GERECHTSHOF AMSTERDAM Afdeling civiel recht en belastingrecht Team III (familie- en jeugdrecht) zaaknummer: 200.351.456/01 zaaknummers rechtbank: 11374455 BM VERZ 24-3735 en 11374456 MB VERZ 24-777 sc beschikking van de meervoudige kamer van 22 juli 2025 in de zaak van [betrokkene] , wonende op een bij het hof bekend adres, verzoeker in hoger beroep, hierna: betrokkene, advocaat: mr. A.C. Mens te Hoofddorp. Het hof heeft daarnaast als belanghebbenden aangemerkt: - [de moeder] (hierna: de moeder); - [de vader] (hierna: de vader); - [halfzus] (hierna: halfzus [halfzus] ); - het Openbaar Ministerie; - [naam 1] en [naam 2] h.o.d.n. MEER Beschermingsbewind, bij de hierna vermelde beschikking van 26 november 2024 benoemd tot bewindvoerder en mentor van betrokkene (hierna: MEER Beschermingsbewind of de bewindvoerder/mentor). Het hof heeft als informanten aangemerkt: - [grootouders] (hierna: de grootouders); - Veilig Thuis. 1De zaak in het kort 1.1 De zaak gaat over de vraag of een bewind en een mentorschap nodig is voor betrokkene. 1.2 De kantonrechter in de rechtbank Haarlem (hierna: de kantonrechter) heeft in een beschikking van 26 november 2024 (hierna: de bestreden beschikking), op het verzoek van de officier van justitie, de goederen van betrokkene onder bewind gesteld. De kantonrechter heeft ook een mentorschap ingesteld ten behoeve van betrokkene. Betrokkene is het daarmee niet eens en wil dat de inleidende verzoeken van de officier van justitie alsnog wordt afgewezen. De bewindvoerder/mentor is het wel eens met de beslissingen van de kantonrechter. 2De procedure in hoger beroep 2.1 Betrokkene is op 20 februari 2025 in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. 2.2 Het hof heeft van de bewindvoerder en de mentor op 22 april 2025 een schriftelijke reactie ontvangen. 2.3 De zitting heeft op 15 mei 2025 plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig: - betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; - [naam 1] , bewindvoerder/mentor; - de grootouders, bijgestaan door [naam 4] , een tolk in de Turkse taal; - Veilig Thuis, vertegenwoordigd door [naam 3] . De moeder, de vader, halfzus [halfzus] en het Openbaar Ministerie waren, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet aanwezig op de zitting. 3De feiten 3.1 Betrokkene is geboren [in] 2000 te [plaats] . 3.2 Betrokkene verblijft momenteel bij [X] Zorg te [plaats B] . 4De omvang van het hoger beroep 4.1 De kantonrechter heeft in de bestreden beschikking, op het verzoek van de officier van justitie, de goederen die (zullen) toebehoren aan betrokkene onder bewind gesteld vanwege zijn lichamelijke of geestelijke toestand. Ook heeft de kantonrechter op dezelfde grond een mentorschap ingesteld ten behoeve van betrokkene. [naam 1] en [naam 2] , h.o.d.n MEER Beschermingsbewind zijn benoemd tot bewindvoerder/mentor. 4.2 Betrokkene verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en de inleidende verzoeken van de officier van justitie alsnog af te wijzen. 4.3 De bewindvoerder en mentor verzoekt de bestreden beschikking te bekrachtigen en het hoger beroep ongegrond te verklaren. Indien het hof overweegt de maatregelen te herzien, dan verzoekt de bewindvoerder en mentor eerst een aanvullend diagnostisch onderzoek op te leggen zodat op basis van recente inzichten een weloverwogen beslissing kan worden genomen. 5De motivering van de beslissing Het wettelijk kader 5.1 Op grond van artikel 1:431 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de rechter een bewind instellen over één of meer van de goederen, die een meerderjarige als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren, indien de meerderjarige tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen, als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand, dan wel verkwisting of het hebben van problematische schulden. Daarnaast kan de rechter op grond van artikel 1:450 lid 1 BW ten behoeve van een meerderjarige een mentorschap instellen, indien de meerderjarige als gevolg van zijn geestelijke of lichamelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is of bemoeilijkt wordt zijn belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen. Op grond van artikel 1:435 lid 3 BW volgt de rechter bij de benoeming van de bewindvoerder de uitdrukkelijke voorkeur van de betrokkene, tenzij gegronde redenen zich tegen zodanige benoeming verzetten. Artikel 1:452 lid 3 BW bevat een vergelijkbare bepaling voor de benoeming van de mentor. De standpunten 5.2 Betrokkene stelt dat de kantonrechter ten onrechte een bewind en mentorschap heeft ingesteld. Betrokkene is in staat om zijn eigen belangen te behartigen. Op grond van het psychologisch onderzoek van MEE (uit 2021) wordt slechts geadviseerd om aansturing of ondersteuning te bieden aan betrokkene voor huishoudelijke taken, administratie en financiële zaken. Dit is onvoldoende grond om een bewind en mentorschap uit te spreken. Sinds het bewind en mentorschap zijn er alleen maar meer problemen ontstaan en dit maakt dat betrokkene wil dat deze maatregelen worden beëindigd. 5.3 De bewindvoerder/mentor voert aan dat het bewind en mentorschap nodig zijn. Zij heeft daartoe een aantal omstandigheden en argumenten aangedragen, waarop het hof hierna, voor zover nodig, zal ingaan. 5.4 De grootouders hebben ter zitting in hoger beroep naar voren gebracht dat het minder goed gaat met betrokkene sinds hij maandelijks minder geld te besteden heeft vanwege het bewind. Het incident dat in april 2025 heeft plaatsgevonden was ook een gevolg van het feit dat betrokkene minder geld te besteden had. De grootouders begrijpen dat betrokkene dit een lastige situatie vindt en maken zich zorgen om hem. De grootouders zijn er niet van overtuigd dat een bewind en mentorschap wenselijk is voor betrokkene. Betrokkene kan zijn geld zelf beheren. 5.5 Veilig Thuis heeft ter zitting in hoger beroep naar voren gebracht dat recent een systeemgesprek heeft plaatsgevonden. Uit dit systeemgesprek is naar voren gekomen dat betrokkene ondersteuning nodig heeft vanwege zijn licht verstandelijke beperking. Betrokkene is erg gefocust op geld en de grootouders vinden het moeilijk om een verzoek van betrokkene om extra geld af te wijzen. Hierdoor zullen spanningen blijven bestaan en bestaat de vrees dat het wederom mis zal gaan op het moment dat het bewind en mentorschap wordt beëindigd. De beoordeling door het hof Mentorschap 5.6 Uit de stukken in het dossier en het verhandelde ter zitting in hoger beroep is genoegzaam gebleken dat, waar het gaat om zijn verstandelijk functioneren, betrokkene functioneert op moeilijk leren niveau (licht verstandelijke beperking). Vanwege deze licht verstandelijke beperking heeft betrokkene behoefte aan een stabiele woonplek waar hem eventueel ook begeleiding kan worden geboden. Betrokkene is gedurende zijn jeugd grotendeels door zijn grootouders opgevoed en heeft lange tijd bij hen gewoond. Betrokkene heeft ook een periode bij [Y] [plaats B] (hierna: [Y] ) gewoond. Uit het eindverslag van [Y] blijkt dat betrokkene op [naam 1] verschillende plekken heeft gewoond – op de groep, in een eigen studio en in een andere ambulante woning – en dat alle trajecten negatief zijn beëindigd. Na een relatief kort verblijf bij [Y] is betrokkene opnieuw bij zijn grootouders gaan wonen. In april
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.