← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2024:3767

afdeling strafrecht parketnummer: 23-002448-23 datum uitspraak: 23 december 2024 TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman) Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 24 augustus 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-111470-21 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1962, adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 11 december 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman en de gemachtigde van de benadeelde partij naar voren hebben gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 18 december 2020 te Amsterdam (in de woning van hem, verdachte,), door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(

  1. en)en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), te weten [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, bestaande uit het een of meermalen - vastpakken van de handen en/of vingers van die [slachtoffer] en/of - aanraken van het (boven)been van die [slachtoffer] en/of - omhelzen van die [slachtoffer] en/of - betasten en/of aanraken van de borsten en/of tepels van die [slachtoffer] en/of - trachten haar blouse te openen en/of - zeggen tegen die [slachtoffer] "we gaan zo wat anders doen" en/of "wil je een leuk momentje met me hebben", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of en bestaande dat geweld of een andere feitelijkhe(i)d(
  2. en)en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(
  3. en)uit het - onverhoeds naderen van die [persoon] en/of - ( vervolgens) een of meermalen vastpakken en/of aanraken en/of vasthouden van het lichaam van die [slachtoffer] . Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing omtrent de bewijsvraag komt dan de politierechter. Vordering van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 180 uren subsidiair 90 dagen hechtenis, waarvan 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Vrijspraak De aangeefster [slachtoffer] en de verdachte waren collega’s van elkaar ten tijde van het tenlastegelegde. Bij een bezoek aan de woning van de verdachte is de aangeefster - volgens haar aangifte - door hem aangerand. De verdachte heeft verklaard dat hij de aangeefster in zijn woning weliswaar een knuffel heeft gegeven, maar dat van aanranding geen sprake was. In zoverre staan de verklaringen van de aangeefster en de verdachte tegenover elkaar. Het hof dient te beoordelen of hier sprake is geweest van feitelijke aanranding van de eerbaarheid, als bedoeld in artikel 246 (oud) van het Wetboek van Strafrecht. Van belang daarbij is allereerst of de tenlastegelegde handelingen aan te merken zijn als ontuchtig. Volgens vaste jurisprudentie is sprake van ontuchtige handelingen als het gaat om handelingen van seksuele aard die in strijd zijn met de sociaal-ethische norm. Naar het oordeel van het hof is in de gegeven context het geven van een knuffel (het hof begrijpt: omhelzen) en ook het vastpakken van handen, vingers en het aanraken van het bovenbeen - welke laatstgenoemde handelingen worden ontkend door de verdachte - niet zonder meer als ontuchtig te kenschetsen. Dat ligt anders waar het gaat om het betasten en aanraken van de borsten en tepels en het (in dat kader) trachten de blouse te openen. Die tenlastegelegde handelingen kunnen zonder meer als ontuchtig worden beschouwd. Het hof ziet zich vervolgens gesteld voor de vraag of de aangifte - waaruit deze ontuchtige handelingen volgen - in voldoende mate wordt ondersteund door ander bewijsmateriaal. Volgens het tweede lid van artikel 342 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) - dat de tenlastelegging in haar geheel betreft en niet een onderdeel daarvan - kan het bewijs dat de verdachte een ten laste gelegd feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen ingeval de verklaring van één getuige met betrekking tot de feiten en omstandigheden op zichzelf staat en onvoldoende steun vindt in ander bewijsmateriaal. De vraag of aan het bewijsminimum als bedoeld in artikel 342, tweede lid, Sv is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval. In een geval als het onderhavige, waarin de verklaringen van aangeefster en verdachte tegenover elkaar staan – moet de rechter de betrouwbaarheid van de verklaring van de aangeefster beoordelen en daarnaast bepalen of voor de beweringen van de aangeefster voldoende steunbewijs in het dossier aanwezig is. De juistheid van de kern van de tenlastelegging moet - met andere woorden - niet alleen uit de (betrouwbaar bevonden) verklaring van de aangeefster volgen, maar ook uit ander bewijsmateriaal dat bovendien afkomstig dient te zijn uit een andere bron. Het hof is van oordeel dat in het onderhavige geval dergelijk steunbewijs ontbreekt. Naast de verklaring van de aangeefster zijn er geen verklaringen van getuigen die zich ter plaatse bevonden en zodoende steun aan de aangifte zouden kunnen bieden. De getuigenverklaringen van [getuige 1] en ‘ [getuige 2] ’ en de zich in het dossier bevindende Whatsapp-gesprekken geven weliswaar weer in welke gemoedstoestand de aangeefster relatief kort na het tenlastegelegde was, maar zijn daarin onvoldoende onderscheidend om tot een bewezenverklaring te komen en betreffen voor het overige dezelfde bron als de aangifte, namelijk de aangeefster. Concluderend is het hof van oordeel dat niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid kan worden vastgesteld wat zich heeft afgespeeld in de woning van de verdachte. Naar het oordeel van het hof is om deze reden niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.500,00 aan immateriële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen. De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding. Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. Kengen, mr. M.L.M. van der Voet en mr. B.A.A. Postma, in tegenwoordigheid van mr. S.L.D. Vriend, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 23 december 2024. De griffier is buiten staat het arrest mede te ondertekenen. ========================================================================= […]

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.