afdeling strafrecht parketnummer: 23-001757-24 datum uitspraak: 3 juni 2025 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 18 juli 2024 in gevoegde strafzaken onder de parketnummers 15-089464-24 en 15-126057-24, alsmede 15-003165-22 (TUL) tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992, adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 20 mei 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en zijn raadsvrouw naar voren hebben gebracht. Tenlasteleggingen Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: Zaak A (met parketnummer 15-089464-24): hij op of omstreeks 11 augustus 2023 te Haarlem opzettelijk en wederrechtelijk een deur, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [organisatie] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt; Zaak B (met parketnummer 15-126057-24): hij op of omstreeks 12 april 2024 te Haarlem [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] - tegen het hoofd te slaan en/of - meermalen althans eenmaal tegen het lichaam te slaan. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering. Bewijsoverweging zaak A De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit en aangevoerd dat de verdachte geen opzet had op de vernieling van de deur. Het hof overweegt dat de verdachte heeft getrapt tegen de buitendeur van het [organisatie] . Als gevolg hiervan is de ruit in de buitendeur vernield. Het hof is, anders dan de verdachte en zijn raadsvrouw, van oordeel dat door met kracht te trappen tegen de buitendeur, het niet anders kan dan dat de verdachte tenminste bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de deur (en daarmee ook de ruit in de deur) door zijn toedoen zou worden vernield. Het hof verwerpt het verweer. Bewijsoverweging zaak B De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit en aangevoerd dat de verkleuring in het gezicht bij aangeefster (in het bijzonder een rode plek onder haar rechteroog) niet het gevolg is van de tenlastegelegde mishandeling, omdat op een oudere foto is te zien dat zij eerder al een dergelijke plek onder haar oog had. Het hof is van oordeel dat het verweer van de raadsvrouw wordt weerlegd door de bewijsmiddelen, te weten de aangifte inclusief letselfoto’s (met niet alleen letsel op het gezicht, maar ook op de linkerarm) en het proces-verbaal van bevindingen van de verbalisanten die direct na de melding ter plaatse zijn geweest in de woning, dat steun biedt aan de aangifte. De verbalisanten hebben immers waargenomen dat de aangeefster een zwelling op haar linker onderarm had en een blauwe plek tussen haar rechteroog en haar slaap. Het hof ziet in hetgeen door de verdediging is aangevoerd geen reden om te twijfelen aan de juistheid en betrouwbaarheid van de aangifte. Het hof verwerpt het verweer. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in zaak A en in zaak B tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: Zaak A: hij op 11 augustus 2023 te Haarlem opzettelijk en wederrechtelijk een deur die aan [organisatie] toebehoorde heeft vernield. Zaak B: hij op 12 april 2024 te Haarlem [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] tegen het hoofd en tegen het lichaam te slaan. Hetgeen in zaak A en in zaak B meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in zaak A en in zaak B bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het in zaak A bewezenverklaarde levert op: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen. Het in zaak B bewezenverklaarde levert op: mishandeling. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het in zaak A en in zaak B bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straf De politierechter heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 30 uren, te vervangen door 15 dagen hechtenis, en daarnaast een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van één week, met een proeftijd van twee jaar. De raadsvrouw heeft verzocht, indien het hof tot een bewezenverklaring komt, geen gevangenisstraf op te leggen gelet op de positieve ontwikkelingen in het leven van de verdachte. De verdachte is gestopt met drugsgebruik, heeft sinds lange tijd een eigen woning en zet zich in bij de hulpverlening (verslavingszorg en schuldhulpverlening). Ter onderbouwing heeft de raadsvrouw een brief overgelegd van de psychiatrisch verpleegkundige die de verdachte nu begeleidt. Deze onderschrijft de geschetste situatie. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vernieling van een deur bij het [organisatie] , hetgeen tot schade en overlast heeft geleid. Daarnaast heeft hij een vriendin bij wie hij destijds verbleef mishandeld. Hiermee heeft hij ernstig inbreuk gemaakt op haar lichamelijke integriteit. Bovendien heeft de verdachte haar dit aangedaan in haar eigen woning, een plek waar zij zich bij uitstek veilig moet kunnen voelen. Naar het oordeel van het hof is oplegging van de straf die de politierechter heeft opgelegd in beginsel passend. Echter, gelet op de positieve ontwikkelingen die de verdachte nu doormaakt, acht het hof het opleggen van een gevangenisstraf die meebrengt dat de verdachte opnieuw gedetineerd raakt niet in het belang van de verdachte, noch in het belang van de samenleving. Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf als stok achter de deur, zoals gevorderd door de advocaat-generaal, passend en geboden. Vordering van de benadeelde partij [organisatie] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 632,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.