GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer : 200.348.441/01 zaak- en rolnummer rechtbank Amsterdam : 9812143 EL 22-32 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 1 juli 2025 inzake [appellant] , wonend te [plaats 1], gemeente [plaats 2], eiser in het incident, advocaat: mr. J.B. Maliepaard te Rotterdam, in de zaak van DEXIA NEDERLAND B.V., gevestigd te Amsterdam, appellante, verweerster in het incident, advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam, tegen [geïntimeerde] , wonend te [plaats 1], gemeente [plaats 2], geïntimeerde, verweerster in het incident, advocaat: mr. J.B. Maliepaard te Rotterdam. Partijen worden hierna [appellant], Dexia en [geïntimeerde] genoemd. 1Het geding in hoger beroep Dexia is bij dagvaarding van 23 oktober 2024 in hoger beroep gekomen van de vonnissen van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam (hierna: de kantonrechter) van 7 maart 2024 en 15 augustus 2024, onder bovenvermeld zaak- en rolnummer gewezen tussen [geïntimeerde] als eiseres en Dexia als gedaagde. Partijen in de hoofdzaak hebben daarna de volgende stukken ingediend: - memorie van grieven, met een productie; - memorie van antwoord, met producties. In het incident zijn de volgende stukken ingediend: - de op dezelfde roldatum als de memorie van antwoord ingediende incidentele conclusie tot voeging en tussenkomst van [appellant], met een productie; - conclusie van antwoord in het incident tot voeging en tussenkomst van Dexia; - conclusie van antwoord in het incident tot voeging en tussenkomst van [geïntimeerde]. Vervolgens is arrest bepaald. 2Beoordeling 2.
- [appellant] heeft in het incident gevorderd dat hij als gevoegde en tussenkomende partij zal worden toegelaten in de hoofdzaak. 2.
- Dexia heeft zich geconformeerd aan het oordeel van het hof. [geïntimeerde] heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering tot voeging en tussenkomst van [appellant]. 2.
- [appellant] heeft voldaan aan de eisen voor toelating als gevoegde partij aan de zijde van [geïntimeerde] en als tussenkomende partij. De incidentele vordering zal worden toegewezen. 2.
- Het hof zal de hoofdzaak naar de rol verwijzen voor een memorie aan de zijde van [appellant], waarin hij zijn standpunten ter ondersteuning van de vordering van [geïntimeerde] – zo mogelijk met overlegging van relevante stukken – kan onderbouwen en waarin hij zijn vorderingen als tussenkomende partij kan instellen. Dexia en [geïntimeerde] zullen vervolgens in de gelegenheid worden gesteld om hierop te reageren. 2.
- Dexia zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het incident worden veroordeeld, die aan de zijde van [appellant] worden begroot op nihil, omdat geen werkzaamheden van betekenis zijn verricht. 3Beslissing Het hof: in het incident laat [appellant] toe zowel tussen te komen als zich te voegen aan de zijde van [geïntimeerde] in de hoofdzaak tussen Dexia en [geïntimeerde]; veroordeelt Dexia in de kosten van het incident, tot op heden aan de zijde van [appellant] begroot op nihil; in de hoofdzaak verwijst de zaak naar de rol van 12 augustus 2025 voor memorie aan de zijde van [appellant]; bepaalt dat Dexia en [geïntimeerde] daarna in de gelegenheid zullen worden gesteld om een memorie in te dienen; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mrs. L. Alwin, W.J.J. Los en M.M. Kruithof en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2025.