afdeling strafrecht parketnummer: 23-000585-24 datum uitspraak: 5 december 2024 TEGENSPRAAK (na aanhouding verdachte niet verschenen) Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 27 februari 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-290435-23 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1989, adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 21 november 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren subsidiair 20 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof: - uit bewijsmiddel 1 de navolgende zin schrapt: “Het proces-verbaal bevat een foto waarop het opgezwollen, rood en paarse oog van slachtoffer te zien is.” - het hierna weergegeven bewijsmiddel toevoegt aan de bewijsmiddelen. Aanvullend bewijsmiddel - Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2023250622-10 van 4 november 2023, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant] . Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant [pagina 10]: Ik nam telefonisch contact op met de melder [van wie -zo begrijpt het hof- de identiteit bekend is bij de politie] en vroeg deze melder of ze mij kon vertellen wat ze gisteren had gezien en of ze geweld of letsel had geconstateerd. Ik hoorde haar verklaren: “ [persoon] kwam bang op mij over en zei dat ze niet met haar vader mee wilde. [persoon] werd om 20.30 uur opgehaald door haar vader. Ik zag dat [persoon] door haar vader aan haar jas werd meegetrokken naar de auto. Op het moment dat [persoon] weg ging bij mijn huis heb ik geen letsel gezien. Op haar gezicht heb ik geen letsel gezien." BESLISSING Het hof: Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.W.H.G. Loyson, mr. M.L.M. van der Voet en mr. J.H. van der Werff, in tegenwoordigheid van mr. S.L.D. Vriend, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 5 december 2024. Mr. J.H. van der Werff is buiten staat dit arrest te ondertekenen. ========================================================================= […]
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.