GERECHTSHOF AMSTERDAM Afdeling civiel recht en belastingrecht Team III (familie- en jeugdrecht) zaaknummers: 200.353.254/01 en 200.353.254/02 zaaknummer rechtbank: C/15/357197 / FA RK 24-4890 beschikking van de meervoudige kamer van 12 augustus 2025 in de zaak van [de moeder] , wonende te [plaats A] , gemeente [gemeente] , verzoekster in hoger beroep en in het incident, hierna: de moeder, advocaat: mr. H. Devkinandan te Zoetermeer, en [de vader] , ingeschreven staande te [plaats B] , verweerder in hoger beroep en in het incident, hierna: de vader, advocaat: mr. D. Rezaie te Amsterdam. Het hof heeft daarnaast als belanghebbende aangemerkt: - de minderjarige [minderjarige] (hierna te noemen: [minderjarige] ), geboren [in] 2020. 1De zaak in het kort 1.1 De zaak gaat over de ontvankelijkheid van het beroepschrift van de moeder. 1.2 De rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem (hierna: de rechtbank) heeft op 7 januari 2025 een beschikking gewezen (hierna: de bestreden beschikking). In deze beschikking is bepaald dat het contact tussen de vader en [minderjarige] , de zoon van partijen, onder regie van de hulpverlening wordt hersteld, waarna de omgangsregeling in beginsel onder begeleiding en onder regie van de hulpverlening wordt vormgegeven. De beslissing is voor wat betreft de definitieve omgangsregeling pro forma aangehouden tot 7 juli 2025. De moeder is het daarmee niet eens en vindt dat het recht op omgang met [minderjarige] de man moet worden ontzegd. De moeder heeft daarom ook een schorsing van de werking van de bestreden beschikking verzocht. De moeder vindt dat haar beroepschrift tijdig is ingediend. De vader vindt van niet. 1.3 Het hof is van oordeel dat de moeder het beroepschrift buiten de beroepstermijn heeft ingediend en legt hierna uit waarom het tot dit oordeel komt. 2De procedure in hoger beroep 2.1 De moeder heeft op 6 april 2025 per gewone (onbeveiligde) mail een beroepschrift tegen de hiervoor genoemde bestreden beschikking aan de griffie van het hof gezonden. De moeder heeft op 8 april 2025 het beroepschrift via Veilig Mailen naar (de griffie van) het hof gezonden. De papieren versie van het beroepschrift is (door de griffie van) het hof op 24 april 2025 ontvangen. 2.2 Het hof heeft daarnaast de volgende stukken ontvangen: - een bericht van de zijde van de vader van 23 april 2025; - een e-mail van de zijde van de moeder van 1 mei 2025 met bijlagen; - een bericht van de zijde van de moeder van 23 juni 2025 met bijlagen. 2.3 De zitting, waarbij slechts de ontvankelijkheid van het hoger beroep aan de orde was, heeft op 3 juli 2025 plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig: - de moeder, bijgestaan door haar advocaat; - de advocaat van de vader. De vader is niet verschenen. 3De ontvankelijkheid in het hoger beroep. Juridisch kader 3.1 Ingevolge artikel 358 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) is de termijn van beroep tegen een beschikking als de beschikking die de rechtbank op 7 januari 2025 heeft uitgesproken, drie maanden, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak van de beschikking. In het procesreglement verzoekschriftprocedures familiezaken gerechtshoven zoals dat gold in de periode van 1 januari 2025 tot en met 30 juni 2025 (hierna: procesreglement) is in 1.1.9 het volgende opgenomen: “Belanghebbenden dienen stukken bij het hof waar de zaak in behandeling komt of in behandeling is als volgt in. “1. de belanghebbende die niet-digitaal procedeert: - - door toezending per post aan de griffie van dat hof ; - door afgifte aan de Centrale Balie van dat hof; - - door indiening ter zitting als bedoeld in paragraaf 1.4, als het gaat om stukken ter toelichting van het mondeling verweer op de mondelinge behandeling en met inachtneming van artikel 1.4.5, als de stukken worden ingediend met het oog op een andere zitting; - door toezending via Veilig Mailen, op de voorwaarde dat het stuk direct per post aan de griffie van het hof wordt nagezonden of wordt afgegeven aan de Centrale Balie van het hof, onder de uitdrukkelijke vermelding dat het reeds eerder via Veilig Mailen ingediende stukken betreft. Voor toezending via Veilig Mailen gelden daarnaast de in Bijlage V vermelde regels. Verzendingen via Veilig Mailen die vóór 24.00 uur van de laatste dag van een lopende termijn zijn ontvangen, gelden als binnen de termijn ingediend, tenzij een termijn op een ander tijdstip op die dag eindigt. (…)” Verloop van de procedure voorafgaand aan de zitting 3.2 Het beroepschrift van de moeder is op zondag 6 april 2025 om 16:27 uur ingediend via een gewone e-mail. Deze e-mail is gericht aan de (griffie van) het team familie- en jeugdrecht van dit hof. Op 7 april 2025 om 08:53 is een leesbevestiging naar het e-mailadres van de advocaat van de moeder gestuurd. De griffie van het hof heeft de advocaat van de moeder op 8 april 2025 om 07:31 een e-mail gestuurd waarin is aangegeven dat het beroepschrift dat door haar is ingediend niet via Veilig Mailen is verzonden en om die reden niet in behandeling wordt genomen. De advocaat van de moeder heeft daarop het beroepschrift per Zivver (een van de aanbieders van Veilig Mailen) naar (de griffie van) het hof gestuurd op 8 april 2025 om 10:49 uur. Het beroepschrift is op 24 april 2025 per post door het hof ontvangen. Standpunten 3.3 De moeder stelt zich op het standpunt dat haar beroepschrift op tijd is ingediend. Het beroepschrift is namelijk binnen de wettelijke termijn per e-mail verzonden naar het hof, en voldoet daarom aan de vereisten van artikel 358 lid 2 Rv. Bovendien is haar telefonisch door een medewerker van de griffie meegedeeld dat 6 april 2025 zal worden aangehouden als de datum waarop het beroepschrift is ingediend. Er dient terughoudend te worden omgegaan met een eventuele niet-ontvankelijkheid als sanctie, te meer omdat niet in een wettelijke sanctie is voorzien wanneer de appeltermijn wordt overschreden. Zij heeft verwezen naar twee uitspraken van de Hoge Raad (HR 25 januari 2002, NJ 2002/119 en HR 14 januari 2005, NJ 2005/481). Volgens de advocaat van de moeder komt het voor dat Veilig Mailen via Zivver storingen geeft. Ook wijst zij erop dat het gerechtshof Den Haag beroepschriften of andere berichten die via gewone mail worden verstuurd, accepteert. Verder is bij de e-mail van 6 april 2025 het e-mailadres van de advocaat van de vader in de carbon copy (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.