afdeling strafrecht parketnummer: 23-001436-23 datum uitspraak: 7 augustus 2025 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 9 mei 2023 in de strafzaak onder het parketnummer 15-286110-22 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1980, adres: [adres 1] . Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep De verdachte is door de rechtbank vrijgesproken van het onder 3 ten laste gelegde. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 24 juli 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de strafoplegging. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd. Daarnaast zal het hof de in hoger beroep gevoerde verweren bespreken en de bewijsmiddelen ten aanzien van het onder 1 en 2 tenlastegelegde aanvullen. Bewijsoverweging De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 primair, 2 primair en 4 ten laste gelegde feiten. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van hetgeen onder 4 ten laste is gelegd. Zij heeft daartoe aangevoerd dat behoedzaam dient te worden omgegaan met herkenningen, dit temeer in het geval van personen zoals de verdachte die eerder in aanraking zijn geweest met politie en justitie voor soortgelijke feiten. Enerzijds verklaren de verbalisanten bij de raadsheer-commissaris dat het delictverleden van de verdachte geen enkele invloed heeft gehad op de herkenning, maar anderzijds volgt uit de processen-verbaal van herkenning wel dat de herkenning mede is gebaseerd op de omstandigheid dat de verdachte een notoire inbreker is en dat er diverse aandachtsvestigingen ten aanzien van hem zijn geweest. Gelet hierop dient te worden getwijfeld aan de herkenningen. Het hof overweegt als volgt. In de ochtend van 22 februari 2022 zag de bewoner van de woning aan de [adres 2] op beelden van haar videovoordeurbel dat die nacht rond 02.30 uur twee mannen uit de voordeur kwamen. De bewoner was op dat moment niet thuis. Verbalisanten zagen vervolgens dat het uitzetraam aan de voorzijde van de woning was verbroken en dat de woning was doorzocht. Uit de woning zijn een Sony Playstation, met bijbehorende accessoires en een aantal spellen weggenomen. De politie heeft stills van de beelden van de videodeurbel verspreid met het verzoek tot herkenning van de persoon die goed in beeld was. Naar aanleiding hiervan hebben drie verbalisanten de persoon op de beelden herkend als zijnde de verdachte, te weten verbalisanten [verbalisant 1] , [verbalisant 2] en [verbalisant 3] . [verbalisant 3] heeft zijn herkenning gebaseerd op zowel de stills als de bewegende beelden. Hij heeft gerelateerd dat hij de verdachte onmiddellijk herkende op de beelden. Ook heeft hij gerelateerd aan welke specifieke kenmerken hij de verdachte herkende en dat hij de verdachte meerdere keren in levende lijve heeft gezien. [verbalisant 2] heeft gerelateerd dat hij de verdachte ambtshalve kent doordat hij werkzaam is in [plaats] , alwaar de verdachte woonachtig is. Hij heeft gerelateerd dat hij de verdachte onmiddellijk herkende en omschreven waaraan hij de verdachte herkende. Beide verbalisanten spreken onder meer over de opvallende baard van de verdachte met twee kale plekken onder de linker- en rechterkant van de onderlip. [verbalisant 1] heeft gerelateerd dat hij de verdachte herkende en dat hij hem meerdere keren op het politiebureau heeft gezien. Het hof acht de herkenningen voldoende betrouwbaar, temeer nu de verbalisanten de verdachte meermalen hebben gezien. De herkenning door de verbalisanten berust op de gezichtskenmerken van de verdachte en de helderheid van de beelden. Dat zij daarbij ook opmerkten dat de verdachte een notoire inbreker is of dat zij meerdere aandachtsvestigingen van hem voorbij hebben zien komen, doet aan dit oordeel niet af. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat het onder 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Bewijsmiddel ten aanzien van feit 1 primair en 2 primair De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 24 juli
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.