← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2025:2942

afdeling strafrecht parketnummer eerste aanleg : 13-180021-24 parketnummer hoger beroep : 23-001587-24 VERSTEK Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 23 juli 2025 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 10 juli 2024 in de zaak tegen de verdachte: naam: [verdachte] voornamen: [verdachte] geboren: op [geboortedag] 1976 te [geboorteplaats] ) adres: Kloveniersburgwal 113 a, 1011 KC Amsterdam, domicilie kiezende ten kantore van mr. E. Bruijn. Kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: diefstal. Gepleegd op 30 mei 2024 te Amsterdam. Toepasselijke wettelijke voorschriften De artikelen 36f, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) weken. Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij] ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van € 76,56 (zesenzeventig euro en zesenvijftig eurocent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening. Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij] , ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 76,56 (zesenzeventig euro en zesenvijftig eurocent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt. Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 30 mei 2024. Gewezen door mr. E. de Greeve, in bijzijn van mr. N.M. Simons, griffier. mr. E. de Greeve

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.