afdeling strafrecht parketnummer: 23-000269-21 datum uitspraak: 9 april 2024 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 29 januari 2021 op de vordering van het openbaar ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met nummer 15-077900-19 tegen de betrokkene [betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1963, adres: [adres 1] . Procesgang Het openbaar ministerie heeft in eerste aanleg gevorderd dat aan de betrokkene de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat tot een bedrag van € 31.302,
- De betrokkene is bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 29 januari 2021 veroordeeld ter zake van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod en voor diefstal van stroom. Voorts heeft de rechtbank bij vonnis van 29 januari 2021 de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 31.302,41 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Namens de betrokkene is hoger beroep ingesteld tegen beide vonnissen. De betrokkene is bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van heden veroordeeld ter zake van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod en diefstal van stroom. Op 7 februari 2022 is de conclusie van de advocaat-generaal ingekomen bij het hof, eveneens strekkende tot de conclusie dat aan de betrokkene de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat tot een bedrag van € 31.302,
- Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 maart 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de betrokkene en zijn raadsman naar voren hebben gebracht. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter. Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel Standpunt advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat aan de betrokkene de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de Staat van € 31.000,00 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Daarbij heeft advocaat-generaal rekening gehouden met een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) in hoger beroep. Standpunt verdediging De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep primair op het standpunt gesteld dat de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden afgewezen nu onvoldoende aannemelijk is geworden dat een eerdere oogst heeft plaatsgevonden. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat getuigen hebben verklaard dat in december 2018 geen hennepkwekerij in de woning aanwezig was en er dus onvoldoende tijd was voor een eerdere oogst. Mocht het hof deze verklaringen terzijde schuiven, ook dan is op basis van de opgemaakte processen-verbaal niet voldoende aannemelijk te maken dat sprake is geweest van een eerdere oogst. Subsidiair heeft de raadsman bepleit dat moet worden vastgesteld dat sprake is geweest van een tweede dader met als gevolg een pondspondsgewijze verdeling. Tot slot heeft de raadsman nog aangevoerd dat inmiddels elektriciteitskosten zijn betaald, welke moeten worden afgetrokken van de vordering. Oordeel van het hof De betrokkene is door het hof bij arrest van 9 april 2024 veroordeeld voor het telen van 267 hennepplanten op 11 februari 2019 aan de [adres 2] . Anders dan de verdediging is het hof van oordeel dat er voldoende aanwijzingen zijn voor minimaal één eerdere oogst. In de woning zijn twee kweekruimtes aangetroffen, één op de eerste en één op de tweede (zolder)verdieping. In de kweekruimte op de eerste verdieping is één volgroeide henneptop aangetroffen. Verder zijn in beide kweekruimten vervuilde koolstoffilters, stof op de armaturen van de assimilatielampen en aanslagresten van groei- en bloeimiddelen aangetroffen. Ook zijn in de woning vuilniszakken met potgrond, gebruikte bamboestokken en plantenpotten met aanslagresten van groei- en bloeimiddelen aangetroffen. Daar komt nog bij dat exact dezelfde jerrycans in de auto waarin de betrokkene reed zijn aangetroffen en dat zijn DNA in de kweekruimte op de zolder is veiliggesteld. De medewerker fraude van Liander die aangifte heeft gedaan, heeft gerelateerd dat uit het door Liander N.V. ingestelde onderzoek is gebleken dat in de periode dat de hennepplantage was ingericht sprake is geweest van ten minste één eerdere teelt. Op grond hiervan is voldoende aannemelijk geworden dat sprake is geweest van tenminste één eerdere oogst. Voor wat betreft het subsidiaire standpunt van de verdediging overweegt het hof dat het dossier weliswaar aanknopingspunten bevat voor de betrokkenheid van één of meer anderen bij het telen van hennep dat tot deze eerdere oogst heeft geleid, maar dat die onvoldoende waren voor het bewijs van medeplegen, zoals uit voornoemd arrest uit de strafzaak blijkt. Het hof zal daarom geen toepassing geven aan artikel 36e lid 7 van het Wetboek van Strafrecht. Het hof zal voor de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel goeddeels aansluiten bij de berekening zoals opgenomen in het Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij (hierna: het Rapport), waarin wordt uitgegaan van één eerdere oogst waaruit opbrengst is genoten. Het rapport is opgemaakt aan de hand van het rapport 'Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht' van het Functioneel Parket Afpakken - voorheen het BOOM - van 1 juni 2016, waarin standaardberekeningen en normen met betrekking tot het wederrechtelijk verkregen voordeel van hennepkwekerijen bij binnenteelt onder kunstlicht zijn vermeld (hierna: het FPA-rapport). Kweekruimte 1 Vaststelling opbrengst per oogst In de eerste kweekruimte stonden 123 hennepplanten in potten. De oppervlakte van de beplanting in de eerste kweekruimte was 12,2 m
- Per m2 stonden er 11 hennepplanten in potten. Opbrengst per oogst De totale bruto opbrengst aan hennep per oogst bedraagt: 123 planten x 30,0 gram = 3,690 kilogram. Financiële opbrengst per oogst De daadwerkelijke verkoopprijs van de hennep kon niet worden vastgesteld. Volgens het FPA-rapport bedraagt dit minimaal € 4.070, 00 per kilogram. De totale bruto opbrengst per oogst bedraagt minimaal 3,690 kilogram x € 4.070,00 = € 15.018,
- Kostenberekening Afschrijvingskosten: € 150,00 Hennepstekken: € 468,63 (€ 3,81 per stek/plant) Variabele kosten: € 477,24 (€ 3,88 per stek/plant) Totale kosten: € 1.095,87 De netto opbrengst bedraagt dan € 15.018,30 minus € 1.095,87 = € 13.922,
- Kweekruimte 2 Vaststelling opbrengst per oogst In de tweede kweekruimte stonden 144 hennepplanten in potten. De oppervlakte van de beplanting in de tweede kweekruimte was 21,3 m
- Per m2 stonden er 7 hennepplanten in potten. Opbrengst per oogst De totale bruto opbrengst aan hennep per oogst bedraagt: 144 planten x 31,8 gram = 4,5792 kilogram Financiële opbrengst per oogst De daadwerkelijke verkoopprijs van de hennep kon niet worden vastgesteld. Volgens het FPA-rapport bedraagt dit minimaal € 4.070,00 per kilogram. De totale bruto opbrengst per oogst bedraagt minimaal 4,5792 kilogram x € 4.070, 00 = € 18.637,
- Kostenberekening Afschrijvingskosten: € 150,00 Hennepstekken: € 548,64 (€ 3,81 per stek/plant) Variabele kosten: € 558,72 (€ 3,88 per stek/plant) Totale kosten: € 1.257,36 De netto opbrengst bedraagt dan € 18.637,34 minus € 1.257,36 = € 17.379,
- Elektriciteitskosten Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman een stuk overgelegd waaruit volgt dat de dochter van de verdachte een betalingsregeling heeft getroffen met Alliander N.V., met een totaal te factureren bedrag van € 3.461,
- Het gaat kennelijk om elektriciteitskosten. Uit datzelfde stuk volgt voorts dat vijf van de zes betalingstermijnen zijn voldaan. De raadsman heeft ter terechtzitting in aanvulling daarop aangevoerd dat inmiddels ook de zesde termijn is betaald. Het hof acht – ook ten aanzien van de laatste termijnbetaling – voldoende aannemelijk dat deze kosten zijn voldaan. Mitsdien zal het hof de elektriciteitskosten van in totaal € 3.461,25 aftrekken van het vastgestelde wederrechtelijk verkregen voordeel. Totale netto opbrengst De totale netto opbrengst van de eerste en tweede kweekruimte bedraagt: € 13.922,43 + € 17.379,98 – € 3.461,25 = € 27.841,
- Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen stelt het hof het bedrag waarop het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden geschat vast op € 27.841,
- Verplichting tot betaling aan de Staat Overschrijding redelijke termijn Bij de behandeling van deze ontnemingszaak is de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM met ongeveer één jaar overschreden. Nu het hof die overschrijding reeds heeft verdisconteerd in de strafzaak tegen de betrokkene, zal hier worden volstaan met een constatering daarvan. Betalingsverplichting Aan de betrokkene wordt, ter ontneming van het door hem wederrechtelijk verkregen voordeel, de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 27.841,
- Toepasselijk wettelijk voorschrift De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Stelt het bedrag waarop het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 27.841,16 (zevenentwintigduizend achthonderdeenenveertig euro en zestien cent). Legt de betrokkene de verplichting op tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 27.841,16 (zevenentwintigduizend achthonderdeenenveertig euro en zestien cent). Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op 556 dagen. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.D. van Heffen, mr. B.E. Dijkers en mr. C. Beuze, in tegenwoordigheid van mr. B.K.M. Pouw, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 9 april
- mrs. Van Heffen en Beuze zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. ========================================================================= […] Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1100-2019010304-20 van 13 maart 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] , [verbalisant 2] en [verbalisant 3] (documentpagina’s 1 en 2). Een proces-verbaal indicatoren eerdere oogst (met bijlagen) met nummer PL1100-2019010304-24 van 20 februari 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] , [verbalisant 2] en [verbalisant 3] (documentpagina’s 1-3). Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1100-2019010304-10 van 14 maart 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] (documentpagina 2). Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1100-2019010304-35 van 30 maart 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 4] (documentpagina 1). Een geschrift met bijlagen, te weten de aangifte van Liander N.V. van 15 februari 2019, documentpagina
- Een rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij met bijlagen van verbalisant [verbalisant 4] van 16 april 2019 (ongenummerd). Een rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij met bijlagen van verbalisant [verbalisant 4] van 16 april 2019, documentpagina 3 e.v. Een rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij met bijlagen van verbalisant [verbalisant 4] van 16 april 2019, documentpagina 4 e.v.