afdeling strafrecht parketnummer: 23-002949-22 datum uitspraak: 12 november 2025 tegenspraak Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 31 oktober 2022 in de strafzaak onder parketnummer 15-334712-21 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998, adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 29 oktober 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman naar voren hebben gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: 1.hij op of omstreeks 20 november 2021 in de gemeente Alkmaar openlijk, te weten, de Smaragdweg en/of de Stadionweg, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen personen en/of goederen door - door dreigend, in een grote groep, op te dringen/op te lopen in de richting van het AFAS-stadion en/of - ten tijde van het opdringen/oplopen, met (zwaar) vuurwerk te gooien in de richting van de in/om het stadion aanwezige politieagenten en/of stewards en/of andere personen en/of het stadion en/of - ( vervolgens) met geweld de (gesloten) toegang van het stadion te verschaffen, door het zeil van de toegangshekken af te trekken en/of in de brand te steken en/of (vervolgens) met kracht tegen deze hekken te slaan en/of te schoppen en/of te trekken en/of te duwen, waardoor deze hekken werden geforceerd en/of ontzet en/of - ( vervolgens) het speelveld te betreden, ten tijde van een officiële voetbalwedstrijd van [benadeelde partij 4] ; 2.hij op of omstreeks 20 november 2021 in de gemeente Alkmaar tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in de woning, het besloten lokaal en/of het besloten erf, het AFAS-stadion bij " [benadeelde partij 4] ( [benadeelde partij 4] )", althans bij een ander of anderen dan bij verdachte en/of zijn mededader(s), in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen; Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze als in cursief lettertype aangegeven, verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd reeds omdat is volstaan met een opsomming van bewijsmiddelen terwijl de verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft ontkend. Bewijsoverwegingen ten aanzien van de in feit 1 tenlastegelegde openlijke geweldpleging De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak bepleit. Hij heeft daartoe gesteld – op de gronden zoals in de pleitnotities verwoord – dat op basis van de eigen verklaring van de verdachte kan worden vastgesteld dat de verdachte aanwezig was rond en in het voetbalstadion, maar dat van een bijdrage aan het geweld niet blijkt, laat staan dat die bijdrage wezenlijk of significant was. Het hof overweegt dienaangaande als volgt. Uit het dossier kan worden afgeleid dat de verdachte op 20 november 2021 voorafgaand aan het voetbalgeweld samen met andere [benadeelde partij 4] -supporters aanwezig was in café [plek] , dat vlakbij het [benadeelde partij 4] in Alkmaar ligt. Deze supporters hadden zich daar verzameld met de bedoeling om gezamenlijk naar het [benadeelde partij 4] te lopen om hun steun te betuigen aan de voetballers die vanwege de Coronamaatregelen zonder publiek speelden, door buiten het stadion vuurwerk af te steken. De verdachte heeft verklaard dat hij, toen de groep naar het stadion liep, aan de zijkant, achter de groep naar het stadion is (mee)gelopen. Op de camerabeelden die ter terechtzitting in hoger beroep zijn afgespeeld, is te zien dat een grote groep supporters luid schreeuwend richting het stadion loopt, terwijl er vanuit de groep met zwaar vuurwerk wordt gegooid richting de voor en om het stadion aanwezige politiemensen en stewards. Te zien is dat de groep veelal donkere kleding draagt met gezichtsbedekking en capuchons op, kennelijk om herkenning te bemoeilijken; geschat wordt dat de groepsgrootte tussen de 100 en 200 mensen betrof. Voor het stadion wordt vervolgens vuurwerk afgestoken, waarna de groep zich, in een bijna zekere confrontatie met de aanwezige politiemensen en stewards, richting de gesloten toegangshekken van het stadion begeeft en die open begint te trekken. Het zeil op de toegangshekken vat vlam. Het hof overweegt dat, ook als de verdachte zich tijdens het optrekken naar het stadion de gehele tijd aan de zijkant achter de groep heeft bevonden, hij moet hebben opgemerkt dat vanuit de groep waarin hij zich toen bevonden genoemde geweldshandelingen richting de aanwezigen personen en goederen werden verricht. Niettemin heeft de verdachte er op dat moment voor gekozen om niet weg te lopen en zich te distantiëren van deze groep, op een moment dat dit mogelijk was, maar juist naar voren te lopen om samen met de kopgroep het voetbalstadion te betreden. Hij is zelfs één van de eersten die het stadion in gaat en over de omheining van het voetbalveld springt (hetgeen hem onder 2 tenlastegelegd is), terwijl de voetbalwedstrijd bezig is, waarna hij met zijn gezicht naar de groep supporters toegekeerd met zijn beide armen herhaaldelijk van onder naar boven bewegingen tot boven zijn hoofd maakt, die de indruk wekken dat hij anderen opzweept. De verdachte heeft ter terechtzitting erkend dat hij deze persoon is. Vervolgens verlaat de verdachte het veld en vertrekt, samen met de anderen het stadion. Daarmee heeft de verdachte een significante en wezenlijke bijdrage geleverd aan de openlijke geweldpleging. Niet alleen heeft hij de groep getalsmatig verstrekt, maar met zijn prominente aanwezigheid op het veld en zijn opzwepende gedragingen heeft hij de gewelddadigheden door anderen ook verder aangemoedigd. Hij heeft zich op geen enkele wijze van het door anderen toegepaste geweld gedistantieerd. Zoals de verdachte ter zitting treffend heeft gezegd: de beelden spreken voor zich. Alhoewel op de camerabeelden niet is waar te nemen dat de verdachte zelf met vuurwerk heeft gegooid dan wel de hekken omver heeft getrokken en de zeilen in brand heeft gestoken, is het hof van oordeel dat de verdachte door zijn gedragingen strafrechtelijk medeverantwoordelijk gehouden kan worden voor het openlijk geweld dat daar op dat moment plaatsvond. Het verweer van de raadsman wordt mitsdien verworpen en het hof is van oordeel dat het onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen kan worden verklaard. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: - ten aanzien van feit 1 – hij op 20 november 2021 in de gemeente Alkmaar openlijk, te weten, op de Smaragdweg en de Stadionweg, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen personen en goederen door - dreigend, in een grote groep, op te lopen in de richting van het AFAS-stadion en - ten tijde van het oplopen, met zwaar vuurwerk te gooien in de richting van de in/om het stadion aanwezige politieagenten en stewards en andere personen en het stadion en - zich met geweld de toegang tot het stadion te verschaffen door het zeil van de toegangshekken af te trekken en in de brand te steken en met kracht aan deze hekken te trekken of te duwen, waardoor deze hekken werden geforceerd en - vervolgens het speelveld te betreden, ten tijde van een officiële voetbalwedstrijd van [benadeelde partij 4] ; - ten aanzien van feit 2 – hij op 20 november 2021 in de gemeente Alkmaar tezamen en in vereniging met anderen het AFAS-stadion bij " [benadeelde partij 4] " in gebruik, wederrechtelijk is binnengedrongen. Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het onder 1 bewezenverklaarde levert op: Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen. Het onder 2 bewezenverklaarde levert op: Het in het besloten erf bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straffen en maatregelen De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor de in eerste aanleg onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken en 120 uur taakstraf. Daarnaast zijn de vorderingen van de benadeelde partijen (gedeeltelijk) met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel toegewezen. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot dezelfde straffen en maatregel als door de politierechter opgelegd. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen en maatregelen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander ter terechtzitting is gebleken. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich samen met een grote groep voetbalsupporters, schuldig gemaakt aan onacceptabel supportersgeweld richting aanwezige politiemensen, stewards en een ballenmeisje ten tijde van een - vanwege Coronamaatregelen voor het publiek gesloten - voetbalwedstrijd van [benadeelde partij 4] . Een grote groep supporters is gezamenlijk vanaf het café [plek] naar het [benadeelde partij 4] gelopen, waar op dat moment een wedstrijd zonder publiek werd gespeeld in verband met Coronamaatregelen. Vrijwel iedereen in de groep is in het donker gekleed, draagt bivakmutsen of heeft capuchons op. Onderweg naar het stadion bestoken zij de ter plaatse aanwezige politiemensen en stewards met (zwaar)vuurwerk en ook bij het stadion worden grote hoeveelheden zwaar vuurwerk afgestoken. Daarna worden de zeilen van de toegangshekken van het stadion in brand gestoken en de hekken opzij getrokken en loopt de groep het stadion binnen, waar ook met zwaar vuurwerk wordt gegooid. Een ballenmeisje staat met een bal in haar handen, naast het veld , terwijl het vuurwerk in haar buurt neerkomt. De verdachte is onderdeel van deze groep, betreedt het stadion als een van de eersten en springt als een van de eersten over de omheining en betreedt het voetveld. Hij keert zich naar de supportersgroep en moedigt hen met armbewegingen aan – naar het hof aanneemt – om door te gaan. Na enige tijd vertrekt de verdachte samen met groep en verlaat hij het stadion. Dat er niemand ernstig gewond is geraakt mag een klein wonder heten. Ook de materiële schade valt, gezien de hoogte van de schadevergoedingsvordering van [benadeelde partij 4] , mee. Niettemin heeft het optreden van deze grote groep een groot gevoel van onveiligheid bij de aanwezigen beveiligers in en rondom het stadion teweeggebracht– die in aantal verreweg in de minderheid waren.. Enkele politiemensen die zich in het nauw gedreven voelden hebben achteraf verklaard dat zij klaarstonden om hun dienstwapen te pakken, hetgeen voor sommigen na vele jaren dienst niet eerder gebeurd was. Een van de aanwezige stewards heeft verklaard: “Wat ik gewoon het allerergste vind, is dat het je eigen jongens zijn. Ik doe dit werk al heel lang. Ik ken de jongens enorm goed. Ik ken van sommigen de vaders zelfs. Je groeit echt met de jongens mee. Je kent ze en ziet ze zeer regelmatig. Een dergelijk optreden van de supportersgroep is daarom volstrekt onaanvaardbaar. Het hof beschouwt dit als ernstige feiten waarvoor in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met een taakstraf van ten minste 140 uur een passende sanctie zou zijn. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij inmiddels zijn leven heeft gebeterd, dat hij een vaste baan in de haven heeft, een huis heeft gekocht en samenwoont met zijn vriendin die in de zorg werkt en dat hij zich heeft teruggetrokken uit de voetbalsupportersgroep en de wedstrijden van [benadeelde partij 4] op de bank voor de televisie bekijkt. Het hof zal met deze persoonlijke omstandigheden van de verdachte in strafverminderende zin enigszins rekening houden. Het heeft ook acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 13 oktober 2025 waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder strafrechtelijk is veroordeeld voor een soortgelijk feit. Mede gelet op het feit dat de redelijke termijn met een jaar in hoger beroep is geschonden, zal het hof de passend geachte taakstraf matigen en in plaats daarvan volstaan met een taakstraf van 100 uur. Daarnaast wordt gelet op de in eerste aanleg opgelegde straf een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd. Alle omstandigheden in aanmerking nemende acht het hof na te noemen straffen passend en geboden. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van door hem geleden immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 ten laste gelegde feit. Deze bedraagt € 475,00 te vermeerderen met de wettelijke rente. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep geheel toegewezen. De verdediging heeft de hoogte van de vordering niet betwist. Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks immateriële schade heeft geleden. Deze wordt in redelijkheid door het hof begroot op een bedrag van € 475,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.