beschikking ___________________________________________________________________ GERECHTSHOF AMSTERDAM ONDERNEMINGSKAMER zaaknummer: 200.353.981/01 OK beschikking van de Ondernemingskamer van 28 augustus 2025 inzake de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid IMPROVE HOLDING B.V., gevestigd te Zaandijk, VERZOEKSTER, advocaten: mr. S.W. Holterman en mr. K. Notenboom, kantoorhoudende te Utrecht, t e g e n de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid FACILITYLINQ B.V., gevestigd te Amsterdam, VERWEERSTER, advocaten: mr. A.J.M. van Winden en mr. P.B.J. van den Oord, kantoorhoudende te Alphen aan den Rijn, e n t e g e n 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid FTB PARTICIPATIES B.V., gevestigd te Muiden, advocaten: mr. A.J.M. van Winden en mr. P.B.J. van den Oord, kantoorhoudende te Alphen aan den Rijn, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid NVISION B.V., gevestigd te Houten, 3. [(indirect) minderheidsaandeelhouder A] wonende te [plaats] , niet verschenen bij advocaat, BELANGHEBBENDEN. Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid: verzoekster als Improve; verweerster als FLQ; belanghebbenden als FTB, NVision en [(indirect) minderheidsaandeelhouder A] . 1Het verloop van het geding 1.1 Improve heeft bij verzoekschrift van 29 april 2025 de Ondernemingskamer samengevat verzocht: een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van FLQ over de periode vanaf november 2021; als onmiddellijke voorzieningen voor de duur van de procedure a. FTB te schorsen als bestuurder van FLQ en een derde persoon te benoemen tot bestuurder van FLQ; b. of een andere voorziening te treffen die de Ondernemingskamer juist acht; 3. FLQ te veroordelen in de kosten van de procedure. 1.2 FLQ en FTB hebben bij verweerschrift van 12 juni 2025 de Ondernemingskamer verzocht Improve niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoek, althans haar verzoek af te wijzen en haar te veroordelen in de kosten van het geding. Tevens hebben zij een voorwaardelijk zelfstandig tegenverzoek gedaan om, voor zover een onderzoek wordt bevolen, te bepalen dat het onderzoek zich richt naar het beleid en de gang van zaken binnen FLQ over de periode vanaf 1 januari 2016. 1.3 Improve heeft bij akte overlegging aanvullende producties tevens houdende aanvulling op het verzoekschrift van 14 mei 2025 verzocht ook NVision en [(indirect) minderheidsaandeelhouder A] als belanghebbenden aan te merken. 1.4 Improve heeft bij verweerschrift tegen het zelfstandig tegenverzoek van 24 juni 2025 verzocht FLQ en FTB niet-ontvankelijk te verklaren in hun voorwaardelijk zelfstandig tegenverzoek dan wel dit verzoek af te wijzen. 1.5 Het verzoek is behandeld op de zitting van de Ondernemingskamer van 3 juli 2025. De advocaten hebben toen de standpunten van de verschillende partijen toegelicht aan de hand van overgelegde aantekeningen en onder overlegging van tevoren toegestuurde nadere producties. Partijen en hun advocaten hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord en inlichtingen verstrekt. 2Inleiding en feiten Inleiding 2.1 Deze zaak gaat over FLQ, een dienstverlener op het gebied van kantoorinrichting. In 2021 is onenigheid ontstaan en zijn onregelmatigheden aan het licht gekomen. Dit heeft geleid tot het vertrek van twee van de drie bestuurders, tevens indirect minderheidsaandeelhouders. Eén van hen heeft vervolgens in 2023 zijn (via NVision gehouden) aandelen in FLQ aan de grootaandeelhouder FTB overgedragen. De andere oud bestuurder houdt (via Improve) nog steeds 20% van de aandelen in FLQ en stelt onder meer dat de gang van zaken rondom de verkoop en overdracht van de aandelen van NVision aan FTB niet goed is verlopen, dat hij als minderheidsaandeelhouder onder druk wordt gezet en dat sprake is van gebrekkige informatieverstrekking. Feiten 2.2 FLQ is een dienstverlener op het gebied van kantoorinrichting. FLQ is op 13 augustus 2003 opgericht door FTB (dat toen nog een andere naam had) en [(indirect) minderheidsaandeelhouder A] . Bij oprichting hield FTB 95,1 % van de aandelen in FLQ en [(indirect) minderheidsaandeelhouder A] hield 4,9% van de aandelen. FTB is de gezamenlijke vennootschap van [(indirect) meerderheidsaandeelhouder A] , [(indirect) meerderheidsaandeelhouder B] en [(indirect)meerderheidsaandeelhouder C] (hierna: [(indirect)meerderheidsaandeelhouder C] ), die via hun persoonlijke holdings ieder een derde van de aandelen in FTB houden. [(indirect) minderheidsaandeelhouder A] was bij de oprichting de enig bestuurder van FLQ. Sinds 4 februari 2004 is ook FTB bestuurder van FLQ. 2.3 Op 5 juli 2004 is [(indirect)minderheidsaandeelhouder B] (hierna: [(indirect)minderheidsaandeelhouder B] ) als werknemer bij FLQ in dienst getreden. In 2007 is het aandelenbelang van [(indirect) minderheidsaandeelhouder A] (via NVision) vergroot naar 20% en heeft [(indirect)minderheidsaandeelhouder B] (via Improve) 20% van de aandelen verkregen. Dit resulteerde in een aandelenbelang van 60% voor FTB, 20% voor NVision en 20% van Improve. [(indirect)minderheidsaandeelhouder B] is op 14 februari 2007 ook tot het bestuur van FLQ toegetreden. De dagelijkse leiding van de organisatie lag bij [(indirect) minderheidsaandeelhouder A] en [(indirect)minderheidsaandeelhouder B] . 2.4 Tussen FTB, Improve en NVision is op 30 mei 2011 een aandeelhoudersovereenkomst gesloten. Artikel 2.2 van deze aandeelhoudersovereenkomst luidt: “Tenzij anders bepaald in deze Overeenkomst, besluit de algemene vergadering van aandeelhouders bij 61% van de stemmen.”. De aandeelhoudersovereenkomst verplicht iedere aandeelhouder tot aanbieding van zijn aandelen aan de medeaandeelhouders bij (onder meer) beëindiging van de arbeidsovereenkomst/dienstverleningsovereenkomst met de natuurlijk persoon achter de aandeelhouder. De prijs waartegen de aandelen moeten worden aangeboden is bij een zogenoemde good leaver de marktwaarde en bij een bad leaver de nominale waarde (indien deze lager is dan de marktwaarde). 2.5 In 2021 is een traject ingezet om de dagelijkse leiding van [(indirect) minderheidsaandeelhouder A] en [(indirect)minderheidsaandeelhouder B] over te dragen aan [controller A] en [operations manager A] , als controller respectievelijk operations manager in dienst van FLQ. Tijdens dit traject heeft zich ernstige onenigheid geopenbaard tussen [(indirect) minderheidsaandeelhouder A] en [(indirect)minderheidsaandeelhouder B] . Op 15 november 2021 heeft [(indirect)minderheidsaandeelhouder B] aan [(indirect) meerderheidsaandeelhouder A] en [(indirect) meerderheidsaandeelhouder B] laten weten dat gebleken is dat “er geen basis meer aanwezig is voor een gezamenlijke aansturing van FacilitylinQ”. 2.6 Bij e-mail en brief van 18 november 2021 heeft FTB een uitnodiging voor een aandeelhoudersvergadering van FLQ op 4 december 2021 aan de aandeelhouders van FLQ verstuurd. Op de bijgevoegde agenda was onder meer het ontslag van [(indirect) minderheidsaandeelhouder A] en [(indirect)minderheidsaandeelhouder B] als statutair bestuurders van FLQ geagendeerd. 2.7 Bij e-mail (met bijlage) van 2 december 2021 heeft [(indirect)minderheidsaandeelhouder B] aan [(indirect) meerderheidsaandeelhouder A] en [(indirect) meerderheidsaandeelhouder B] , [(indirect)meerderheidsaandeelhouder C] en [(indirect) minderheidsaandeelhouder A] bericht op 28 november 2021 te zijn gestuit op ernstige frauduleuze handelingen binnen FLQ, verricht door [(indirect) minderheidsaandeelhouder A] . 2.8 Voorafgaand aan de aandeelhoudersvergadering van 4 december 2021 hebben meerdere gesprekken plaatsgevonden tussen [(indirect)minderheidsaandeelhouder B] en vertegenwoordigers van FTB. Parallel vonden ook gesprekken plaats tussen [(indirect) minderheidsaandeelhouder A] en vertegenwoordigers van FTB. 2.9 NVision heeft op 3 december 2021 onherroepelijke volmachten verleend aan FTB om namens haar op de aandeelhoudersvergadering van 4 december 2021 vóór het ontslag van [(indirect) minderheidsaandeelhouder A] en [(indirect)minderheidsaandeelhouder B] te stemmen (en om namens haar te stemmen op volgende aandeelhoudersvergaderingen van FLQ tot en met 31 december 2025). 2.10 Tijdens de aandeelhoudersvergadering van 4 december 2021 zijn [(indirect) minderheidsaandeelhouder A] en [(indirect)minderheidsaandeelhouder B] als bestuurder van FLQ ontslagen. Beide ontslagbesluiten zijn met unanimiteit van stemmen aangenomen. Sindsdien is FTB enig bestuurder van FLQ. 2.11 Na de aandeelhoudersvergadering van 4 december 2021 hebben [(indirect)minderheidsaandeelhouder B] en FTB getracht tot een vaststellingsovereenkomst te komen. Dit is niet gelukt. Bij brief van 10 februari 2022 heeft Improve haar aandelen in FLQ aangeboden en heeft zij FTB en NVision verzocht kenbaar te maken of zij interesse hebben in de aandelen van Improve. Het bestuur van FLQ heeft bij brief van 22 februari 2022 aan Improve bericht dat tijdens de aandeelhoudersvergadering van 4 december 2021 een lock-up van drie jaar is afgesproken en dat het bestuur de aanbieding van Improve naast zich neerlegt. 2.12 Bij verzoekschrift van 2 maart 2022 is [(indirect)minderheidsaandeelhouder B] een procedure gestart jegens FLQ waarin hij onder meer aanspraak maakt op een transitievergoeding. Bij beschikking van 28 oktober 2022 heeft de rechtbank onder meer geoordeeld dat er geen all-in regeling tussen partijen tot stand is gekomen omtrent de beëindiging van de arbeidsovereenkomst en FLQ onder meer veroordeeld tot betaling van een transitievergoeding aan [(indirect)minderheidsaandeelhouder B] . Tegen deze beslissing is geen hoger beroep ingesteld. 2.13 Naar aanleiding van de e-mail van 2 december 2021 van [(indirect)minderheidsaandeelhouder B] (zie 2.7) is het bestuur van FLQ een intern onderzoek gestart. Hieruit is onder meer gebleken dat [(indirect) minderheidsaandeelhouder A] producten van FLQ op eigen rekening inkocht en vervolgens verkocht aan klanten. De marge op de producten hield [(indirect) minderheidsaandeelhouder A] zelf. Uit het onderzoek bleek dat [(indirect) minderheidsaandeelhouder A] voor een nettobedrag van € 51.276,26 had gefraudeerd. 2.14 De door [(indirect) minderheidsaandeelhouder A] gepleegde fraude is besproken in de aandeelhoudersvergadering van FLQ van 23 maart 2022. Het bestuur van FLQ heeft vervolgens De Groot en Van Egmond opdracht gegeven nader onderzoek te doen naar de fraude door [(indirect) minderheidsaandeelhouder A] . De bevindingen van De Groot en Van Egmond zijn neergelegd in een memo van 2 april 2022 en een herstelplan van 19 mei 2022. 2.15 Naar aanleiding van de uitkomsten van de interne onderzoeken heeft het bestuur van FLQ aan Koeleman accountants en belastingadviseurs B.V. (hierna: Koeleman) de opdracht gegeven om de fraude nader te analyseren en te rapporteren over de interne procedures binnen FLQ, met name met het doel fraude in de toekomst te voorkomen. Koeleman heeft op 13 juli 2022 haar rapport uitgebracht. Dit rapport is besproken in de aandeelhoudersvergadering van 4 november 2022. Tijdens deze aandeelhoudersvergadering heeft [(indirect)minderheidsaandeelhouder B] meegedeeld dat de door [(indirect) minderheidsaandeelhouder A] gepleegde fraude veel omvangrijker was (ten minste € 500.000) en is vervolgens besloten om Hoffmann Bedrijfsrecherche onderzoek te laten doen naar de fraude. 2.16 Bij brief van 8 maart 2023 aan het bestuur van FLQ heeft NVision haar aandelen in FLQ aangeboden. NVision bood haar aandelen aan tegen betaling van € 550.000 in contanten met toepassing van een non-embarrassment-clausule gedurende drie jaar na levering. Deze aanbiedingsbrief is door het bestuur van FLQ op 9 maart 2023 aan de aandeelhouders (FTB en Improve) gezonden. Het bestuur van FLQ heeft Improve verzocht of zij voor haar gedeelte (1/4e) wenste in te gaan op de aanbieding van de aandelen door NVision. 2.17 Bij e-mail van 31 maart 2023 heeft [(indirect)minderheidsaandeelhouder B] aan FTB diverse vragen gesteld over de aanbieding door NVision en de (voorlopige) bevindingen van Hoffmann. Bij e-mail van 1 april 2023 heeft FTB onder meer geantwoord dat de enige informatie die van Hoffmann is ontvangen is dat naast de reeds vastgestelde fraude geen significante extra fraude is aangetroffen. 2.18 Hoffmann heeft haar bevindingen neergelegd in een rapport van 13 april 2023 uitgebracht aan FLQ. In dit rapport is onder meer vermeld dat de netto-omvang van de door [(indirect) minderheidsaandeelhouder A] gepleegde fraude niet veel afwijkt van het eerder vastgestelde nettobedrag van € 51.276. In het rapport wordt verder onder meer melding gemaakt van privéuitgaven van [(indirect)minderheidsaandeelhouder B] ten laste van FLQ. 2.19 Bij e-mailbericht van 17 april 2023 heeft Improve laten weten geen behoefte te hebben aan een deskundigenoordeel ter bepaling van de marktwaarde van het 20%-aandelenpakket van NVision en niet in te zullen gaan op de aanbieding van dat pakket. 2.20 Op 26 april 2023 heeft FLQ een geanonimiseerde versie van de samenvatting van het rapport van Hoffmann met Improve gedeeld. 2.21 Op 30 april 2023 heeft Improve een afstandsverklaring ondertekend, inhoudende dat zij afstand doet van haar recht om ¼ deel van de aandelen van NVision in FLQ over te nemen. 2.22 Op 8 mei 2023 heeft een aandeelhoudersvergadering van FLQ plaatsgevonden, waarin onder meer de bevindingen van Hoffmann zijn besproken. 2.23 Bij koopovereenkomst van 9 mei 2023 heeft FTB de aandelen van NVision gekocht en enige dagen later geleverd gekregen. Sindsdien worden de aandelen in FLQ voor 80% gehouden door FTB en voor 20% door Improve. 2.24 Op 16 mei 2023 is tussen FLQ en [(indirect) minderheidsaandeelhouder A] een vaststellingovereenkomst gesloten, uit hoofde waarvan [(indirect) minderheidsaandeelhouder A] een bedrag van € 52.176,28 aan FLQ heeft voldaan. 2.25 In de periode oktober-december 2023 hebben [(indirect)minderheidsaandeelhouder B] van FTB gecorrespondeerd over door [(indirect)minderheidsaandeelhouder B] gestelde vragen en verzoeken om informatie. 2.26 Per november 2023 heeft FLQ een nieuwe commercieel directeur aangetrokken. 2.27 Op 31 januari 2025 heeft FLQ alsnog het integrale rapport van Hoffmann van 13 april 2023 (zonder de bijlagen) aan Improve doen toekomen. 2.28 Bij e-mail van 18 maart 2025 heeft de advocaat van Improve aan FLQ onder meer verzocht om toezending van de bij het rapport van Hoffmann behorende bijlagen. FLQ heeft dit bij e-mail van 24 maart 2025 geweigerd. Later heeft FLQ aan Improve alsnog een aantal van deze bijlagen verstrekt, maar niet de bijlagen bevattende de door (oud)medewerkers van FLQ afgelegde verklaringen. 3De gronden van de beslissing 3.1 Improve heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat er gegronde redenen zijn voor twijfel aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van FLQ en dat de toestand van de vennootschap nodig maakt dat onmiddellijke voorzieningen worden getroffen. Als toelichting heeft Improve – samengevat – het volgende naar voren gebracht: FTB zet minderheidsaandeelhouders (Improve en NVision) oneigenlijk onder druk voor eigen gewin. Zij heeft op die manier gepoogd doorslaggevende invloed te krijgen binnen de algemene vergadering van FLQ en zij is daarin ook geslaagd want haar aandeel is vergroot van 60% naar 80%. Er is sprake van gebrekkige informatieverstrekking en schending van belangen van de minderheidsaandeelhouder(s). FTB heeft nagelaten/laat na medebestuurder en minderheidsaandeelhouder Improve tijdig en adequaat te informeren. Vragen blijven onbeantwoord, laat staan dat FTB uit eigen beweging overgaat tot informatievoorziening. De gang van zaken rondom de verkoop van de aandelen door NVision aan FTB is reden voor een onderzoek. De koopprijs is onzakelijk, want boven de nominale waarde, terwijl NVision als bad leaver had moeten worden aangemerkt, en (ver) onder de intrinsieke waarde hetgeen een aanwijzing vormt dat de fraude in de koopprijs is verdisconteerd. De wijze waarop FTB (als bestuurder van FLQ) is omgegaan met de door [(indirect) minderheidsaandeelhouder A] gepleegde fraude was ondermaats. Onder het bestuur van FTB gaat het sinds eind 2021 steeds slechter met FLQ en verliest zij haar onderscheidende propositie. Door het rigoureuze ontslag van [(indirect) minderheidsaandeelhouder A] en [(indirect)minderheidsaandeelhouder B] is cruciale kennis en ervaring verloren gegaan. Adequate vervanging is er na meer dan drie jaar nog steeds niet. Ten slotte is er sprake van ernstig verstoorde verhoudingen tussen FTB en Improve. 3.2 FLQ en FTB hebben gemotiveerd verweer gevoerd en stellen – samengevat – dat: Geen oneigenlijke druk is uitgeoefend op [(indirect) minderheidsaandeelhouder A] (NVision) of [(indirect)minderheidsaandeelhouder B] (Improve). Door de onenigheid die is ontstaan tussen [(indirect) minderheidsaandeelhouder A] en [(indirect)minderheidsaandeelhouder B] ontstond onrust. FTB kon als medebestuurder en aandeelhouder van FLQ niet langer toekijken en diende in te grijpen. Hierbij kwam nog het bericht van [(indirect)minderheidsaandeelhouder B] over de fraude van [(indirect) minderheidsaandeelhouder A] . Hierdoor werd het voor FTB duidelijk dat niet in het belang van de onderneming werd gehandeld en het ontslag van [(indirect) minderheidsaandeelhouder A] en [(indirect)minderheidsaandeelhouder B] de juiste keuze was. Het bestuur van FLQ zijn taken uitvoert in overeenstemming met de wettelijke en statutaire verplichtingen en informatie tijdig wordt gedeeld binnen de daarvoor geëigende kanalen, waaronder de aandeelhoudersvergaderingen. De verkoop van aandelen door NVision correct is verlopen. Improve is van de aanbieding van de aandelen door NVision direct op de hoogte gebracht. Wat betreft de koopprijs is Improve in de gelegenheid gesteld gebruik te maken van de rechten die haar op grond van de aandeelhoudersovereenkomst toekomen en Improve heeft de kans gehad om haar deel (een kwart) van de aandelen van NVision over te nemen. Het bestuur van FLQ uitvoerig onderzoek heeft laten verrichten naar de door [(indirect) minderheidsaandeelhouder A] gepleegde fraude. Er zijn meerdere onderzoeken uitgevoerd:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.