← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2025:2058

Afdeling strafrecht Parketnummer: 23-001984-23 Datum uitspraak: 20 maart 2025 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 22 juni 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-097325-22 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990, adres: [adres 1] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 6 maart 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

  1. primairhij op of omstreeks 16 juni 2021 te Amsterdam, in ieder geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorfiets, daarmee rijdende over de Veldzicht/Notweg, zich zodanig, te weten roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander, genaamd [adres 1] , zwaar lichamelijk letsel, te weten een hersenschudding en/of traumatisch schedel-/hersenletsel en/of een bloeding onder het harde hersenvlies, werd toegebracht, in elk geval zodanig lichamelijk letsel, dat daaruit tijdelijke ziekte en/of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, bestaande dat gedrag hieruit: verdachte heeft gereden over Veldzicht, komende uit de richting van de Wildeman, en gaande in de richting van de Notweg, - terwijl verdachte ter plaatse (zeer) bekend was, - terwijl er sprake was van een achtervolgingssituatie, in elk geval terwijl verdachte probeerde te ontkomen voor de Politie, - terwijl verdachte reed met een snelheid die (veel) te hoog was voor een veilig verkeer ter plaatse, verdachte heeft gereden over de Notweg, verdachte is (vervolgens), in strijd met artikel 10 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het trottoir opgereden, verdachte heeft zich (vervolgens) hierbij niet, althans niet tijdig en/of voldoende, vergewist en/of is zich niet, althans niet tijdig en/of voldoende, blijven vergewissen dat het trottoir vrij was van enig verkeer en/of dat zich, op dat trottoir, een of meerdere personen (waaronder [adres 1] en/of [adres 1] ) zich bevonden, verdachte heeft hierbij niet dan wel onvoldoende op het overige verkeer gelet en/of niet dan wel onvoldoende gekeken en/of niet de nodige voorzichtigheid in acht genomen, verdachte heeft (vervolgens) niet, althans niet tijdig en/of voldoende afgeremd en/of is verdachte niet, althans niet tijdig en/of voldoende uitgeweken voor voornoemde [adres 1] en/of [adres 1] , verdachte is (vervolgens) tegen voornoemde [adres 1] en/of [adres 1] , aangereden en/of aangebotst, althans met voornoemde [adres 1] en/of [adres 1] in botsing gekomen, ten gevolge waarvan voornoemde [adres 1] vorenomschreven zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht, in elk geval zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte en/of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
  2. subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 16 juni 2021 te Amsterdam, in ieder geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorfiets, daarmee rijdende over de Veldzicht/Notweg, zich zodanig heeft gedragen dat daardoor gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd, bestaande dat gedrag hieruit: verdachte heeft gereden over Veldzicht, komende uit de richting van de Wildeman, en gaande in de richting van de Notweg, - terwijl verdachte ter plaatse (zeer) bekend was, - terwijl er sprake was van een achtervolgingssituatie, in elk geval terwijl verdachte probeerde te ontkomen voor de Politie, - terwijl verdachte reed met een snelheid die (veel) te hoog was voor een veilig verkeer ter plaatse, verdachte heeft gereden over de Notweg, verdachte is (vervolgens), in strijd met artikel 10 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het trottoir opgereden, verdachte heeft zich (vervolgens) hierbij niet, althans niet tijdig en/of voldoende, vergewist en/of is zich niet, althans niet tijdig en/of voldoende, blijven vergewissen dat het trottoir vrij was van enig verkeer en/of dat zich, op dat trottoir, een of meerdere personen (waaronder [adres 1] en/of [adres 1] ) zich bevonden, verdachte heeft hierbij niet dan wel onvoldoende op het overige verkeer gelet en/of niet dan wel onvoldoende gekeken en/of niet de nodige voorzichtigheid in acht genomen, verdachte heeft (vervolgens) niet, althans niet tijdig en/of voldoende afgeremd en/of is verdachte niet, althans niet tijdig en/of voldoende uitgeweken voor voornoemde [adres 1] en/of [adres 1] , verdachte is (vervolgens) tegen voornoemde [adres 1] en/of [adres 1] , aangereden en/of aangebotst, althans met voornoemde [adres 1] en/of [adres 1] in botsing gekomen; 2.hij op of omstreeks 16 juni 2021 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, als bestuurder van een motorrijtuig, te weten een motorfiets, daarmee rijdende op de weg, te weten de Meer en Vaart en/of Osdorpplein en/of Ookmeerweg en/of Veldizcht en/of Notweg, opzettelijk zich zodanig in het verkeer heeft gedragen dat een of meer verkeersregels in ernstige mate zijn geschonden, - door ter hoogte van het de kruising van de Meer en Vaart en het Osdorpplein, op een fietspad, te rijden en/of hier vervolgens op blijven rijden en/of - door (met een motorfiets) (met hoge snelheid) nabij de kruising van de Meer en Vaart en het Osdorpplein niet te stoppen, althans te blijven stilstaan voor een in zijn richting gekeerd en/of voor het in zijn verkeerd geldend rood uitstralend verkeerslicht, en/of - door (met een motorfiets) (met hoge snelheid) nabij de kruising van de Meer en Vaart en Osdorperban niet te stoppen, althans te blijven stilstaan voor een in zijn richting gekeerd en/of voor het in zijn verkeerd geldend rood uitstralend verkeerslicht, en/of - door (met een motorfiets) op de Ookmeerweg (in de richting van de Baden Powellweg) te rijden en/of voor te sorteren voor rechtsaf richting de Troelstralaan en/of (vervolgens) rechtdoor te rijden in de richting van de Baden Powellweg en/of (daarbij) niet te stoppen, althans te blijven stilstaan voor een in zijn richting gekeerd en/of voor het in zijn verkeerd geldend rood uitstralend verkeerslicht, en/of - door op de Notweg over het trottoirte rijden en/of te blijven rijden, door welke verkeersgedragingen van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was, 3.hij, als degene die al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig betrokken was geweest bij een verkeersongeval dat had plaatsgevonden in Amsterdam, op/aan de Notweg op of omstreeks 16 juni 2021, de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander (te weten [adres 1] en/of [adres 1] ) letsel en/of schade was toegebracht. De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank. Vrijspraak Feiten en omstandigheden Op 16 juni 2021 zagen de verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] een bestuurder op een motorvoertuig door rood licht rijden op het fietspad op de Meer en Vaart in Amsterdam. De verbalisanten zijn de motorrijder gaan volgen en constateerden dat de motorrijder wederom een rood verkeerslicht negeerde. Bij een volgend stopmoment noteerden zij het kenteken. De bestuurder keek in de richting van de verbalisanten en reed opnieuw door rood. Na het staken van de achtervolging zagen de verbalisanten de motorfiets opnieuw rijden over de Notweg kruising Veldzicht in de richting van de Osdorper Ban. Hier zagen de verbalisanten de motorrijder vanuit de richting van de Wildeman over Veldzicht rijden, in de richting van de Notweg. De motorrijder reed de verbalisanten tegemoet en sloeg met hoge snelheid het trottoir op en botste tegen twee kinderen. Vervolgens verliet hij de plaats van het incident. Op basis van waarnemingen stelden de verbalisanten het volgende signalement vast van de motorrijder: een man met een licht getinte huidskleur, slank postuur, tussen de 23 en 30 jaar oud, smal gezicht en een zwarte baard. Hij droeg een donkerkleurige helm met een geopend kinstuk. Uit gegevens van de Rijksdienst voor het Wegverkeer bleek dat de motorfiets met het kenteken [kenteken] te naam gesteld is van [bedrijf] , gevestigd aan de [adres 2] te Amsterdam. Dit adres was ook waar de verdachte ten tijde van het incident stond ingeschreven. In de ondergrondse parkeergarage van het appartementencomplex werd de motorfiets met genoemd kenteken aangetroffen. De uitlaat van de motorfiets was op dat moment nog warm. In de woning aan de [adres 2] in Amsterdam werd een sleutel van de betreffende motor en een helm aangetroffen. De verdachte heeft verklaard dat hij op het moment van het incident op weg naar België was en dat meerdere mensen toegang tot zijn woning en de garage hebben, en dat er meerdere sleutels en helmen zijn. Het hof ziet zich gesteld voor de beantwoording van de vraag of de verdachte de bestuurder van de motorvoertuig was ten tijde van eerdergenoemd incident. Standpunt van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat op basis van het dossier voldoende is aangetoond dat de verdachte de bestuurder van de motorfiets was. Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft het hof verzocht de verdachte integraal vrij te spreken gelet op het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs dat hij de bestuurder was van de motor. Daartoe heeft zij in de eerste plaats aangevoerd dat de herkenning niet als voldoende betrouwbaar kan worden beschouwd en daarom niet als bewijsmiddel kan dienen. In de tweede plaats heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de verdachte niet de enige bewoner was van de [adres 2] en dat meerdere mensen de beschikking hadden over de garagebox. In die box zouden meerdere helmen, sleutels en motorkleding hebben gelegen. Oordeel van het hof Op basis van het onderzoek ter terechtzitting en de processtukken zoals opgenomen in het dossier kan het hof niet met zekerheid vaststellen dat de verdachte de bestuurder van de motor was. Het hof overweegt daarbij het volgende. Allereerst acht het hof het signalement van de bestuurder, zoals waargenomen door de verbalisanten, te weinig specifiek om daaraan zelfstandige betekenis te kunnen toekennen. Bovendien verklaarde verbalisant [verbalisant] ter terechtzitting in hoger beroep bij gelegenheid van zijn getuigenverhoor dat het gezicht van de bestuurder alleen vanaf de onderkant van de neus naar beneden zichtbaar was. Daarnaast acht het hof de herkenning van de verdachte door verbalisant [verbalisant] onvoldoende overtuigend. Uit het proces-verbaal van herkenning blijkt dat verbalisant [verbalisant] de verdachte op een foto herkende als de bestuurder van de motor. Deze herkenning is echter niet spontaan tot stand gekomen, maar, zoals verbalisant [verbalisant] ter terechtzitting heeft toegelicht, pas nadat hij een foto van de verdachte via Whatsapp had ontvangen van een collega met de mededeling dat het de mogelijke verdachte van de aanrijding is. Daar komt nog bij dat [verbalisant] bij de vergelijking tussen zijn eigen waarnemingen en de foto slechts gebruik kon maken van een zeer beperkte waarneming: hij had immers slechts de onderkant van het gezicht van de bestuurder gezien. Het hof acht deze herkenning dan ook onvoldoende betrouwbaar en daarmee niet bruikbaar als bewijsmiddel. Tot slot is door en namens de verdachte gedurende het onderzoek aangevoerd dat er meerdere sleutels voor de motor in omloop waren en dat meerdere personen op het desbetreffende adres stonden ingeschreven. Uit het dossier blijkt echter niet dat hier nader onderzoek naar is gedaan om uit te sluiten dat iemand anders mogelijk een andere sleutel heeft gebruikt voor de betreffende motor. Daarnaast volgt uit het dossier dat een groene helm in beslag is genomen. Op de beschikbare camerabeelden in het dossier valt echter de kleur van de helm die de bestuurder ten tijde van het incident droeg niet met voldoende zekerheid vast te stellen. Gelet op deze omstandigheden concludeert het hof dat niet met de vereiste mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de verdachte de bestuurder van de motor is geweest ten tijde van het tenlastegelegde incident. De verdachte dient daarom te worden vrijgesproken. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht. Verklaart niet bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.J. van der Wilt, mr. J.W.H.G. Loyson en mr. L.I.M. van Bergen, in tegenwoordigheid van mr. M.S. Fritsche, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 20 maart 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.