beslissing ___________________________________________________________________ _ _ GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht zaaknummer : 200.349.116/01 NOT nummers eerste aanleg : SHE/2024/17 en SHE/2024/5 beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 22 juli 2025 inzake [De stichting] , gevestigd te [plaats] , appellante, gemachtigde: [naam] , tegen [geïntimeerde] , notaris te [plaats] , geïntimeerde, gemachtigde: mr. J. Mencke, advocaat te Amsterdam. Partijen worden hierna klaagster en de notaris genoemd. 1De zaak in het kort Klaagster komt in hoger beroep van een beslissing van de kamer waarbij het door klaagster ingediende verzet ongegrond is verklaard. Op grond van artikel 99 lid 19 Wet op het notarisambt (Wna) staat hiertegen geen hoger beroep open. Het hof beslist dat klaagster geen beroep heeft gedaan op een doorbrekingsgrond en niet-ontvankelijk is in haar hoger beroep. 2Het geding in hoger beroep 2.1. Klaagster heeft op 16 december 2024 een beroepschrift – met een bijlage – bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort ’s-Hertogenbosch (hierna: de kamer) van 18 november 2024 tussen partijen gegeven onder bovengenoemd nummer (ECLI:NL:TNORSHE:2024:23). Op 12 maart 2025 heeft klaagster dit beroepschrift – met producties – aangevuld. Bij genoemde beslissing heeft de kamer het verzet van klaagster tegen de beslissing van de voorzitter van de kamer van 27 mei 2024 ongegrond verklaard. 2.2. De notaris heeft op 19 maart 2025 een verweerschrift bij het hof ingediend. 2.3. Het hof heeft van de kamer de stukken van de eerste aanleg ontvangen. 2.4. De zaak is, voor zover het de ontvankelijkheid van klaagster in haar hoger beroep betreft, behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 15 mei 2025. Namens klaagster is verschenen de voorzitter (tevens secretaris) van het bestuur van de stichting [naam] (hierna: [naam] ). [naam] heeft het woord gevoerd aan de hand van een aan het hof overgelegde pleitnota. De gemachtigde van de notaris is eveneens verschenen en heeft het woord gevoerd. De notaris is met berichtgeving vooraf niet verschenen. 3Ontvankelijkheid 3.1. Klaagster heeft bij de kamer op 16 februari 2024 een klacht ingediend tegen de notaris. De voorzitter van de kamer heeft bij beslissing van 27 mei 2024 de klacht afgewezen omdat deze kennelijk niet-ontvankelijk is. Tegen die beslissing heeft klaagster tijdig verzet ingesteld bij de kamer. De kamer heeft bij beslissing van 18 november 2024 het verzet ongegrond verklaard. 3.2. Op grond van het bepaalde in artikel 107 lid 1 Wna staat tegen een beslissing van de kamer op een klacht het rechtsmiddel van hoger beroep bij dit hof open. Artikel 99 Wna bepaalt echter in de leden 11, 15 en 19 - verkort weergegeven en voor zover hier van belang - dat (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.