afdeling strafrecht parketnummer: 23-000321-24 datum uitspraak: 22 mei 2025 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 23 januari 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-253023-23 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 1985, adres: [adres] , thans gedetineerd in de [detentieadres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 15 augustus 2024, 20 augustus 2024 en 8 mei 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte naar voren heeft gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 1 mei 2023 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [benadeelde] heeft mishandeld door die [benadeelde] - met kracht bij haar arm vast te pakken en/of - tegen een muur te gooien en/of - mee te trekken en/of - van een trap af te sleuren. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd om proceseconomische redenen en omdat het hof tot een andere strafoplegging komt dan de politierechter. Bewijsoverweging De bewezenverklaring vindt steun in de aangifte, het proces-verbaal betreffende de komst van de politie bij de woning en het aldaar aantreffen van aangeefster, alsmede de verklaring van de verdachte en het letsel dat aansluit bij de aangifte. Het hof leidt uit een en ander af dat het ‘van de trap af sleuren’ erin heeft bestaan dat de verdachte door aangeefster mee de trap af te trekken haar van en op de traptreden heeft doen vallen. Het hof heeft niet kunnen vaststellen dat de verdachte aangeefster vervolgens liggend op de trap verder naar beneden heeft getrokken. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 1 mei 2023 te Amsterdam [benadeelde] heeft mishandeld door die [benadeelde] met kracht bij haar arm vast te pakken en mee te trekken en van een trap af te sleuren. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezenverklaarde levert op: mishandeling. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straf De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 750,00, te vervangen door 15 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest, en een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 50 uren, te vervangen door 25 dagen hechtenis, met een proeftijd van 2 jaren en met als bijzondere voorwaarde een contactverbod met het slachtoffer. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 80 uren, te vervangen door 40 dagen hechtenis, met een proeftijd van 2 jaren, en dat aan de verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafvordering (Sv) wordt opgelegd, inhoudende een contactverbod met het slachtoffer voor de duur van 2 jaren, met toepassing van vervangende hechtenis van een week voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan. De advocaat-generaal heeft de dadelijke uitvoerbaarheid van deze maatregel gevorderd. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de mishandeling van zijn toenmalige partner, door haar met kracht bij de arm vast te pakken en de trap af te sleuren, kennelijk met als doel haar uit zijn woning te verwijderen. Hierbij is het slachtoffer ten val gekomen en heeft zij flinke bloeduitstortingen opgelopen. De politie trof de vrouw hevig geëmotioneerd en slechts in lingerie gekleed aan terwijl zij onderaan de trap in het gemeenschappelijke trappenhuis zat. Met zijn handelen heeft de verdachte de lichamelijke integriteit en het gevoel van veiligheid van het slachtoffer aangetast. Verder heeft het hof acht geslagen op het Uittreksel uit de Justitiële Documentatie waaruit volgt dat de verdachte thans in voorarrest zit op grond van een nieuwe verdenking ter zake van onder meer een bedreiging, in welk verband de advocaat-generaal heeft medegedeeld dat voorbereidingen worden getroffen voor een eventuele zorgmachtiging. Uit het retourrapport van de reclassering (GGZ/Inforsa) van 6 mei 2025 blijkt dat die dezelfde informatie van het openbaar ministerie heeft verkregen, en volgt voorts dat de verdachte voor zijn aanhouding geen bereidheid heeft getoond mee te werken aan een reclasseringsrapportage in onderhavige zaak. Het hof acht, alles afwegende, een voorwaardelijke taakstraf van 80 uren duur passend en geboden. Het hof zal niet daarnaast nog een geldboete opleggen. Tot slot ziet het hof aanleiding om een vrijheidsbeperkende maatregel, zoals bedoeld in artikel 38v Sv, op te leggen, in de vorm van een contactverbod met [benadeelde] voor de duur van 2 jaren. Het hof neemt daarbij de informatie van de advocaat-generaal in aanmerking over het verwarde gedrag van de verdachte, zijn gebrek aan zelfinzicht en probleembesef en dat ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat de verdachte sinds het incident nog contact met haar heeft gezocht in de vorm van berichten waarbij de verdachte afwisselend boos en dreigend is en op andere momenten juist weer toenadering tot het slachtoffer zoekt. Dit alles veroorzaakt bij haar veel angst. Dadelijk uitvoerbaar Het hof zal de dadelijke uitvoerbaarheid van de vrijheidsbeperkende maatregel bevelen, omdat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een feit dat gericht is tegen of gevaar heeft veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon. Gelet op de aard van de bewezenverklaarde gedragingen van de verdachte en gelet op het hiervoor vermelde, is het hof van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden de verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen of zich belastend zal gedragen jegens het slachtoffer. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding, ter hoogte van € 2.500,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.