GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer : 200.337.762/01 beschikking van de meervoudige burgerlijke kamer van 17 juni 2025 inzake NSG MANAGEMENT & TECHNICAL SERVICES LTD., gevestigd te Barbados, te dezer zake domicilie kiezende te Amsterdam ten kantore van haar advocaat, verzoekster, advocaat: mr. J.Ph. de Korte te Amsterdam, tegen [geïntimeerde] , gevestigd te [plaats 1] , verweerster, niet verschenen. Partijen worden hierna NSG en [geïntimeerde] genoemd. 1De zaak in het kort Tussen NSG en [geïntimeerde] is een buitenlands arbitraal vonnis gewezen. NSG heeft verzocht om erkenning en verlof tot tenuitvoerlegging daarvan in Nederland. Ondanks dat NSG geen origineel of behoorlijk gewaarmerkt afschrift van de arbitrageovereenkomst heeft overgelegd, wijst het hof het verzoek toe. 2Het verloop van het geding NSG heeft bij verzoekschrift met producties, ingekomen ter griffie van het hof op 16 februari 2024, verzocht bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, erkenning en verlof te verlenen tot tenuitvoerlegging van het tussen partijen te [plaats 2] (Zwitserland) gewezen arbitraal vonnis van 2 februari 2021 dat nadien - op verzoek van NSG - is verbeterd op 18 februari 2021 (hierna: het arbitraal vonnis), met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van het geding. [geïntimeerde] is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. De mondelinge behandeling in deze zaak heeft plaatsgevonden op 20 september 2024. Bij die gelegenheid hebben mr. De Korte voornoemd en mr. G.J. Wilts, advocaat te Amsterdam, het standpunt van NSG nader toegelicht. De behandeling van de zaak is in overleg met voornoemde advocaten aangehouden teneinde NSG in staat te stellen originele exemplaren dan wel behoorlijk gewaarmerkte afschriften over te leggen van het arbitraal vonnis en de overeenkomst tot arbitrage. NSG heeft bij brief van 8 november 2024 een behoorlijk gewaarmerkt afschrift van het arbitraal vonnis overgelegd. Een origineel exemplaar van de overeenkomst tot arbitrage is niet overgelegd. Bij brieven van 11 oktober 2024 en 28 november 2024, met bijlagen, heeft (de advocaat van) NSG uiteengezet dat zij door toezending van een behoorlijk gewaarmerkt afschrift van het arbitraal vonnis tevens een behoorlijk gewaarmerkt afschrift van de arbitrageovereenkomst heeft overgelegd, althans toegelicht waarom geen origineel exemplaar of gewaarmerkt afschrift voorhanden is en waarom het ontbreken daarvan niet aan toewijzing van het verzoek in de weg staat. Vervolgens is uitspraak bepaald. 3Feiten Als enerzijds gesteld en anderzijds niet betwist, alsmede op grond van de in zoverre niet bestreden inhoud van overgelegde bewijsstukken, staat het volgende vast. 3.1 Partijen hebben op 8 juni 2015 en 18 november 2015 een zogenoemde Service Provider Agreement (SPA) met betrekking tot de Bahama’s respectievelijk Trinidad en Tobago gesloten. Beide overeenkomsten bevatten een arbitragebeding. 3.2 Op 18 september 2017 hebben partijen een zogenoemde Standstill Agreement gesloten. Ter uitvoering daarvan heeft [geïntimeerde] in totaal € 6.152.352,- en USD 20.669.730 op een escrowrekening bij ABN AMRO Bank N.V. (hierna: ABN AMRO Bank) gestort als gedeeltelijke zekerheid voor de nakoming van de uitkomst van een arbitrageprocedure. 3.3 Op 5 oktober 2018 zijn partijen een wijziging van de arbitrageovereenkomst overeengekomen. De nieuwe arbitrageovereenkomst (hierna: de arbitrageovereenkomst) is namens NSG ondertekend en bij e-mail van 6 oktober 2018 door de Engelse advocaat van NSG aan de (toenmalige) advocaat van [geïntimeerde] , mr. R. de Bree, advocaat te Den Haag, toegezonden. Nadat de arbitrageovereenkomst door [geïntimeerde] was ondertekend, heeft mr. De Bree voornoemd bij e-mail van 29 oktober 2018 een scankopie aan (de Engelse advocaat van) NSG gezonden. 3.4 NSG heeft op 31 oktober 2018 een arbitrageprocedure aanhangig gemaakt en vorderingen jegens [geïntimeerde] ingesteld. [geïntimeerde] is in de arbitrage verschenen en heeft een tegenvordering ingesteld. 3.5 Na uitwisseling van schriftelijke conclusies, het horen van getuigen en deskundigen en een mondelinge behandeling gedurende meerdere dagen, heeft een scheidsgerecht te [plaats 2] (Zwitserland), bestaande uit drie arbiters, op 2 februari 2021 het arbitraal vonnis gewezen, welk vonnis op verzoek van NSG op 18 februari 2021 is verbeterd. Bij het arbitraal vonnis is [geïntimeerde] - naar zeggen van NSG - veroordeeld tot betaling aan NSG van (in hoofdsom) USD 28.990.221,90, € 11.263.385,50 en GBP 32.028,62, te vermeerderen met 8% rente vanaf 3 februari 2021 tot aan de dag van voldoening. Tevens is [geïntimeerde] daarbij veroordeeld het ertoe te leiden dat het volledige saldo van de escrowrekening ter vrije beschikking van NSG komt. 3.6 Bij brief van 5 februari 2021 heeft mr. De Bree voornoemd aan het Openbaar Ministerie onder meer het volgende geschreven: “(…) NSG is in 2018 een arbitrage gestart tegen [geïntimeerde] ter vergoeding van de niet betaalde bedragen onder de service provider agreements. (…) [geïntimeerde] heeft verweer gevoerd tegen de vorderingen en een tegenvordering ingediend (…). Het scheidsgerecht heeft bij beslissing van 2 februari 2021 uitspraak gedaan. Het scheidsgerecht heeft [geïntimeerde] veroordeeld tot betaling van de vorderingen. (…)” 3.7 Bij brief van 16 februari 2021 heeft [geïntimeerde] , bij monde van haar advocaten, aan de advocaten van NSG geschreven dat zij bereid was te voldoen aan haar verplichtingen uit hoofde van het arbitraal vonnis maar dat zij geen betaling kan verrichten als gevolg van de door het Openbaar Ministerie gelegde beslagen. 4Het verzoek 4.1 NSG legt aan haar verzoek tot erkenning van het arbitraal vonnis en tot het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging daarvan ten grondslag dat [geïntimeerde] tot op heden niet, althans niet volledig, heeft voldaan aan het arbitraal vonnis, en dat [geïntimeerde] ook heeft nagelaten desverzocht te bevestigen dat zij op grond van het arbitraal vonnis aansprakelijk is voor de daarbij toegewezen hoofdsom met rente. NSG stelt om die reden belang te hebben bij het verzoek. 5Beoordeling 5.1 Mr. T.S. Pieters die deel uitmaakte van de samenstelling van het hof ten overstaan van wie de mondelinge behandeling van 20 september 2024 heeft plaatsgevonden, is door persoonlijke omstandigheden niet betrokken geweest bij het tot stand komen van deze beschikking. Bij e-mail van 15 januari 2025 heeft het hof NSG in verband met deze omstandigheid in de gelegenheid gesteld een nieuwe mondelinge behandeling te verzoeken. Mr. Wilts heeft bij e-mail van 16 januari 2025, namens NSG, verklaard geen behoefte te hebben aan een nieuwe mondelinge behandeling. Bevoegdheid 5.2 NSG wenst ter uitvoering van het arbitraal vonnis de hiervoor onder 3.2 genoemde gelden op de escrowrekening bij ABN AMRO Bank te incasseren. Nu ABN AMRO is gevestigd in Amsterdam, is dit hof op grond van artikel 1075 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) jo. artikel 985 (derde volzin) Rv bevoegd tot kennisneming van het onderhavige verzoek. Formele vereisten 5.3 Het verzoek van NSG tot erkenning en verlening van verlof tot tenuitvoerlegging van het arbitraal vonnis steunt op het bepaalde in artikel 1075 Rv in samenhang met het Verdrag over de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse scheidsrechterlijke uitspraken van 10 juni 1958 (Trb. 1959, 58 (hierna: het Verdrag van New York). Het arbitraal vonnis is, zoals gemeld, gewezen in Zwitserland. Zowel Nederland als Zwitserland zijn partij bij het Verdrag van New York. De bepalingen van het Verdrag van New York zijn daarom van toepassing bij de beoordeling van het onderhavige verzoek. 5.4 Op grond van artikel IV van het Verdrag van New York dient de partij die verlof tot tenuitvoerlegging verzoekt, bij het verzoek over te leggen (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.