afdeling strafrecht parketnummer: 23-002845-24 datum uitspraak: 2 september 2025 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 6 december 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-240430-24 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1968, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 augustus 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: 1.hij op of omstreeks 16 oktober 2023 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [benadeelde 1] heeft mishandeld door - die [benadeelde 1] een of meermalen in/op/tegen het gezicht, althans het hoofd, althans het lichaam, te slaan en/of te stompen en/of - die [benadeelde 1] een of meermalen op/tegen het lichaam te schoppen en/of te trappen; 2.hij op of omstreeks 16 oktober 2023 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [benadeelde 2] heeft mishandeld door die [benadeelde 2] een of meermalen in/op/tegen het gezicht, althans het hoofd te slaan en/of te stompen; 3.hij op of omstreeks 22 oktober 2023 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [benadeelde 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [benadeelde 2] dreigend de woorden toe te voegen "Ik trek je kop van je romp, kankerhoer", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, vanwege proceseconomische redenen. Bewijsoverweging Ten aanzien van feit 1 en 2 De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak bepleit hetgeen hem onder 1 en 2 ten laste is gelegd. Zij heeft hiertoe aangevoerd dat de verklaringen van de aangevers onbetrouwbaar zijn en dat de verdachte uit noodweer heeft gehandeld. Het hof overweegt hierover het volgende. Met de politierechter is het hof van oordeel dat er sprake is van wettig en overtuigend bewijs. Het hof ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de aangiftes, die op meerdere punten met elkaar overeenkomen en elkaar ondersteunen. De letselrapportages die op 20 oktober 2023 van beiden zijn opgemaakt, evenals de tandartsfacturen ondersteunen de verklaringen van de aangevers. Het hof overweegt in het bijzonder dat de mate van het letsel dat bij aangever [benadeelde 1] is geconstateerd niet passend lijkt bij de lezing van de verdachte, dat hij toen hij werd aangevallen ter verdediging met zijn armen heeft gezwaaid (of gestoten) en daarmee [benadeelde 1] heeft geraakt. Verder blijkt uit het proces-verbaal van bevindingen van de verbalisanten die ter plaatse zijn gekomen, dat zij hebben waargenomen dat het gezicht van [benadeelde 1] volledig bebloed was en dat [benadeelde 2] rode striemen in haar nek en een flinke kras op haar rug had. Het hof acht de aangiftes om die redenen betrouwbaar en volgt de lezing van de aangevers. Voor een geslaagd beroep op noodweer is vereist dat sprake is van verdediging van het eigen of een anders lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding, waarbij de wijze van verdediging dient te voldoen aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit. Het hof acht de feiten en omstandigheden die de verdediging aan het verweer ten grondslag heeft gelegd, niet aannemelijk geworden. De door de verdediging gegeven lezing van de gebeurtenissen vindt zijn weerlegging in de hierboven genoemde, aan wettige bewijsmiddelen ontleende, feiten en omstandigheden. Het hof verwerpt hiermee het verweer van de raadsvrouw. Ten aanzien van feit 3 De raadsvrouw heeft ter terechtzitting aangevoerd dat de verdachte ook ten aanzien van feit 3 dient te worden vrijgesproken omdat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is. Zij voert hiertoe aan dat de getuigenverklaring van [getuige] dient te worden uitgesloten van het bewijs aangezien zijn verklaring onbetrouwbaar is omdat hij de partner is van aangeefster [benadeelde 2]. Ook is het enkele feit dat er een mannenstem te horen is op de geluidsopname volgens de raadsvrouw onvoldoende om aan te nemen dat de verdachte [benadeelde 2] heeft bedreigd. Het hof overweegt het volgende. De door de raadsvrouw bedoelde geluidsopname is uitgeluisterd door een politieagent, die een proces-verbaal op ambtseed heeft gemaakt. De verbalisant heeft een mannenstem de woorden horen zeggen “ik trek je kop van je romp, kankerhoer”, gevolgd door een harde knal van vermoedelijk een deur die hard werd dichtgedaan. Het hof constateert dat de geluidsopname overeenkomt met de aangifte en de lezing van de getuige [getuige], die ook de verdachte aanwijst als diegene die de bedreigende woorden heeft geuit. Anders dan wat de raadsvrouw heeft aangevoerd, ziet het hof geen reden om de lezingen van [benadeelde 2] en [getuige] als onbetrouwbaar terzijde te stellen, noch om aan te nemen dat het een andere man is geweest die [benadeelde 2] heeft bedreigd. Het hof merkt daarbij op dat [benadeelde 2] in haar aangifte heeft verklaard dat de verdachte, net voordat hij de bedreigende woorden heeft geuit, schreeuwde “ik ben klaar voor de tweede ronde”. Tijdens zijn politieverhoor op 14 februari 2024 heeft de verdachte desgevraagd aangegeven dat hij dit heeft geroepen omdat hij een emotionele uitbarsting had. Het hof verwerpt het verweer van de raadsvrouw en acht wettig en overtuigend bewezen dat het de verdachte is geweest die de bedreigende uitlatingen heeft geuit. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: Ten aanzien van feit 1: hij op 16 oktober 2023 te Amsterdam [benadeelde 1] heeft mishandeld door - die [benadeelde 1] meermalen tegen het gezicht te stompen en - die [benadeelde 1] meermalen tegen het lichaam te schoppen; Ten aanzien van feit 2: hij op 16 oktober 2023 te Amsterdam [benadeelde 2] heeft mishandeld door die [benadeelde 2] meermalen tegen het gezicht te stompen; Ten aanzien van feit 3: hij op 22 oktober 2023 te Amsterdam [benadeelde 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door die [benadeelde 2] dreigend de woorden toe te voegen "Ik trek je kop van je romp, kankerhoer". Hetgeen onder 1, 2 en 3 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het onder 1 en 2 bewezenverklaarde levert telkens op: mishandeling. Het onder 3 bewezenverklaarde levert op: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straf De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 100 uren, waarvan 50 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een forse mishandeling van zowel zijn buurvrouw als haar ex-vriend. Daarnaast heeft hij zich schuldig gemaakt aan bedreiging van deze buurvrouw. Door zijn handelen heeft de verdachte de lichamelijke integriteit van zowel zijn buurvrouw als haar ex-vriend geschonden. Beiden hebben daarbij gebroken tanden opgelopen, waarvoor zij een gebitsreparatie moesten ondergaan, alsmede ander letsel. De verdachte heeft niet alleen hun lichamelijke integriteit aangetast, maar ook hun gevoel van veiligheid in hun directe woonomgeving ernstig beschadigd. Als gevolg hiervan heeft [benadeelde 2] zich genoodzaakt gevoeld om te verhuizen. Het hof rekent dit de verdachte zwaar aan. Het hof is van oordeel dat de straf die door de politierechter is opgelegd, onvoldoende recht doet aan de ernst van de feiten. Het hof zal, alles afwegend, de eis van de advocaat-generaal, te weten een taakstraf voor de duur van 100 uur waarvan 50 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren volgen. Deze strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Het voorwaardelijke deel acht het hof aangewezen om verdachte er in de toekomst van te weerhouden opnieuw dergelijke feiten te begaan. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 3.757,79, bestaande uit € 507,79 aan materiële schade en € 3.250,00 aan immateriële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.507,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.