afdeling strafrecht parketnummer: 23-002576-24 datum uitspraak: 3 oktober 2025 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 24 oktober 2024 in de strafzaak onder parketnummer 15-267190-23 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985, adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 september 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en zijn raadsvrouw naar voren hebben gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 30 september 2023 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer op de weg, de Vertrekpassage, taxivervoer heeft (laten) verricht(en) met een auto, gekentekend [kenteken] , zonder te beschikken over een daartoe door de Minister van Infrastructuur en Milieu verleende vergunning. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal om proceseconomische redenen worden vernietigd. Bewijsoverweging De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit en daartoe aangevoerd dat sprake was van een vriendendienst en niet van betaald taxivervoer. De verdachte heeft niet voor de rit betaald gekregen en de getuige heeft ook niet verklaard aan wie het geld zou zijn betaald. Het opzet van de verdachte was niet gericht op het tegen betaling verrichten van personenvervoer. De verdachte had geen blauwe kentekenplaten op zijn voertuig en het was ook niet zijn eigen auto – die stond in de garage – maar een leenauto. Het hof overweegt als volgt. De verbalisanten zien – naar later blijkt – de verdachte op 30 september 2023 op de Vertrekpassage te Schiphol voorbijrijden als bestuurder in een auto met gele kentekenplaten met kenteken [kenteken] . De verdachte zet zijn voertuig stil ter hoogte van Vertrekpassage 2, stapt uit en pakt vervolgens, terwijl hij een oortje in heeft, koffers uit de achterbak van de auto voor de twee personen die uit het voertuig stappen. [getuige] , een van de passagiers, is door de politie gehoord en heeft verklaard dat zij op 29 september de receptie van het hotel hebben gebeld om een taxi te regelen voor de volgende dag, dat zij op 30 september 2023 bij het hotel door de taxi zijn opgehaald en dat zij € 55,00 voor de rit naar de luchthaven Schiphol hebben betaald. De verdachte beschikte op dat moment niet over een taxiondernemingsvergunning. De verklaring van de verdachte, dat enkel sprake is geweest van een vriendendienst, acht het hof niet geloofwaardig. Daarbij betrekt het hof dat de verdachte wisselend heeft verklaard over de personen die hij heeft vervoerd. Bij zijn politieverhoor op 30 september 2023 heeft hij verklaard dat het kennissen waren die hij ‘via andere’ ongeveer 12 jaar kende. Dus kennissen die hij zelf al geruime tijd kende. Namen van deze kennissen heeft de verdachte daarbij niet genoemd, ook niet van de ‘vriend’ voor wie hij deze kennissen zou hebben vervoerd. Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft hij verklaard dat hem door een kennis is verzocht een aantal kennissen van hem – dat wil zeggen van de kennis – naar de luchthaven te brengen. Eerst in hoger beroep verklaart de verdachte dat deze kennis zijn werkgever en de eigenaar van taxicentrale [bedrijf] was, genaamd [persoon 1] (fonetisch). De passagiers zouden belangrijke klanten van [persoon 1] zijn, die [persoon 1] eerst zelf zou wegbrengen, maar er was iets tussengekomen. Deze verklaring strookt echter niet met de verklaring van de getuige [getuige] , dat zij de receptie van het hotel hebben verzocht een taxi te regelen en dat zij ook bij het hotel door een taxi zijn opgehaald. Het hof schuift de verklaring van de verdachte dan ook als ongeloofwaardig terzijde. De blote stelling van de verdediging dat het bedrag van € 55,00 niet aan de verdachte zelf zou zijn betaald, mist onderbouwing en wordt daarom verworpen. Los daarvan, maakt dit de conclusie dat sprake is geweest van taxivervoer ook niet anders. Op grond van de hiervoor (met verwijzingen in de voetnoten) opgenomen bewijsmiddelen acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte taxivervoer heeft verricht, terwijl hij daarvoor geen vergunning had. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 30 september 2023 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, op de weg, de Vertrekpassage, taxivervoer heeft verricht met een auto, gekentekend [kenteken] , zonder te beschikken over een daartoe door de Minister van Infrastructuur en Milieu verleende vergunning. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de – in dit arrest met verwijzing naar noten – opgenomen bewijsmiddelen zijn vervat. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezenverklaarde levert op: Overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 76, eerste lid, van de Wet personenvervoer
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.