afdeling strafrecht parketnummer: 23-002285-23 datum uitspraak: 15 april 2025 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 25 juli 2023 op de vordering van het openbaar ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) in de ontnemingszaak met parketnummer 13-325092-20 tegen de betrokkene: [betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1983, adres: [adres 1] . Procesgang Het openbaar ministerie heeft in eerste aanleg schriftelijk gevorderd dat het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, Sr wordt geschat, wordt vastgesteld op € 44.075,28 en dat aan de betrokkene de verplichting wordt opgelegd tot betaling van dat bedrag aan de Staat. Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft de officier van justitie dit bijgesteld naar € 48.006,
- De betrokkene is bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 25 juli 2023 - kort gezegd - veroordeeld ter zake van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod (hennepteelt). Voorts heeft de politierechter in de rechtbank Amsterdam bij vonnis van 25 juli 2023 het door de betrokkene verkregen wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op € 10.330,05 en aan de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 9.297,05 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen laatstgenoemd vonnis. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 maart 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de betrokkene en de raadsman naar voren hebben gebracht. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de politierechter. Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel Standpunt advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gesteld dat er drie geslaagde oogsten hebben plaatsgevonden, en gevorderd dat aan de betrokkene de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de Staat van € 48.006,90 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Standpunt verdediging De betrokkene stelt dat er geen succesvolle oogsten zijn geweest. De betrokkene heeft hiertoe aangevoerd dat de hennepplanten tweemaal zijn verbrand, de eerste keer al na één dag en de tweede keer na ongeveer een week. Subsidiair heeft de raadsman bepleit dat wordt uitgegaan van één oogst, dat de volledige investeringskosten in mindering worden gebracht op het wederrechtelijk verkregen voordeel en dat er tien euro per stekje wordt gerekend. Oordeel van het hof De grondslag De vordering is gegrond op artikel 36e, tweede lid, Sr. De betrokkene is in de strafzaak veroordeeld voor hennepteelt gepleegd op 23 oktober
- Op grond van voornoemd artikellid kan voordeel worden ontnomen dat is verkregen door middel van of uit de baten van dit feit of andere strafbare feiten, waarvoor voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de betrokkene zijn begaan. Gelet op de inhoud van het strafdossier oordeelt het hof dat de betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen uit het telen van hennepplanten in de periode vóór 23 oktober
- Het verweer van de verdediging dat de betrokkene uit de kwekerij geen voordeel heeft genoten wordt daarmee verworpen. Het hof overweegt daartoe als volgt. In het pand van de bakkerij van de betrokkene op de [adres 2] is op 23 oktober 2020 is door de politie een hennepkwekerij aangetroffen. De hennepplanten waren verdeeld over twee kweekruimten, met 50 planten in ruimte A, en 90 planten in ruimte B. Op het moment dat de hennepkwekerij is aangetroffen, waren de hennepplanten ongeveer drie weken oud. De fraudespecialist van Liander heeft geconcludeerd dat de hennepkwekerij in ieder geval was ingericht van 4 maart 2020 tot 23 oktober
- Bij een kweekcyclus van 10 weken, zouden er in deze periode drie oogsten hebben plaatsgevonden. Schatting van het voordeel De schatting van het op na te melden geldbedrag gewaardeerde voordeel wordt ontleend aan de inhoud van de genoemde processen-verbaal, waaronder het proces-verbaal van bevindingen Ontneming hennepteelt. Aantal oogsten Uit het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij van 26 oktober 2020 volgt dat in de aangetroffen hennepkwekerij omstandigheden zijn aangetroffen die duiden op drie eerdere oogsten. Aan het plafond van de kwekerij waren koolstoffilters bevestigd. Het filterdoek van deze koolstoffilters was vervuild. Op de plaatsen waar het filterdoek was aangebracht, vertoonde het filterdoek een aanzienlijk lichtere kleur ten opzichte van het overige filterdoek. Daaruit blijkt dat de vervuiling aan het filterdoek is opgetreden nadat de koolstoffilters in de kwekerij zijn bevestigd. Door de politie is gerelateerd dat vervuiling van het filterdoek en vervuiling met stof pas na langere tijd optreedt en wordt veroorzaakt door kleine stofdeeltjes, voornamelijk afkomstig van het droge kweekmedium waarin hennepplanten worden gekweekt. Door de sterke afzuiging van de afgewerkte lucht in de betreffende kweekruimte, komen deze stofdeeltjes op het filterdoek en de voornoemde goederen terecht. Daarnaast zijn er in de hennepkwekerij zestien vuilniszakken aangetroffen met daarin restanten van hennepplanten. In totaal zaten er ongeveer vierhonderd geknipte hennepplanten in de vuilniszakken, waarvan de hennepbloemen waren verwijderd. Het feit dat de hennepbloemen van de planten zijn verwijderd en de hoeveelheid aangetroffen planten wijzen er niet alleen op dat er een succesvolle oogst is geweest, maar ook dat dit er tenminste twee zijn geweest. Daarnaast heeft de politie 21 lege jerrycans met groeimiddel aangetroffen, waarmee ongeveer achthonderd planten gevoed kunnen worden. Alhoewel er diverse aanwijzingen zijn die op drie eerdere oogsten wijzen, zal het hof – in het voordeel van de betrokkene – uitgaan van twee gerealiseerde oogsten. Door en namens de betrokkene is weliswaar gesteld dat de eerdere teelten zijn mislukt, maar deze stelling wordt weersproken door de bevindingen van de politie. Zo zijn er geen verbrande hennepresten in de vuilniszakken aangetroffen en past de verklaring van de betrokkene, inhoudende dat er tweemaal een teelt van niet langer dan een week is geweest, niet bij de aangetroffen takken van hennepplanten waarvan de toppen zijn verwijderd. Nu ook overigens niet is gebleken dat de eerdere oogsten zijn mislukt, is het hof van oordeel dat er voldoende aanwijzingen bestaan dat er twee succesvolle oogsten hebben plaatsgevonden en verwerpt het hof het verweer van de verdediging. Aantal planten en bruto-opbrengst In ruimte A heeft de politie 50 planten geteld en in ruimte B 90 planten. Het hof zal die aantallen als uitgangspunt nemen bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. In het rapport FP Afpakken wordt beschreven dat de opbrengst per hennepplant afhankelijk is van het aantal hennepplanten per vierkante meter. In deze kwekerij stonden 10 planten (potten) per vierkante meter. Daar hoort een opbrengst bij van minimaal 30,5 gram per plant. De daadwerkelijke verkoopprijs van de hennep kon niet worden vastgesteld. Het hof volgt daarom het rapport FP Afpakken ook op dit punt en gaat uit van een geldelijke opbrengst van € 4.070,00 per kilogram. Kosten Het hof acht de verklaringen van de verdediging over de door de betrokkene gemaakte kosten, die niet nader zijn onderbouwd, onvoldoende om te kunnen gebruiken voor de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal daarom in het onderstaande grotendeels worden uitgegaan van de objectieve ervaringsgegevens uit het rapport FP Afpakken en van hetgeen in het procesdossier is geverbaliseerd. Het hof ziet daarbij geen aanleiding om, zoals door de raadsman bepleit, de volledige investeringskosten van de kwekerijen in mindering te brengen op de behaalde opbrengsten. Investeringskosten komen immers in de vorm van afschrijvingskosten voor aftrek in aanmerking indien en voor zover deze kunnen worden toegerekend aan het feit waarvoor wederrechtelijk verkregen voordeel wordt ontnomen. Deze afschrijvingskosten neemt het hof in zoverre mee in zijn hiernavolgende berekening. Berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel Gelet op het voorgaande wordt het wederrechtelijk verkregen voordeel als volgt berekend. Opbrengst Kweekruimte A: 50 planten x 30,5 gram (10 planten per vierkante meter) 1.525 gram hennep Opbrengst per oogst: 1.525 gram hennep x € 4,07 (prijs per gram) € 6.206,65 Kweekruimte B: 90 planten x 30,5 gram (10 planten per vierkante meter) 2.745 gram hennep Opbrengst per oogst: 2.745 gram hennep x € 4,07 (prijs per gram) € 11.172,15 Totale opbrengst beide kweekruimtes één oogst € 17.378,90 Totale opbrengst beide kweekruimtes twee oogsten € 34.757,80 Kosten Kweekruimte A: Afschrijvingskosten (50 planten) € 150,00 Inkoopprijs stekken (50 x € 3,81) € 190,50 Overige variabele kosten (50 x € 3,88) € 194,00 Kosten kweekruimte A per oogst € 534,50 Kosten twee oogsten € 1.069,00 Kweekruimte B: Afschrijvingskoten (90 planten) € 150,00 Inkoopprijs stekken (90 x € 3,81) € 342,90 Overige variabele kosten (90 x € 3,88) € 349,20 Kosten kweekruimte B per oogst € 842,10 Kosten kweekruimte B twee oogsten € 1.684,20 Totale kosten twee oogsten € 2.753,20 Wederrechtelijk verkregen voordeel Het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel wordt aldus vastgesteld op: € 34.757,80 - € 2.753,20 = € 32.004,
- Verplichting tot betaling aan de Staat Het standpunt van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat aan de betrokkene de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de Staat van € 45.006,
- Hiertoe heeft hij aangevoerd dat de redelijke termijn in eerste aanleg met acht maanden is overschreden, en dat dientengevolge een korting van € 3.000,00 euro op de betalingsverplichting passend is. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft bepleit dat de betalingsverplichting op nihil wordt gesteld, gelet op de gezondheidsklachten en de schuldenproblematiek van de betrokkene. Het oordeel van het hof Voor zover de raadsman een draagkrachtverweer heeft willen voeren, overweegt het hof als volgt. In beginsel dient de draagkracht aan de orde te worden gesteld in de executiefase. In het ontnemingsgeding kan de draagkracht alleen dan met vrucht aan de orde worden gesteld indien aanstonds duidelijk is dat de betrokkene op dat moment en in de toekomst geen draagkracht heeft of zal hebben. Op dit moment is niet aanstonds duidelijk dat de betrokkene, die nog relatief jong is, thans geen draagkracht heeft en ook in de toekomst geen draagkracht zal hebben. In het feit dat de aanmelding voor schuldhulpverlening vertraagd wordt en in het overigens door de raadsman aangevoerde, ziet het hof geen aanleiding de betalingsverplichting te matigen. Anders dan de raadsman en de advocaat-generaal, stelt het hof voorts vast dat de redelijke termijn niet is overschreden, omdat gesteld noch gebleken is dat de betrokkene vóór het moment dat hij de oproep voor de ontnemingsvordering ontving, reeds op de hoogte was dat die jegens hem aanhangig zou worden gemaakt. Om die reden zal niet tot vermindering van de betalingsverplichting worden overgegaan. Aan de betrokkene dient, ter ontneming van het door hem wederrechtelijk verkregen voordeel, de verplichting te worden opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 32.004,
- Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Stelt het bedrag waarop het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 32.004,60 (tweeëndertigduizend vier euro en zestig cent). Legt de betrokkene de verplichting op tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 32.004,60 (tweeëndertigduizend vier euro en zestig cent). Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op 640 dagen. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. Stalenhoef, mr. B.E. Dijkers en mr. T.J. Kelder, in tegenwoordigheid van mr. J.M. Pattinama, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 15 april
- De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. ========================================================================= […] Een proces-verbaal Aantreffen hennepkwekerij van 26 oktober 2020, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [doorgenummerde pagina’s 6-8]. Een geschrift, te weten een aangifteformulier van Liander B.V. van 3 november 2020 [doorgenummerde pagina’s 29-31]. Een proces-verbaal van bevindingen Ontneming hennepteelt van 23 februari 2021, naar waarheid opgemaakt door opsporingsambtenaar [verbalisant] [doorgenummerde dossierpagina’s 60 tot en met 61]. Een proces-verbaal Aantreffen hennepkwekerij van 26 oktober 2020, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [doorgenummerde pagina’s 6-8]. Een proces-verbaal van bevindingen van 26 oktober 2020, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [doorgenummerde pagina’s 4-5]. Het rapport wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht van het FP Afpakken (voorheen BOOM) van 1 juni 2016.