GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer : 200.316.657/01 zaaknummer rechtbank Amsterdam : 9401448 CV EXPL 21-12160 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 2 april 2024 inzake [appellant] , wonende te [woonplaats] , appellant, advocaat: mr. C.P.R.M. Dekker te 's-Gravenhage, tegen MANPOWER BUSINESS SERVICES B.V., gevestigd te Diemen, geïntimeerde, advocaat: mr. B.N. Vlasman te Amsterdam. Partijen worden hierna [appellant] en Manpower genoemd. 1Het geding in hoger beroep [appellant] is bij dagvaarding van 19 juli 2022, gevolgd door een herstelexploot van 21 september 2022, in hoger beroep gekomen van een vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam (hierna: de kantonrechter) van 19 april 2022, onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen [appellant] als eiser en Manpower als gedaagde (hierna: het bestreden vonnis). Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend: - memorie van grieven tevens inhoudende een vermeerdering van eis, met producties; - memorie van antwoord, met producties. Partijen hebben de zaak ter zitting van 12 januari 2024 doen bepleiten, [appellant] door mr. Dekker voornoemd, en Manpower door mr. Vlasman voornoemd, ieder aan de hand van pleitnotities die zijn overgelegd. Ten slotte is arrest gevraagd. [appellant] heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en - uitvoerbaar bij voorraad - zijn - in hoger beroep vermeerderde - vorderingen alsnog zal toewijzen, met veroordeling van Manpower in de kosten van het geding in beide instanties. Manpower heeft, kort samengevat, geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van [appellant] , althans tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, althans tot afwijzing dan wel matiging (tot nihil) van de – in hoger beroep vermeerderde – vorderingen van [appellant] , met veroordeling van [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep, uitvoerbaar bij voorraad. Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden. 2Feiten De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis onder 1.1 t/m 1.10 de feiten vastgesteld die hij tot uitgangspunt heeft genomen. Deze feiten zijn in hoger beroep niet in geschil en dienen derhalve ook het hof als uitgangspunt. Het gaat in deze zaak om het volgende. 2.1 [appellant] is in dienst getreden bij Manpower. In dat kader was hij vanaf 10 april 2017 op grond van een Fase A detacheringsovereenkomst geplaatst bij Fiditon. Deze detacheringsovereenkomst is op 29 september 2017 verlengd tot en met 25 maart 2018. 2.2 Gedurende de detachering bij Fiditon is [appellant] uitgevallen wegens ziekte. In het kader van zijn re-integratie is [appellant] per 2 april 2018 gedetacheerd bij Manpower zelf, op de afdeling OP&S, in de functie van Desk Officer, functiegroep 8, op basis van een detacheringsovereenkomst Fase B. Deze overeenkomst werd aangegaan voor de periode van 2 april 2018 tot en met 1 juli 2018. Op 2 juli 2018 heeft Manpower de detacheringsovereenkomst verlengd tot en met 28 oktober 2018. Aan [appellant] is daarbij onder meer het volgende medegedeeld: “Hierbij bevestigen wij dat jouw huidige Fase B detacheringsovereenkomst voor bepaalde tijd aansluitend onder gelijkblijvende voorwaarden wordt verlengd tot en met 28-10-2018. Dit betekent dat jouw Fase B detacheringsovereenkomst van rechtswege – zonder dat enige vorm van opzegging of waarschuwing vereist zal zijn – eindigt op de hierboven bevestigde einddatum. Voor het overige verwijzen we naar de bevestiging/informatie betreffende plaatsing die je hebt ondertekend bij aanvang van de opdracht. Volledigheidshalve geven wij hierbij aan dat iedere verlenging (stilzwijgend of mondeling) van deze Fase B Detacheringsovereenkomst na afloop van fase B uitdrukkelijk is uitgesloten. (…)” 2.3 Bij e-mail van 18 september 2018 heeft [appellant] aan [naam 1] (hierna: [naam 1]), toenmalig leidinggevende van [appellant] bij Manpower, onder meer het volgende geschreven: “Wij zijn overeengekomen dat het bestaande contract op dezelfde voorwaarden wordt voortgezet tot december en dat beide partijen hierna een evaluatie zullen hebben, over een eventuele directe indiensttreding bij de Manpowergroup, bij gebleken tevredenheid uiteraard. Ik heb nog wel een klein verzoek / vraag ter aanvulling op ons gesprek. In het kader van het risico wat voor mij aanwezig is, namelijk dat manpower na december het besluit zal kunnen nemen de samenwerking toch te willen beëindigen, op welke gronden dan ook, waar ik overigens niet van wil uitgaan. Maar dit risico is aanwezig en mocht dit besluit toch worden genomen dan wil ik nu graag het verzoek bij je doen, om te overwegen mij tegemoet te willen komen ter afdekking van het inkomstenderving risico, om het huidige uurtarief van € 13,85 te verhogen met € 2,15 m.i.v. 1-10-2018. (…)” 2.4 Per 1 oktober 2018 is [appellant] gaan werken op de afdeling Special Billing. 2.5 Bij e-mail van 8 oktober 2018 heeft [naam 1] aan [naam 2], corporate recruiter bij Manpower Group, onder meer het volgende geschreven: “Kun jij een CAS en een FIT voor Billing Services naar [appellant] mailen. Ik moet afscheid gaan nemen van de temps waar [appellant] er ook 1 van is. Het alternatief is dat ik [appellant] eind deze maand een contract voor OT moet aanbieden, maar dan wil ik wel weten hoe hij zijn VIT en CAS heeft gemaakt.” 2.6 [naam 1] heeft [appellant] in oktober 2018 in de gelegenheid gesteld de intelligentietest (VIT-test) en de persoonlijkheidstest (CAS-test) te doen. [appellant] heeft alleen de CAS-test gedaan, maar het resultaat daarvan was onvoldoende. De VIT-test heeft hij geoefend, maar uiteindelijk niet gedaan. 2.7 Bij brief van 24 oktober 2018 heeft Manpower aan [appellant] onder meer het volgende bericht: “Hierbij bevestigen wij dat jouw huidige Fase B detacheringsovereenkomst voor bepaalde tijd aansluitend onder gelijkblijvende voorwaarden wordt verlengd tot en met 30/12/2018. Dit betekent dat jouw Fase B detacheringsovereenkomst van rechtswege – zonder dat enige vorm van opzegging of waarschuwing vereist zal zijn – eindigt op de hierboven bevestigde einddatum. Voor het overige verwijzen we naar de bevestiging/informatie betreffende plaatsing die je hebt ondertekend bij aanvang van de opdracht. Volledigheidshalve geven wij hierbij aan dat iedere verlenging (stilzwijgend of mondeling) van deze Fase B Detacheringsovereenkomst na afloop van fase B uitdrukkelijk is uitgesloten . (…)” 2.8 [appellant] heeft deze detacheringsovereenkomst niet ondertekend. In een digitaal commentaar bij deze brief heeft hij onder meer het volgende geschreven: “Afgewezen. Reden afwijzing: Geachte heer, mevrouw, ik accepteer deze arbeidsovereenkomst niet en licht mijn motivatie hieronder toe. Gezien het feit dat ik al in dienst ben getreden per d.d. 1 oktober 2018 op de afdeling OP&S Special Billing en zonder overeenkomst is deze overeenkomst in strijd met de overeengekomen afspraak en ook met de wetgeving. Tevens is het uurtarief ad € 13,85 opgenomen in deze overeenkomst niet aansluitend op de functie zwaarte en ook in strijd met het salaris behorende bij het functieprofiel. Op dit moment heeft het UWV besloten gezien de druk die Manpower op mij legt om mij op non-actief te plaatsen en zal ik ook geen verdere werkzaamheden uitvoeren voor Manpower of dochterondernemingen binnen de Manpowergroup. Hopende u hiermede voldoende te hebben toegelicht op mijn motivatie om deze aangeboden overeenkomst niet te accepteren.” [appellant] heeft na 28 oktober 2018 niet meer gewerkt voor Manpower. 2.9 Bij brief van 31 januari 2019 heeft [naam 3] (hierna: [naam 3]), medewerker van de afdeling Human Resources van Manpower, gereageerd op een brief van 1 januari 2019 van [appellant] , waarin hij melding maakte van diverse claims op Manpower. Onder het kopje ‘Vordering 5’ heeft [naam 3] onder meer het volgende geschreven: “(…) Ook uw claim waarin u stelt dat Manpower niet als goed werkgever heeft gehandeld en daardoor heeft bijgedragen aan de in uw ogen verstoorde verstandshouding is voor Manpower onbegrijpelijk. Vanuit Manpower is meermaals uitgesproken vertrouwen in u te zien en te hebben. Er is u een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aangeboden voor een uitdagende functie met groei en ontwikkel potentie binnen uw eigen vakgebied. Dit aanbod is nota bene door uzelf afgewezen. Doordat Manpower het vertrouwen in u zag is er zelfs bij hoge uitzondering afgeweken van het Manpower HR-beleid met betrekking tot het maken van een test. U is hierin voldoende tijd en ruimte in gegeven. (…)” Manpower heeft de claims van [appellant] afgewezen. 2.10 Bij e-mail van 6 februari 2019 heeft [appellant] aan [naam 3] verzocht om toezending van “het originele exemplaar van de onbepaalde tijd arbeidsovereenkomst”. In reactie daarop heeft [naam 3] op 21 februari 2019 aan [appellant] bericht dat een dergelijk document niet is opgesteld en dat een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd nooit tot stand is gekomen. 3Beoordeling 3.1 [appellant] heeft in eerste aanleg, samengevat, gevorderd dat de kantonrechter – uitvoerbaar bij voorraad – (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.