GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer: 200.354.867/01 beschikking van de meervoudige burgerlijke kamer van 4 november 2025 in de zaak van EMPRESA NACIONAL DE COMERCIALIZACAO DE DIAMANTES DE ANGOLA – SODIAM E.P., rechtspersoon naar buitenlands recht, gevestigd te Luanda, Angola, verzoekster, advocaat: mr. G.R.G. Driessen en D.J. Verduin te Amsterdam, tegen MELBOURNE INVESTMENTS B.V., gevestigd te Schiphol-Rijk, belanghebbende, niet verschenen 1Procesverloop Partijen worden hierna SODIAM en Melbourne genoemd. SODIAM heeft bij verzoekschrift met bewijsstukken, ontvangen ter griffie van het hof op 21 mei 2025, verzocht om haar verlof te verlenen tot tenuitvoerlegging van de uitspraak (“Final Award”) van de International Chamber of Commerce met als plaats van arbitrage Londen, Verenigd Koninkrijk, van 23 september 2021, zaaknummer 24982/TO/AZR/SPN, dat tussen SODIAM en Melbourne is gewezen (hierna: het arbitraal vonnis of het vonnis). Het hof heeft vervolgens een dag en tijdstip voor de mondelinge behandeling van het verzoek bepaald en daarvan kennis gegeven aan SODIAM. Daarbij is SODIAM erop gewezen dat zij zorg moet dragen voor oproeping van Melbourne voor de mondelinge behandeling op de bij de wet voorgeschreven wijze en dat zij de bewijzen daarvan vóór of op de zitting aan het hof moet overleggen. Op 17 oktober 2025 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Bij die gelegenheid is alleen SODIAM verschenen. Namens SODIAM zijn [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] verschenen, bijgestaan door mrs. Driessen en Verduin voornoemd. Voor Melbourne heeft zich voorafgaand aan of op de zitting geen advocaat gesteld. Namens Melbourne is niemand ter zitting verschenen. Voorafgaand aan de zitting heeft SODIAM, ter onderbouwing van de oproeping van Melbourne, het in artikel 50 Rv voorgeschreven deurwaardersexploot strekkende tot oproeping van Melbourne voor genoemde zitting, overgelegd, dat is betekend aan het kantooradres van Melbourne te Schiphol-Rijk op 3 juli 2025. Mr. Driessen heeft ter zitting het verzoek nader toegelicht en vragen van het hof beantwoord. Tijdens de zitting heeft het hof SODIAM in de gelegenheid gesteld om uiterlijk op dinsdag 21 oktober 2025 alsnog een authentiek afschrift van de Final Award van 23 september 2021 in het geding te brengen. Bij brief van 21 oktober 2025 heeft SODIAM zowel het origineel als een authentiek afschrift van de Final Award overgelegd. SODIAM heeft een afschrift van deze brief bij exploot van 23 oktober 2025 aan Melbourne laten betekenen. Melbourne heeft niet gereageerd. Aan het slot van de mondelinge behandeling is uitspraak bepaald op vandaag. 2Achtergrond van het onderzoek 2.1. Tussen partijen is een in de Engelse taal gesteld arbitraal vonnis gewezen door een scheidsgerecht bestaande uit drie arbiters en gedateerd 23 september 2021. In dat vonnis is geoordeeld dat Melbourne haar vermeende vordering op SODIAM heeft ingetrokken. Voorts is Melbourne veroordeeld in de proceskosten van SODIAM. Deze kosten zijn door het scheidsgerecht begroot op GBP 5,916,862.02 aan juridische en overige kosten, vermeerderd met GBP 523,418 aan rente daarover, berekend tot en met de datum van het arbitraal vonnis. Daarnaast is Melbourne veroordeeld tot betaling van USD 128,250, zijnde de helft van de door het scheidsgerecht vastgestelde arbitragekosten. Bepaald is dat de hiervoor genoemde bedragen vanaf 23 september 2021 tot aan de dag van betaling worden vermeerderd met rente, berekend tegen een variabele rentevoet. Tevens is bepaald dat aan SODIAM het restant wordt uitgekeerd van de door Melbourne aan het scheidsgerecht betaalde kosten. 2.2. Het vonnis heeft betrekking op een geschil tussen partijen over de uitvoering en naleving van de aandeelhoudersovereenkomst (de Shareholders Agreement) tussen partijen van 24 februari 2012. Artikel 11 van die overeenkomst bevat een arbitrageclausule. Het vonnis is overeenkomstig het in die clausule bepaalde gewezen in het Verenigd Koninkrijk, met Londen als plaats van arbitrage en met toepassing van Engels recht en de bij aanvang van de arbitrage toepasselijke Arbitration Rules 2017 van de International Chamber of Commerce (ICC). 2.3. Melbourne heeft niet geheel voldaan aan de veroordeling in het vonnis, aangezien Melbourne enkel de arbitragekosten (USD 128,250) heeft voldaan en de overige bedragen onbetaald heeft gelaten. 3Beoordeling Bevoegdheid 3.1. SODIAM wenst de in onder 2.1 bedoelde gelden te innen door het arbitraal vonnis ten uitvoer te leggen. Nu Melbourne is gevestigd in het ressort Amsterdam, is dit hof op grond van artikel 1075 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) juncto artikel 985 Rv bevoegd tot kennisneming van het onderhavige verzoek. Formele vereisten 3.2. Gelet op het door SODIAM voorafgaand aan de zitting overgelegde deurwaardersexploot van 3 juli 2025 stelt het hof vast dat Melbourne met inachtneming van artikel 50 Rv en artikel 987 lid 3 Rv deugdelijk voor de mondelinge behandeling van het verzoek is opgeroepen. Dat betekent dat Melbourne met datum en tijdstip van de mondelinge behandeling bekend moet worden verondersteld en dat haar voldoende gelegenheid is geboden om tegen het verzoek verweer te voeren. SODIAM kan dus in het verzoek worden ontvangen. 3.3. Het verzoek steunt op het bepaalde in artikel 1075 Rv en op het Verdrag van New York over de Erkenning en Tenuitvoerlegging van Buitenlandse Scheidsrechtelijke uitspraken van 10 juni 1958 (Trb. 1959, 58), hierna het Verdrag van New York. Het vonnis is gewezen op het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk. Nederland en het Verenigd Koninkrijk zijn beide partij bij het Verdrag van New York. Het verzoek moet dus mede aan de bepalingen van het Verdrag van New York worden getoetst. 3.4. Op grond van artikel IV van het Verdrag van New York dient de partij die verlof tot tenuitvoerlegging verzoekt, bij het verzoek over te leggen (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.