afdeling strafrecht parketnummer: 23-001757-25 datum uitspraak: 7 oktober 2025 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 14 juli 2025 in de strafzaak onder parketnummer 15-120830-25 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1973, adres: [adres] , thans gedetineerd in [detentieadres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 23 september 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof de bewijsmiddelen en de strafmaatmotivering van de rechtbank aanvult met het onderstaande. Aanvulling van de bewijsmiddelen Een kennisgeving van inbeslagname van 24 april 2025 [doorgenummerde pagina’s 6-7]. Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: Beslagene Naam: [verdachte] Geboren: [geboortedag] 1973 te [geboorteplaats] Goednummer: PL2700-25-033506-10 Object: Cocaïne Gewicht: 2340.80 gram Bijzonderheid: afkomstig van -154- zogeheten slikkersbollen. Een overdrachtsformulier goederen van 24 april 2025 [doorgenummerde pagina 13]. Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: Ondergetekende, Wachtmeester der 1e klass der Kon. Marechaussee verklaart op 24 april 2025 het volgende te hebben overgedragen: Goednummer: PL2700-25-033506-9 Object: Monster Sin sporen ident. nr : [nummer] Goednummer: PL2700-25-033506-10 Object: Cocaïne Gewicht: 2340.89 gram Bijzonderheid: afkomstig van -154- zogeheten slikkersbollen. Inbeslaggenomen onder c.q. ingenomen van: [verdachte] Een proces-verbaal van 1 mei 2025, opgesteld door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [aanvullend proces-verbaal, doorgenummerde pagina’s 1-3]. Dit proces-verbaal houdt in, als bevindingen van de verbalisanten: PL27RP-25-033506 Wij, verbalisanten, kregen het verzoek van de Rechtbank Noord-Holland om -10- zogeheten slikkersbollen te testen op de aanwezigheid van verdovende middelen welke onder [verdachte] in beslag waren genomen. Wij, verbalisanten, hebben -10- willekeurige zogeheten slikkersbollen gewogen en zagen op het display de volgende brutogewichten: Slikkersbol 1: 16,5 gram; Slikkersbol 2: 16,2 gram; Slikkersbol 3: 16,3 gram; Slikkersbol 4: 16,2 gram; Slikkersbol 5: 16,4 gram; Slikkersbol 6: 16,2 gram; Slikkersbol 7: 16,4 gram; Slikkersbol 8: 16,3 gram; Slikkersbol 9: 16,4 gram; Slikkersbol 10: 16,4 gram. Wij, verbalisanten, hebben middels een fretboor een opening gemaakt in bovengenoemde slikkersbollen. Wij, zagen bij het terughalen van de fretboor dat er wit poeder bleef plakken aan de fretboor. Wij, verbalisant hebben middels een rijkswege verstrekte en daartoe MMC cocaïne test dit poeder getest en zagen dat alle slikkersbollen een positieve kleurreactie optrad, zodat er aangenomen mocht worden, dat de geteste aangetroffen stoffen vermoedelijk betroffen: cocaïne, vermeld op lijst 1 van de Opiumwet. De hiervoor vermelde bewijsmiddelen, voor zover het een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef, onder 5° van het Wetboek van Strafvordering betreft, zijn telkens slechts gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen. Aanvullende strafmaatoverweging De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat aan de verdachte dezelfde straf zal worden opgelegd als in eerste aanleg. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de verdachte met de door de rechtbank opgelegde straf zwaarder wordt gestraft dan in soortgelijke gevallen gebruikelijk is. Zij heeft daartoe aangevoerd dat een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk in de praktijk neerkomt op een netto straf van 18 maanden, terwijl verdachte daarnaast nog een proeftijd van 2 jaren met bijzondere voorwaarden dient te doorlopen. Terwijl in het kader van de regeling voorwaardelijke invrijheidsstelling een kale straf van 24 maanden neerkomt op effectief 16 maanden zitten. Voorts heeft zij gewezen op de medische omstandigheden van de verdachte en tot slot bepleit dat de hoeveelheid die is ingevoerd niet een gevangenisstraf rechtvaardigt zoals die in eerste aanleg aan de verdachte is opgelegd. Zoals ook door de rechtbank is overwogen, is bij het bepalen van de straf rekening gehouden met de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) en gekeken naar straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd. De rechtbank is uitgaan van het oriëntatiepunt voor de invoer van 2.000,00-3.000,00 gram harddrugs. Ook wanneer voor het totale gewicht van de cocaïne wordt uitgegaan van extrapolatie van de lichtste bruto bol met de voor verdachte meest gunstige aftrek voor het verpakkingsmateriaal komt het hof uit op een hoeveelheid van meer dan twee kilo. Het hof gaat daarbij - in het voordeel van de verdachte - voor het gewicht van de verpakking uit van het verschil tussen het gewicht van de bol met het zwaarste bruto gewicht (16,5 gram) en het gewicht van de bol die netto is gewogen (15,2 gram). Dat levert (maximaal) 1,3 gram aan verpakkingsmateriaal per bol op. Dat gewicht maal het aantal bollen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.