeen aan haar onder 1 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is namens de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep ter zake van het onder 1 ten laste gelegde gegeven vrijspraak. Tenlastelegging Aan de verdachte is – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – tenlastegelegd dat: 2.zij op of omstreeks 27 september 2017 te Amsterdam [benadeelde partij] heeft mishandeld door haar te schoppen en te slaan. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing ten aanzien van de bewijsvraag komt dan de politierechter. Vordering van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van twintig uren subsidiair tien dagen hechtenis en een proeftijd van één jaar. Vrijspraak feit 2 Het hof is van oordeel dat op basis van het dossier en uit het verhandelde ter terechtzitting niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid kan worden vastgesteld wat zich heeft afgespeeld bij de woning van aangeefster [benadeelde partij] . Naar het oordeel van het hof is aldus niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 2 is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Voorwaardelijk verzoek De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep – indien het hof tot een bewezenverklaring van feit 2 komt – verzocht om [getuige] en [benadeelde partij] als getuigen te horen. Nu de verdachte van het onder 2 tenlastegelegde zal worden vrijgesproken en de voorwaarde waaronder het verzoek is gedaan aldus niet intreedt, zal het hof hieromtrent geen beslissing nemen. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 342,53 aan materiële schade, € 1.000,00 aan immateriële schade en € 1.207,50 aan proceskosten. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 500,00 aan immateriële schade. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering. De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen. BESLISSING Het hof: Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 1 tenlastegelegde. Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht. Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding. Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L.M. van der Voet, mr. J.W.H.G. Loyson en mr. J.H. van der Werff, in tegenwoordigheid van mr. S.L.D. Vriend, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 5 december 2024. Mr. J.H. van der Werff is buiten staat dit arrest te ondertekenen. ========================================================================= […]
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.