beschikking ___________________________________________________________________ GERECHTSHOF AMSTERDAM ONDERNEMINGSKAMER zaaknummer: 200.330.791/01 OK beschikking van de Ondernemingskamer van 12 maart 2024 inzake de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DIGITAL ENTERPRISES B.V., gevestigd te Leidschendam-Voorburg, VERZOEKSTER, advocaat: mr. M. Smit, kantoorhoudende te Alkmaar, t e g e n de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SPORTSENT B.V., gevestigd te Amsterdam, VERWEERSTER, advocaat: mr. F.M. Peters, kantoorhoudende te Amsterdam, e n t e g e n de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid JJS SPORTS B.V., gevestigd te Amsterdam, BELANGHEBBENDE, advocaten: mr. D.C. Roessingh en mr. M.C.G. Massart, beiden kantoorhoudende te Amsterdam. 1Het verloop van het geding 1.1 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar twee beschikkingen van 11 januari 2024 in deze zaak. 1.2 Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van SportsEnt B.V. over de periode vanaf 1 januari 2020, mr. R. le Grand te Rotterdam benoemd teneinde het onderzoek te verrichten en de vaststelling van het onderzoeksbudget aangehouden. Voorts heeft de Ondernemingskamer bij die beschikkingen, bij wijze van onmiddellijke voorziening met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van het geding: JJS Sports B.V. geschorst als bestuurder van SportsEnt B.V.; voor zover nodig in afwijking van de statuten mr. J.G. Molenaar te Utrecht benoemd tot bestuurder van SportsEnt B.V. met beslissende stem en bepaald dat deze bestuurder zelfstandig bevoegd is SportsEnt B.V. te vertegenwoordigen en dat zonder deze bestuurder SportsEnt B.V. niet vertegenwoordigd kan worden; bepaald dat het bestuur van SportsEnt B.V. in afwijking van artikel 9.5 lid 1 van de statuten van SportsEnt B.V. bevoegd is om zonder goedkeuring van de algemene vergadering van SportsEnt B.V. de in artikel 9.5 lid 1 onder a tot en met o vermelde besluiten te nemen. 1.3 Bij e-mail van 1 maart 2024 heeft mr. Smit namens partijen de Ondernemingskamer verzocht de procedure te beëindigen omdat partijen een minnelijke regeling hebben bereikt. 1.4 Bij e-mail van 4 maart 2024 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid gesteld zich uiterlijk op 11 maart 2024 uit te laten over het in 1.3. genoemde verzoek, bij gebreke waarvan de Ondernemingskamer de procedure zal beëindigen. Geen van partijen heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt. 1.5 De onderzoeker heeft desgevraagd aan de secretaris van de Ondernemingskamer bericht dat hij nog slechts beperkte werkzaamheden heeft verricht in het kader van het onderzoek en dat zijn vergoeding kan worden bepaald op nihil. 2De gronden van de beslissing 2.1 Nu partijen een regeling hebben getroffen, er geen bezwaren zijn ontvangen tegen het verzoek tot beëindiging van het bevolen onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorzieningen en de Ondernemingskamer voorts niet is gebleken van enig belang dat zich tegen de toewijzing van het verzoek verzet, zal de Ondernemingskamer het verzoek inwilligen aldus dat zij het bij de beschikking van 11 januari 2024 bevolen onderzoek en de bij die beschikking getroffen onmiddellijke voorzieningen zal beëindigen, een en ander met ingang van heden. 3De beslissing De Ondernemingskamer: bepaalt de vergoeding van de onderzoeker op nihil; beëindigt met ingang van heden het bij de beschikking van 11 januari 2024 bevolen onderzoek en de bij die beschikking getroffen onmiddellijke voorzieningen; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. W.A.H. Melissen, voorzitter, mr. A.W.H. Vink en mr. M.A.M. Vaessen, raadsheren, en drs. M.A. Scheltema en drs. G. Vollenhoven-Eikelenboom, raden, in tegenwoordigheid van mr. B.J. Blok en mr. F.C.W. Wijffels, griffiers, en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2024.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.